nieuws

Arbowet: minder lasrook

bouwbreed

De rook die vrijkomt bij open booglassen en thermisch snijden schaadt de gezondheid van het personeel. De Arbowet verplicht werkgevers passende maatregelen te treffen. Een kubieke meter lucht mag vanaf 1 januari 2003 maximaal 3,5 milligram lasrook bevatten.

Momenteel geldt voor het lassen van ongelegeerd staal een MAC-waarde van 5 milligram lasrook per kubieke meter. De Gezondheidsraad wil niet meer dan 1 milligram toestaan. De sociale partners in de SER bespreken om die reden in 2005 een verdere verlaging.

Lassen verhoogt de temperatuur van de materialen die met elkaar moeten worden verbonden tot ver boven het smeltpunt. Zo komen gassen, verdampt materiaal en stof vrij. Dat is de lasrook; een mengsel van vaste deeltjes en gassen als ozon, nitreuze dampen en koolmonoxide. Ongeveer 90 procent van de rook is afkomstig van het materiaal dat ter verbetering van de verbinding aan het lasproces wordt toegevoegd.

Als er met beklede elektroden wordt gelast, smelt de bekleding even snel af als de kerndraad. Uit de gesmolten bekleding komen dampen en gassen vrij die zich bij de lasrook voegen. Door de elektrische boog ontstaat het giftige ozon. Beschermende gassen bij booglassen maken eveneens deel uit van de lasrook. Bij het lassen van roestvast staal komt zeswaardig chroom vrij dat mogelijk kanker veroorzaakt. Bij het lassen van (on)gelegeerd staal met zogeheten rutiel-elektroden komt minder rook vrij dan met basische elektroden. Uit de cellulose elektrode komt de meeste rook vrij.

In alle gevallen neemt de hoeveelheid rook toe naarmate de lasstroom oploopt. Lassen met gelijkstroom levert minder rook op dan met wisselstroom. Het zogeheten TIG-lassen (tungsten inert gas, ook wel argon arc lassen genoemd) geeft de minste rook, omdat het materiaaltransport niet door de boog gebeurt maar van een niet-stroomvoerende draad afsmelt. In het geval van roestvast staal en aluminium veroorzaakt het TIG-lassen wel veel ozon.

In de werkplaats voorkomt een goede afzuiging van de lasrook al veel problemen. Rekenprogramma’s als Costcomp bepalen vergelijkenderwijs de laskosten. Investeringen in bijvoorbeeld afzuigingen verhogen de prijs per meter of kilo neergesmolten lasmateriaal. Een verbeterd werkklimaat vergroot de inschakelduur van een lasser. Dat is de verhouding tussen de totaal gewerkte tijd en de periode dat de boog brandt, over het geheel genomen tussen 24 en 30 procent.

Verbetering van de toevoegmaterialen kan de hoeveelheid lasrook met 10 procent verminderen. Als gevolg daarvan neemt echter de lasbaarheid af en worden meer lassen afgekeurd. Bovendien neemt de inschakelduur af en lopen de totale laskosten op.

Technische voorzieningen kunnen uitkomst bieden. Zo kan elektronica een metaaldruppel rookarm van een lasdraad afsplitsen. Het zogeheten wrijvingsroerlassen vermindert ook de hoeveelheid rook. Bij dit proces maakt een roterend gereedschap de naadflanken van de te verbinden delen deegachtig en roert ze in elkaar. Vooralsnog beperkt dit proces zich tot lange naden in aluminiumlegeringen. Duur maar uitermate rookarm is het laserlassen. De rook die vrijkomt kan met deze methode direct bij de bron worden weggezogen.

Onderzoek TNO

TNOBouw onderzocht voor de SER de haalbaarheid van een lagere grenswaarde voor lasrook. De (meetkundig) gemiddelde blootstelling bedraagt 2 milligram lasrook per kubieke meter lucht. De spreiding is groot, gelet op de standaardafwijking van 5 gram lasrook per kubieke meter. In 10 procent van de gevallen bedraagt de blootstelling nog 5,5 milligram. In meer dan de helft van de onderzochte bedrijven blijken de achtergrondconcentraties groter dan 1 milligram per kubieke meter lucht. Met dat in gedachten adviseren deskundigen een verhoogde aandacht voor dit probleem omdat anders zelfs bedrijven met goede voorzieningen de huidige grenswaarde nauwelijks zullen halen.

De Gezondheidsraad wil niet meer lasrook toestaan dan 1 milligram per kubieke meter.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels