nieuws

Manitou breidt fabriek voor hoogwerkers fors uit

bouwbreed

Manitou, de Franse producent van onder meer vorkheftrucks, hoogwerkers en verreikers, heeft de fabriek in Candé in het westen van Frankrijk fors uitgebreid. Het vloeroppervlak is van 3200 vierkante meter meer dan verdubbeld. De productiecapaciteit is in die fabriek gestegen van 2000 stuks nu naar een potentiële 5000 stuks per jaar.

Tegelijkertijd heeft Manitou de eerste schaarliften laten zien: de 75EX, 80 ELX, 100 ELX en 120 ELX. Deze zijn gemaakt naar de patenten van MEC (Mayville Engineering Company), de Amerikaanse fabrikant waarmee Manitou samenwerkt. Deze Maniaccess-serie komt volgende maand op de markt en heeft werkhoogten van 8 tot bijna 12 meter. De kleinste, die voor rond 20.000 gulden van de hand gaat, tilt 227 kilogram, de grootste, met uitschuifbaar platform, tilt 310 kilo.

“Deze elektrisch aangedreven machines laten zien wat onze ambities zijn”, aldus directeur-grootaandeelhouder Marcel Braud tijdens de presentatie. “Wij willen een groter marktaandeel in Europa op het gebied van hoogwerkers. Het doel is om in 2003 tien procent van de Europese markt in handen te hebben. Dat zal per land verschillen: in Frankrijk en Portugal zitten we al boven dat gemiddelde, in andere landen moeten we er nog hard aan trekken.

Groei

Manitou heeft de laatste jaren een spectaculaire groei doorgemaakt. De omzet groeide de laatste vijf jaar telkens met 20 procent per jaar, van ruim 300 naar 782 miljoen euro in 2000. Om de productiecapaciteit te verdubbelen, investeerde het bedrijf de afgelopen twee jaar rond 43 miljoen euro.

Manitou heeft fabrieken in West-Frankrijk, waar ruwterrein vorkheftrucks (Ancenis), semi-industriële vorkheftrucks (Beaupréau), hoogwerkers (Candé), telescopische vorkheftrucks (Laillé) en magazijnmachinerie worden gemaakt en fabrieken in Italië (roterende telescopische verreikers), Duitsland (wielladers) en de Verenigde Staten (vorkheftrucks en meeneemheftrucks). Verder heeft Manitou een fabriek waar de cabines voor de diverse machines worden gebouwd en gaat het bedrijf eind dit jaar een eigen trainingscentrum openen, waar jaarlijks 2000 aankomende servicemensen hun opleiding kunnen krijgen. Manitou bouwt samen met Toyota de Japanse industriële vorkheftrucks voor de Europese markt.

Overeenkomsten

In februari 2000 tekende de Manitou Groep een overeenkomst met MEC in de Verenigde Staten, waarbij elk van de bedrijven lokaal elkaars producten onder de eigen naam zou maken en vermarkten.

Maar MEC, dat te maken kreeg met een stagnerende markt in de Verenigde Staten en terug wilde naar de core business stopte met schaarhoogwerkers. Daarop kocht Manitou alle patenten, ontwerpen en tekeningen.

Een overeenkomst sloot Manitou ook met de Japanse fabrikant Aichi: Manitou distribueert onder de eigen naam en kleur de knikarmhoogwerkers van Aichi in Frankrijk, Groot-Brittannië en Scandinavië. Manitou kan dus vijf telescopische platforms op rupsen of wielen leveren in die landen. De Aichi wordt dus in Nederland niet door Manitou geleverd. Aichi is de exclusieve dealer van knikarm- en verticale werkplatforms van Manitou onder eigen merk en kleur in Japan.

Geschiedenis

Het bedrijf van de familie Braud is in 1953 door vader Marcel opgezet. Hij maakte (land)bouwwerktuigen. Tot hij in 1957 op het idee kwam stoel, bediening en stuur van een landbouwtractor om te draaien en aan de voormalige achterkant een mast en hefbak te maken. Daarmee was de eerste ruwterrein vorkheftruck geboren.

In 1959 werd het merk Manitou (‘hanteert alles’) vastgelegd. In de jaren zeventig en tachtig kende het bedrijf een heel rustige groei met enige internationalisering. In 1981 rolde de eerste telescopische vorkheftruck de fabriek uit en in 1984 ging het bedrijf met 20 procent van de aandelen naar de beurs. De familie Braud heeft nu nog ruim 62 procent van de aandelen in bezit heeft. De eerste volledig roterende Maniscopic kwam in 1993 uit de fabriek.

Daarna ging het snel: in 1995 volgde de overeenkomst met Toyota voor de bouw van industriële vorkheftrucks voor Europa en verlegde Manitou de aandacht naar hoogwerkers. In 1997 sloot Manitou een overeenkomst met New Holland voor de productie van drie typen landbouwmachines. In 1998 nam zoon Marcel Claude Braud het roer over en in 1999 vernieuwde het bedrijf de totale range telescopische heftrucks onder het motto: ‘Alles is anders behalve de kleur’.

Bouwmachines

Manitou haalt 53 procent van de omzet van bouwmachines, 27 procent uit de landbouw en 20 procent uit de ‘overige industrie’. Die omzet komt voor 75 procent uit de Eurozone, voor 14 procent uit de overige EG-landen, bijna 4 procent uit de VS en 7 procent uit de rest van de wereld.

Manitou bouwt jaarlijks 20.000 machines, waarvan 12.000 heftrucks. De helft van alle modellen is in de laatste twee jaar ontwikkeld.

In het hoogwerkersegment Maniaccess levert de fabrikant acht modellen met knikarm, drie verticale, twaalf schaarmodellen en vijf telescoopmodellen af.

Manitou fabriceerde in 1999 21.000 hoogwerkers, in 2000 waren dat er 31.000. Hoewel de groei door de economische tegenwind enigszins stagneert, denkt Marcel Claude Braud dit jaar 33.000 hoogwerkers te verkopen, 40.000 stuks in 2003 en 50.000 in 2005. Enkele maanden geleden nog dacht men dat in 2005 voor 70.000 Manitous handel zou zijn, maar die prognose is inmiddels bijgesteld.

In de Verenigde Staten, waar de hoogwerkerverkoop de afgelopen jaren sterk is gestegen, is in 2000 een kentering in de groei gekomen. Omdat de markt in Europa nog ver achterloopt bij die in de Verenigde Staten, verwacht Manitou de komende jaren nog een flinke stijging. Van de nieuwe machines is de verwachting dat 80 procent naar verhuurbedrijven zal gaan en dat 20 procent direct door de eindverbruiker zal worden gekocht.

Europese journalisten konden de hoogwerkers op ruw terrein bij de fabriek in Candé zelf testen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels