nieuws

Tuschinski Theater herneemt pracht

bouwbreed Premium

Bioscooptheater Pathé Tuschinski in Amsterdam herneemt zijn pracht. Een brigade restauratieschilders van het Haagse bedrijf Rescura is nog druk doende met het retoucheren van de beeltenissen van achttien vrouwen van de Rotterdamse decorateur en kunstschilder Pieter den Besten.

Nog twee weken hebben ze de tijd. Dan wordt de steiger uit de bioscoopzaal verwijderd en krijgt de bezoeker zicht op de vergeten wandschilderingen.

Abraham Tuschinski wilde direct na de Eerste Wereldoorlog met zijn theater de ogen, oren en voeten van de bezoeker strelen. Alleen het mooiste was goed genoeg: tropisch hardhout, fijn geslepen glas, rijk gedecoreerd textiel, luxe tapijten en zwaar brons en koper. Jonge kunstenaars als Pieter den Besten, Jaap Gidding en Willem Kromhout werden aangezocht om in een unieke menging van stijlen (art deco, Jugendstil en Amsterdamse school) zijn droomtheater vorm te geven. Geen onderdeel werd overgeslagen. Zelfs kelders en magazijnen werden gedecoreerd.

Tuschinski was niet gauw tevreden. Na de opening in 1921 veranderde hij het interieur nog geregeld. Onder meer de komst van de geluidsfilm maakte akoestische aanpassingen noodzakelijk. Maar ook werd in 19931 bij het tienjarig bestaan de grote zaal door hem als te onrustig beoordeeld en daarom opnieuw gedecoreerd in zachte kleuren.

Bombardement

Uit die tijd dateren de hoog nabij het plafond gelegen schilderingen van Pieter den Besten (1894-1973). Van zijn werk bleef, onder meer door het bombardement op Rotterdam, vrijwel niets bewaard. De afgelopen maanden werden heel behoedzaam de afbeeldingen door Rescura blootgelegd: zestien vrouwen kijken nu neer op het publiek en twee figuren in het midden bekijken een schildering met een pauw. De vrouwen zijn allen verschillend. Hun gezichtsuitdrukking varieert van hooghartig tot charmant. Het zijn geen afbeeldingen van werkelijke filmsterren, maar art deco gestileerde figuren met lijnen en geometrische motieven. Voor restauratie-architect Cees Doornebal van Rappange en Partners is de vondst van de schilderingen een bijzonder onderdeel in een ook anderszins uitzonderlijk restauratieproces. “Voor ons is het gebouw zoals Tuschinski dat in 1936 achterliet het uitgangspunt. Zoals hij het wilde moet het weer zichtbaar worden. Maar dat vraagt restauratie of reconstructie van een oneindig aantal onderdelen. Tientallen lampen en meubels zijn er nog, maar soms lijkt restauratie een onmogelijke opgave.”

Tapijt

Soms is een complete zoektocht noodzakelijk. Hij verwijst naar het herstel van de nog aanwezige de lambrisering. ‘Dan is het ingewikkeld het juiste citroenhout te vinden. Of neem de wandbekleding. Dat komt uiteindelijk van een bedrijf in Oostenrijk. De reconstructie van het tapijt was nog het gemakkelijkst. Het bedrijf in Hengelo, dat daar tachtig jaar geleden voor tekende, bestaat nog gewoon.’

Niet alles lukt. Het oude zeil van tachtig jaar geleden laat zich niet herstellen. Al prijst hij zich gelukkig met het feit dat eigenaar Pathé bereidheid is zoveel te investeren in wat wellicht de mooiste bioscoop van Europa mag worden genoemd.

Over de totale kosten laat algemeen directeur Lauge Nielsen zich niet uit. Wel rekent het bedrijf op een forse monumentensubsidie. Volgend voorjaar opent de bioscoop, dan ruim tachtig jaar oud, na een restauratie van ruim een jaar weer zijn deuren.

Reageer op dit artikel