nieuws

Ruimtelijke kwaliteit niet zonder factor tijd

bouwbreed Premium

Welke acties moeten worden ondernomen of juist niet, ter verhoging van de ruimtelijke kwaliteit? De vraag is, stelt Arie de Klerk, of koste wat kost moet worden gebouwd. In zijn laatste nota geeft minister Pronk zeven criteria aan waarmee ruimtelijke besluiten zijn te toetsen. Het rapport ‘Kwaliteit in meervoud’ maakt ‘waarde- geladen’ communicatie mogelijk. Een aanvulling weliswaar, maar er ontbreekt nog iets.

In de Vijfde nota ruimtelijke ordening hanteert minister Pronk zeven criteria waaraan hij ruimtelijke besluiten toetst: economische doelmatigheid, culturele diversiteit, ruimtelijk-sociale rechtvaardigheid, ecologische duurzaamheid, ruimtelijke diversiteit, culturele identiteit en menselijke maat. Omdat deze criteria moeilijk zijn te operationaliseren hebben het Instituut voor meervoudig ruimtegebruik Habiforum, de Raad voor ruimtelijk, milieu en natuuronderzoek en het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster, een poging gedaan om ruimtelijke kwaliteit tot een hanteerbaar begrip te maken. Ze publiceerden hun bevindingen in het rapport ‘Kwaliteit in meervoud’.

Het heeft een methode opgeleverd die het discussiëren over kwaliteit makkelijker moet maken, doordat de methodiek ‘waarde-geladen communicatie’ mogelijk maakt. In de methode wordt het belang van ruimtelijke ordening afgewogen tegen vier andere maatschappelijke belangen: het economische, het sociale, het ecologische en het culturele belang. Vervolgens toetst men dat aan drie reeds lang bestaande criteria om kwaliteit aan te meten: gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde, aldus Binnenlands Bestuur van 12 oktober 2001.

Bij praten over kwaliteit moet je altijd op je tellen passen, want onwillekeurig droom je je eigen kant op. Het wil dan wel eens helpen om de problematiek omgekeerd te benaderen.

Dus niet de vraag stellen wat te doen om een beter resultaat te krijgen, maar vooral wat niet te doen. En dan kan niet genoeg worden benadrukt dat niet bouwen ook een optie is en in plaats daarvan de landschappelijke kwaliteit te versterken.

Verder wil ik pleiten voor een genuanceerde benadering van het gebruikte begrip belevingswaarde. We zijn nogal snel geneigd ruimte te vormen rond zijn functie. Zo vinden we een woonkamer van 4,75 meter al gauw overdreven hoog en de belevingswaarde ervan sterk individueel bepaald. Maar hoe dan te oordelen over de relatie ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde? Het lijkt me dat dit niet kan zonder dat dit oordeel publiek wordt uitgesproken.

Het belangrijkste echter dat ik mis in de toetsstenen is de factor tijd, niet te verwarren met toekomstwaarde. Het lijkt me van belang de factor tijd toe te voegen, omdat die kan bijdragen aan een grotere variatie. Want over wat een aanvaardbare oplossing is kan later anders worden geoordeeld. Het woord groei moet weer inhoud krijgen. Dat kan door ruimte te laten. Met het groeien ontstaat afwisseling en afwisseling in vorm en functie trekt mensen. En daar gaat het om. Uiteindelijk zijn mensen belangrijker voor de gebouwde omgeving dan de gebouwen.

Van de inmiddels overleden architect Piet Blom is de uitspraak dat de beste bijdrage die een architect aan de stad kan leveren is het verwekken van een mooie dochter.

Afgezien van het gedateerde element om over alleen een mooie dochter te spreken, heeft hij in de kern gelijk. Mensen maken de stad. Afwisseling, daar gaat het om en de ruimtelijke ordening moet daar de voorwaarden voor creëren. Ruimtelijke kwaliteit is middel, tijd daarbinnen een belangrijke factor. De mooiste steden zijn niet ontworpen maar zijn gegroeid.

De factor tijd biedt ook de mogelijkheid te reageren op nieuwe ontwikkelingen, op wensen van gebruikers en op markttendensen. Leg dus niet alles zó vast dat de gebouwde omgeving zich niet kan hervormen. Vinex-wijken laten zien hoe het niet moet. Ik stel voor om een verbod uit te vaardigen op elk plan dat geen ruimte open laat voor de tijd.

‘Mensen zijn voor gebouwde omgeving belangrijker dan de gebouwen’

Reageer op dit artikel