nieuws

‘Overname PBNA moet aantal afhakers drastisch beperken’

bouwbreed

Het aantal cursisten dat halverwege een schriftelijke mbo- of hbo-opleiding techniek afhaakt, drastisch terugdringen. Dat is de voornaamste doelstelling van de Faculteit der Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) nu de overname van de Koninklijke PBNA rond is. Van de zeshonderd leerlingen die jaarlijks bij het instituut voor schriftelijk onderwijs aan een opleiding beginnen, halen er gemiddeld slechts zeventig de eindstreep.

“Het is een komen en gaan van mensen die aan een schriftelijke mbo- of hbo-opleiding beginnen”, zegt J.W. Ankone, directeur van de faculteit techniek. “Sommigen volgen doelbewust een of twee modules. Daar is natuurlijk niets op tegen, maar er zijn ook cursisten die om andere redenen afhaken. Bijvoorbeeld omdat schriftelijk studeren erg veel doorzettingsvermogen vraagt. Die groep moeten we binnen boord zien te houden. Dat kan door groepslessen aan te bieden, practica, en eventueel groepsopdrachten.” Onlangs maakten PBNA en HAN bekend dat het instituut voor schriftelijk onderwijs per 1 januari 2002 in handen komt van de Hogeschool. Het gaat om technische opleidingen op middelbaar en hoger niveau.

De andere opleidingen die PBNA vroeger in huis had, zoals de studie voor makelaar, zijn al bij andere instellingen ondergebracht.

“Het voordeel voor de cursisten van PBNA is dat wij intensievere studiebegeleiding kunnen bieden”, aldus Ankone. “En ook wordt het mogelijk dat studenten uit het regulier onderwijs eenvoudiger kunnen overstappen naar het schriftelijk onderwijs en omgekeerd. We bieden meer leerwegen aan dan PBNA dat doet of de Hogeschool. Het schriftelijk onderwijs heeft een stoffig imago, dat gaan wij afstoffen.”

“De begeleiding van de PBNA-studenten is goed,” zegt projectleider L. Verhoeven. “Maar in het verleden zaten de docenten hun cursisten nog wel eens achter de broek. Ze werden bijvoorbeeld ’s avonds thuis opgebeld om te vragen hoe het ging met de studie en dat aspect is de laatste jaren zo goed als verdwenen.”

PBNA werkt met zo’n 150 freelance docenten. “We willen die groep intact houden. Tegelijkertijd gaan we kijken hoe we de kwaliteit van het onderwijs kunnen verbeteren”, aldus Ankone. “Geleidelijk aan zal de betrokkenheid van de hogeschooldocenten groeien. Wat betreft het mbo-onderwijs zoeken we samenwerking met een of twee Regionale Opleidingscentra die docenten gaan inzetten.”

J. de Graaf, afdelingsdirecteur Bouwkunde/Civiele Techniek: “We overwegen om voor Bouwkunde en Civiele Techniek ook een deeltijd opleiding te beginnen. Je kunt dat dan via de PBNA doen of veel meer geleid en op een plek in groepsverband. Dat wil zeggen een gedeelte in de middag en een gedeelte in de avond. De bouw heeft veel behoefte aan zo’n mogelijkheid.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels