nieuws

Kritiek op de kinderlijke anarchie van het wilde wonen

bouwbreed

“Als daar de royale lichtval door de glazen schuifdeuren bij komt, ontstaat een geluksgevoel.” Een architect van wiens werk dit wordt gezegd, moet een gelukkig mens zijn. Het citaat komt uit het boek ‘Een eigen aardig huis’ over het werk van Gunnar Daan. In het voorwoord laat de architect echter merken dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Hij heeft hevige kritiek op de ‘repressieve regelgeving’ en de ‘kinderlijke anarchie van het wilde wonen’.

Het boek heeft een okergele stoffen omslag en bevat veel grote zwart-witfoto’s op gladde pagina’s, afgewisseld door tekst op heel lichtgeel papier. Daardoor maakt het een beetje een ‘vijftiger jaren’-indruk, die niet weggenomen wordt door de pagina’s met kleine kleurenfoto’s. Zelfs het formaat en de typografie dragen bij aan deze indruk. Dat verhoudt zich niet helemaal met het werk van Gunnar Daan.

Volgens De Architectuurgids begint zijn bekende oeuvre met het ontwerp voor slagerij Schreiber in Anjum in 1979. Daarna volgen woningen, post- en havenkantoren, galeries, ateliers en musea. De meeste projecten spelen zich af in Friesland en Groningen, maar in de loop van de negentiger jaren verschuift zijn werkterrein zich ook naar Zuid-Holland en omstreken.

Hoogleraar

Hij is lange tijd hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft en neemt deel aan de ontwikkeling van De Resident in Den Haag. Als stadsarchitect is hij betrokken bij de plannen voor het centrum van Alphen aan den Rijn.

Misschien klinkt in het boek ‘Een eigen aardig huis’ door, dat Gunnar Daan in de vijftiger en zestiger jaren is opgegroeid en gevormd (hij is geboren in 1939). Wellicht hebben de opdrachtgevers eigenschappen, die aan het sociale leven van de vijftiger jaren refereren. Hoe dan ook, de felle kritiek in het voorwoord ademt een andere sfeer dan de presentatie van de twaalf woonhuizen.

Het voorwoord is geschreven door Gunnar Daan, de presentaties zijn van Dieuwke van Ooij. Zij heeft de opdrachtgevers geïnterviewd en laat de architect in het nawoord vertellen wat hij vindt van zijn beroep. “Architectuur is het scheppen van orde. Voor mensen die geen orde willen kan hij (de architect – red.) niets betekenen.” Daar komt een felheid van Gunnar Daan om de hoek. Hij sluit compromissen, maar komt ook regelmatig in botsing. Dat blijkt uit de interviews, maar bijvoorbeeld ook uit een bericht in NRC Handelsblad in december 1999: “De zware eikenhouten deuren die de Friese architect Gunnar Daan in het door hem nieuwe Fries Museum liet plaatsen, laat Van Krimpen verwijderen.” Glazen deuren brengen nu licht in het museum.

Het is dus niet verwonderlijk, dat Gunnar Daan veel belang hecht aan individualiteit en persoonlijkheid. Als architect levert hij een simpel, geometrisch concept.

Gevoelig

Dat wordt gevoelig gemaakt voor zijn omgeving, het gebruik, de bouwtechniek, het licht en de beweging. “Als het echt goed gaat komt dat proces op een gegeven moment in een versnelling, waarbij het ontwerp zelf beslissingen lijkt te nemen over zijn ontwikkeling. Het ontwerp wordt een persoonlijkheid”, staat in het voorwoord. Een huis kan zich voegen, opstandig zijn, een masker bieden, kortom een verhaal vertellen.

Tot zover past het voorwoord bij de ontwerpen uit het boek.

Maar dan maakt Gunnar Daan een sprong naar de maatschappelijke discussie over particulier opdrachtgeverschap. Volgens hem bestaat er geen tolerantie voor de individualiteit van maatwerk.

Regelgeving

Gunnar Daan schrijft niet te pleiten voor de ‘kinderlijke anarchie van het ‘wilde wonen”, maar wel te protesteren tegen de ‘repressieve regelgeving’ van bestemmings- en uitbreidingsplannen. “De kleine groep die de bouw van een eigen woning als een daad van belang opvat wordt daarmee tekort gedaan.” Sterker nog, Gunnar Daan vindt de regelgeving helemaal niet passen bij onze cultuur.

De dwangmatige ordening die is voortgekomen uit de democratie moet worden losgelaten. Het kaleidoscopische van onze samenleving moet in beeld gebracht worden. Gunnar Daan haast zich hieraan toe te voegen, dat hij niet terug wil naar de architectuur van de feodale eeuwen, de “‘grandes ensembles’ die de Heemschutters en het inspraak-publiek van nu zo lief hebben.” Hij wil een darwiniaanse evolutie, waarbij het particuliere huis een pixel vormt in een biotoop waarin de soortenrijkdom wordt vergroot. Vandaag de dag is het echter allemaal eenvormigheid, bepaald door overheden en ontwikkelaars.

Architecten gieten er hun stijlsauzen overheen, zodat er een schijnvariëteit ontstaat die nauwelijks de individuele karakters in beeld brengt.

In de twaalf woningen uit het boek zijn zowel de persoonlijkheden van de opdrachtgevers terug te vinden als de stijl en aanpak van Gunnar Daan. Hij is consequent en voegt daarmee de daad bij het woord. Dat betekent nog niet dat zijn kritiek op de regelgeving en vrijage met de politiek van het particulier opdrachtgeverschap terecht is. Ook volkshuisvesting kan overtuigen als architectuur, ook in huur- en koophuizen kunnen persoonlijkheden wonen. Net als in de ontwerpen van Gunnar Daan.

Een eigen

aardig huis

Gunnar Daan en Dieuwke van Ooij, Uitgeverij 010 Publishers in Rotterdam, ISBN 90 6450 412, fl. 49,50 (euro 22,28)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels