nieuws

Pakhuizen krijgen nieuwe bestemming

bouwbreed Premium

Het grootste deel van de oude pakhuizen en loodsen langs de Oostelijke Handelskade in Amsterdam krijgt een nieuwe bestemming. De historische gebouwen worden omgebouwd of uitgebreid tot woon- of werkruimten. Slechts de enkele gebouwen die bouwtechnisch niet meer in orde zijn worden gesloopt.

De ontwikkeling past in het kader van het grootscheepse vernieuwingsplan van de gemeente Amsterdam voor de ontwikkeling van de IJ-oevers. Langs de kade verrijzen minimaal 850 woningen, een hotel, culturele voorzieningen en een nieuwe internationale passagiersterminal.

Een van de deelprojecten aan de Oostelijke Handelskade is de uitbreiding en vernieuwing van de pakhuizen Wilhelmina en Australië en de nieuwbouw op de plaats waar het vorig jaar gesloopte vrieshuis Amerika stond. Over een lengte van 235 meter realiseert de Ontwikkelingscombinatie Nieuw Amerika (bestaande uit de woningcorporatie Het Oosten, Woningbedrijf Amsterdam en Johan Matser) hier een samenhangend complex van woningen, kantoren en bedrijven, waarin de oude pakhuizen als beeldbepalend element prominent aanwezig blijven.

Parkeergarage

Onder de nieuwbouw van de drie panden komt een tweelaagse parkeergarage met in totaal 425 parkeerplaatsen. Ook de technische ruimten komen onder de grond te liggen.

Voor de bovengrondse invulling van de plannen is op basis van een stedenbouwkundig ontwerp van architectenbureau Rapp & Scheulen uit Rotterdam door drie architecten voor de drie panden een ontwerp gemaakt. Rapp & Scheulen tekende tevens voor de nieuwbouw bij het pakhuis Wilhelmina, de Vlaams bouwmeester Bob van Reeth van de Architectenwerkgroep uit Antwerpen ontwierp Nieuw Amerika en Nieuw Australië, en de renovatie van het bestaande pakhuis Australië worden uitgevoerd naar een ontwerp van DKV architekten uit Rotterdam.

De panden zijn zowel in architectonische als technisch-constructieve zin opvallend. Qua architectuur, door de keuze van de architecten om enerzijds aan te sluiten op de oude bouwstijl, maar anderzijds de gebouwen een eigentijdse uitstraling te geven met glasrijke gevels en strakke lijnen. Technisch-constructief vallen vooral de bijzondere uitkragingen en de funderingen van de gebouwen op. De bouw begint nog dit najaar en moet in de loop van 2004 worden afgesloten.

In het pakhuis Australië blijven de karakteristieke gietijzeren kolommen behouden. De kolommen zijn meer dan voldoende draagkrachtig om de nieuwe betonnen verdiepingsvloeren te torsen.

Nieuw Amerika

Op de plaats waar het inmiddels afgebroken vrieshuis Amerika lag, komt een appartementencomplex van 84 woningen. Op de onderste twee etages komen commerciële ruimtes van in totaal 2900 m2. Daarbovenop komt een woongebouw van in totaal acht etages, waarbij de bovenste drie etages terugspringen. De woningen worden gebouwd volgens het loft-principe. Dat wil zeggen dat ze volledig casco worden opgeleverd.

De vloeren worden voorzien van een ‘computervloer’ waaronder de meeste leidingen en kanalen worden weggewerkt. De toekomstige bewoners beslissen zelf over de plaats waar tussenwanden moeten komen en waar bijvoorbeeld de keuken moet worden gesitueerd. De gevels van het pand worden waarschijnlijk uitgevoerd in gelijmd metselwerk. Verder valt onder meer het ruime gebruik van glas in de binnengevels rondom het atrium op.

Voor wat betreft de constructie zorgde vooral de funderingsproblematiek voor hoofdbrekens. Het oude vrieshuis is tot op maaiveldniveau gesloopt, maar in de grond zitten nog wel de oude funderingspalen waar het gebouw op rustte. In een zeer dicht raster zijn in de jaren vijftig enkele honderden betonnen Franki-funderingspalen ingebracht. De in de grond gestorte palen met een uitlopende, bolvormige voet rusten op de eerste zandlaag, die hier zo’n veertien meter onder NAP diep ligt. Bovendien bevinden zich nog talrijke poeren in de grond.

Het is niet mogelijk om het nieuwe gebouw op de oude palen te funderen, bleek na grondtechnisch onderzoek van ingenieursbureau Fugro. Het grotere gewicht van het nieuwe pand maakt het nodig om de diepere en steviger tweede zandlaag op te zoeken, die hier op een diepte van ongeveer 22 meter onder NAP ligt.

Om de bouw van de ondergrondse parkeergarage mogelijk te maken en om de fundering voor het nieuwe gebouw aan te kunnen brengen, moet een deel van de oude palen en poeren worden verwijderd. Voor de aanleg van de parkeergarage is het voldoende om de koppen van de Frankipalen te snellen tot het niveau waarop de onderste parkeerlaag komt, zo’n zes meter onder het maaiveldniveau.

Veel lastiger is de opgave om ruimte te scheppen voor de nieuwe funderingspalen. ‘Het is niet mogelijk de nieuwe palen langs of tussen de oude in de grond te brengen’, legt ing. Hans Grootjen uit. Hij is projectmanager van het Arnhemse ingenieursbureau Cumae dat alle constructieve elementen van de drie panden voor zijn rekening neemt. ‘Het oude palenraster is dermate dicht, dat het risico te groot is dat de nieuwe palen de oude raken en breken. Daarom moeten ongeveer honderd palen volledig worden verwijderd. Technisch is dat een moeilijke opgave. Omdat het om Frankipalen gaat met een breed uitlopende uitgeheide voet, is het niet mogelijk ze er simpelweg uit te trekken.’

Cumae ontwikkelde daarom samen met Fugro een speciale methode om de palen te verwijderen. De bedoeling is om een stalen buis rond iedere paal in de grond te brengen die de uitlopende voet omsluit. Vervolgens wordt de grond langs de funderingspaal losgespoten, waarna de palen er met een hijsinstallatie worden uitgetrokken. Naar verwachting is het mogelijk om per dag ongeveer twee palen te verwijderen. Alleen al met het verwijderen van de palen zal daardoor naar verwachting zo’n vijftig dagen gemoeid zijn. Het is de bedoeling hier binnenkort mee te beginnen.

Na het weghalen van de oude palen zou er een gatenkaas ontstaan van honderd gaten met een doorsnede van 1,20 meter elk. Omdat de oude funderingspalen door de waterremmende laag zijn heengeslagen, moet tevens een speciale voorziening worden getroffen om te voorkomen dat er grondwater naar boven komt. Hiertoe wordt ieder paalgat direct na het uithijsen van de paal eerst tot aan het niveau van de waterremmende laag volgestort met zand, hier bovenop komt een bentonietlaag van 1,5 meter, waarna het gat met zand wordt dichtgestort en de mantelbuis wordt getrokken. Op de vlakke bouwrijpe laag die ontstaat nadat de overige oude palen zijn afgeknepen, wordt eerst de onderste vloer van de parkeergarage en vervolgens de rest van het pand gebouwd.

Nieuw Australië

Pakhuis Australië naast Nieuw Amerika blijft overeind. Om het gebouw geschikt te maken voor bewoning, worden de nu nog dichte ramen opengemaakt en van glas voorzien. Alle houten verdiepingsvloeren en tussenwanden in het gebouw worden gesloopt en vervangen door nieuwe betonnen vloeren. De bestaande gietijzeren kolommen en stalen draagconstructie blijven wel behouden. Deze zijn weliswaar licht gecorrodeerd, maar niet in ernstige mate. Na onderzoek bleek dat de oude houten paalfundering ook nog goed genoeg is om het gebouw overeind te houden.

Gedeeltelijk over het bestaande pakhuis heen wordt een nieuw deel aan het pakhuis aangebouwd. Bovenop een commerciële ruimte van 2400 m2 komt een appartementengebouw van tien etages hoog (130 woningen). De bovenste vier etages kragen uit over het oude pakhuis heen. Dit overkragende gedeelte wordt ondersteund door vier hoogbelaste kolommen. Deze komen tussen de bestaande gietijzeren kolommen in het pakhuis te staan en worden volledig vrijgehouden van de nieuw aan te brengen verdiepingsvloeren en het dak om problemen door zettingsverschillen in de bodem te voorkomen. Om de bestaande fundering zo min mogelijk te beïnvloeden, is gekozen voor open stalen buispalen met een diameter van 600 mm die 24 meter onder NAP op de tweede zandlaag rusten. Er is nog niet besloten of deze palen in één keer door een hijsinstallatie in de grond worden gebracht of dat ze segment voor segment aan elkaar worden gelast.

Op de hoogbelaste kolommen wordt een voorgespannen vloer aangebracht met een overkraging van 7,5 meter en een maximale spanwijdte van 17,5 meter tussen de kolommen. Hans Grootjen van Cumae: “De voorgespannen vloer vangt alle krachten op van het gedeelte dat er bovenop wordt gebouwd. In die zin kun je de vloer beschouwen als een vlakke tafel, waar bovenop de uitkraging wordt gebouwd.”

Nieuw Wilhelmina

Bij het derde planonderdeel behoud het oude pakhuis Wilhelmina zijn huidige functie. Dit pakhuis is nu in gebruik als atelier- en bedrijfsruimte. Half voor en boven Wilhelmina wordt Nieuw Wilhelmina gerealiseerd, een complex met 1200 m2 bedrijfsruimte en 93 (huur) woningen.

De nieuwbouw heeft een U-vorm, waarbij de open zijde naar het water is gericht en twee overkragende delen ontstaan. Het volume wordt aan de waterzijde gesloten door een vijflaagse loopbrug, met een vrije overspanning van 19 meter. De overkragingen worden ondersteund door, in totaal, vier prefab liggers met een maximale lengte van 26 meter en een dikte van 1 meter. De liggers worden op de bouw gemonteerd en vastgezet aan de bouwmassa.

Zo ontstaat een soort van balkonconstructie, waarop een betonvloer komt te liggen. Alle krachten worden door de consoles opgevangen, de stijfheid van de uitkragingen wordt dus niet verkregen door de bovenbouw die hierop komt te rusten.

Ter ondersteuning van de uitkraging van Nieuw Australië worden stalen buispalen ingebracht tot op een diepte van 24 meter onder NAP (links op de tekening). Deze palen komen te rusten op de tweede zandlaag. Omdat de bestaande bebouwing is gefundeerd op de eerste zandlaag op een diepte van 14 meter onder NAP, kunnen er zettingsverschillen optreden tussen het oude en nieuwe gebouw. Berekeningen van Cumae en Fugro toonden aan dat er over een periode van vijftig jaar maximaal een zettingsverschil van 3 centimeter kan optreden en een maximale zetting van 6 cm. Bij de bouw van de gevels en de beglazing wordt, bij de aansluitingen tussen oud en nieuw, daar nu al rekening mee gehouden door ruimere marges aan te houden. Zo wordt voorkomen dat er schade ontstaat als er zettingsverschillen optreden tussen het nieuwe gebouw en het oude.

Projectgegevens:

Naam project: Nieuw Amerika, compartiment E, Oostelijke Handelskade Amsterdam

Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie Nieuw Amerika (woningcorporatie Het Oosten, Woningbedrijf Amsterdam en Johan Matser)

Architecten: architectenbureau Rapp & Scheulen (Rotterdam), A.W.G.-Bob van Reeth-architecten (Antwerpen) en DKV architekten (Rotterdam)

Stedenbouwkundig ontwerp: architectenbureau Rapp & Scheulen (Rotterdam)

Coördinerend architect: architectenbureau Rapp & Scheulen (Rotterdam)

Grondonderzoek: Fugro (Amsterdam)

Constructeur: Cumae (Arnhem)

Bouwkundige uitwerking: Cumae (Arnhem)

Aannemer: nog in onderhandeling

Aanneemsom: circa NLG 110 miljoen (inclusief bouwput)

Bouwtijd: najaar 2001-najaar 2004

Reageer op dit artikel