nieuws

Onderzoek overstromingen druppelt langzaam door

bouwbreed

Het lopende onderzoek naar de gevolgen van overstromingen heeft nog niets concreets opgeleverd. “De resultaten druppelen langzaam door”, zei prof.ir. A. Vrouwenvelder van TNO Bouw op het symposium ‘Wat als we nat gaan’.

Volgens Vrouwenvelder gaat het om een fundamenteel onderzoek. “We staan aan het begin, we zijn nog zoekende. In de komende jaren zullen de studies een steeds concreter karakter krijgen.”

De sprekers op het symposium bevestigden dit beeld. De bijeenkomst werd gehouden door Delft Cluster in het gebouw van WL | Delft Hydraulics. Delft Cluster is een samenwerkingsverband van onderzoeksinstituten, gevestigd in Delft. Het verricht fundamenteel strategisch onderzoek op het gebied van duurzame inrichting van deltagebieden.

“We zitten nu nog met de Deltawet. Die is verouderd en het werk is voltooid”, aldus Vrouwenvelder. “Als je kijkt naar de risico’s van overstromingen voor individuen hoeft er niet veel te gebeuren. Bovendien zijn er de economische gevolgen. Op de lange termijn is nieuw beleid nodig.”

Het individuele risico op overlijden door een overstroming ligt volgens Vrouwenvelder “in dezelfde orde van grootte als van overlijden door een nucleaire ramp (één persoon per honderdduizend jaar).” Dat is minder dan de algemeen aanvaarde grenswaarde voor veel situaties (1 persoon per 10.000 jaar).

Het ministerie van VROM bepaalt het risico echter voor personen die zich permanent op een bepaalde plaats vinden. Dan is het risico veel groter, maar wellicht ook nog aanvaardbaar.

Standaardmethode

Op het symposium werd de huidige stand van de research besproken. Veel van de onderzoeken zijn na de overstromingen van de Maas begonnen. De Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen heeft vorig jaar het rapport ‘Van overschrijdingskans naar overstromingskans’ gepubliceerd. Een ander belangrijk rapport is de ‘Standaardmethode Schade en Slachtoffers als gevolg van overstromingen’ uit 1999, geschreven door adviesbureau HKV en TNO Bouw.

Het is dus niet zo, dat er geen basis zou zijn voor beleidsbeslissingen over ‘overloopgebieden’ (voor het bufferen van water om ongecontroleerde overstromingen te voorkomen), plaatselijke dijkverhogingen en het bouwen in uiterwaarden.

Op de lange termijn zijn echter uitgangspunten nodig voor nieuw beleid. Er zijn lacunes in kennis en onzekerheden, stellen de onderzoekers. Het is niet helemaal duidelijk wat ‘schade’ is en of een risico aanvaardbaar is.

Marktwerking

In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bestaat een uitgebreide literatuur over overstromingen. “In Nederland wordt naar onze mening relatief weinig aandacht gegeven aan de effecten van overstromingen en aan de evaluatie van maatregelen ter voorkoming van overstromingen”, stelt prof. A. van der Veen van de Universiteit Twente. Hij presenteerde een concept voor het bepalen van de schade. Daarin speelt de vrije marktwerking een belangrijke rol. Zelfs een mensenleven wordt teruggebracht tot geld (1,5 miljoen euro).

Prof. dr. C. Vlek van de Rijksuniversiteit Groningen spreekt niet van ‘schade’ maar van ‘ernst’. Hij noemt ook angst en traumatische ervaringen en schade aan het milieu. Dr. ir L. Stuyt van onderzoeksbureau Alterra merkt op, dat aardkundige en cultuurhistorische waarden moeilijk in geld kunnen worden uitgedrukt. Van der Veen constateert wel, dat landschapskwaliteit en reistijd zaken zijn waar geen markt voor bestaat, maar probeert er toch een prijs aan te hangen volgens het principe ‘één gulden, één stem’. Nederland kan met de portemonnee ‘stemmen’ voor of tegen een (bepaald risico op) overstromingen.

Maar de financiële en economische gevolgen van een overstroming vormen slechts een deel van de ramp. Uit interviews met slachtoffers blijkt dat zij de emotionele schade als gevolg van een overstroming als minstens even ernstig beschouwen als de economische schade.

Bouw

“Het lijkt daarom zinvol om te onderzoeken of het mogelijk is in de Standaardmethode ook niet-monetaire effecten mee te nemen”, stelt Vrouwenvelder.

Directe gevolgen heeft het gepresenteerde onderzoek niet. De meeste onderzoekers bevelen aan om meer onderzoek te doen. De bouw hoeft dus nog niet de mouwen op te stropen om dijken te bouwen, infrastructuur toe te voegen of de bebouwing aan te passen. Dat wil niet zeggen dat opdrachtgevers, aannemers, gebruikers en overheden niet alert hoeven te zijn op het risico. Het is mogelijk om te anticiperen op de schade, bijvoorbeeld door te kiezen voor bepaalde materialen. Als het water zes meter hoog staat, bezwijkt een gestorte betonnen constructie bij een golfhoogte van één meter of meer. Dat overkomt een constructie van metselwerk al bij golven van een kwart meter hoog.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels