nieuws

Fries kasteel als stil protest tegen massabouw

bouwbreed

Een stil protest tegen grootschalige bouwprojecten waarbij alleen naar het rendement en te weinig naar schoonheid en sfeer van het ontwerp wordt gekeken. Dat is waar het in aanbouw zijnde kasteel ‘Stoutenburght’ in het Friese Blesdijke voor staat. Zeven jaar geleden begon Gregorius Halman (53) te bouwen aan zijn eigen burcht. Hij is nu halverwege en inmiddels is alle kritiek tegen de kasteelbouw verstomd. Halman hoopt dat bezoekers straks stil worden van de schoonheid van zijn bouwwerk.

Een bouwkundige achtergrond heeft hij niet en de bouwtekening staat niet op papier maar zit in z’n hoofd. Toch maakt kasteel ‘Stoutenburght’, zoals Halman zijn bouwwerk doopte (‘Stout’ staat voor moedig, dapper), indruk. Vanaf de weg is de burcht niet te zien maar zodra je het erf van de Blesdijker wat verder betreedt, openbaart het kasteel zich tussen de bomen in al haar pracht: een klassieke vierkante basis met vier ronde torens op elke hoek.

Twee enorme, massieve deuren bieden toegang naar het hart van het bouwwerk dat, de begane grond meegerekend, drie verdiepingen telt. Een trap in de ontvangsthal leidt naar beneden naar de van het vocht druipende kerkers waarin zelfs een cachot niet ontbreekt. Een andere gaat omhoog via één van de torens en komt uit op de eerste verdieping. Daar werkt Halman momenteel aan het hart van het kasteel: de ridderzaal.

Vanuit de ridderzaal zijn de vier torens te bereiken. De Blesdijker metselt nu aan de bogen die straks de tweede en laatste verdieping moeten gaan dragen. Het plafond van de ridderzaal krijgt als dak een grote, glazen koepel. Samen met de koepel, komen de dertig meter hoge spitstorens straks hoog boven het Friese landschap uit te steken. Nog een jaar of zeven bouwen, dan moet de burcht klaar zijn, schat Halman.

Vreemd

Bij de gemeente Weststellingwerf keken ze eerst vreemd op toen Halman eind jaren tachtig zijn plannen voorlegde voor de bouw van een heus kasteel in de tuin van zijn boerderij.Men nam hem echter serieus en samen met de gemeente stelde hij een plan van aanpak op. Na een bezoek van een delegatie van ambtenaren aan de beoogde bouwlocatie, ging men akkoord: de bouwvergunning werd verleend. Halman is er nog trots op. “Ze zeiden dat ze vertrouwen in me hadden. Daarin zal ik ze niet teleurstellen!”

“Ik heb me altijd al geïnteresseerd in toneel, historische kostuums, kastelen en andere oude gebouwen”, begint Halman het hoe en waarom van zijn kasteel uit te leggen. Twintig jaar geleden nam hij daarom een kostuumhandel in Zwolle over. Die handel heeft hij nog steeds. Wat de Blesdijker echter miste, was een plaats om de mooiste kostuums uit zijn collectie uit te stallen. Een echt kasteel bleek de oplossing. “De drang om een burcht te bouwen, zit diep bij mij. Ik zie het ook als een hobby. De één gaat paardrijden of voetballen; ik bouw eigenhandig een kasteel in mijn vrije tijd”.

Bouwmateriaal

Al sinds jaar en dag verzamelt Halman bouwmateriaal voor zijn levenswerk. Hij speurt de kranten na om partijen steen, ijzer en hout. Overal haalt de kostuumhandelaar het vandaan: siertralies uit Engeland, houten deuren uit het gesloopte deel van de Tweede Kamer in Den haag en enorme eiken dakbalken uit een afgebrand café ergens in Nederland. De toegangsdeuren en de deur van het cachot in de kerker zijn afkomstig van een gesloopte gevangenis in Assen.

Halman stalt al het materiaal op een afgelegen terrein van een buurman. Een andere buurman helpt hem de partijen sloopsteen af te bikken. De voorraad bouwmateriaal is inmiddels voldoende om de burcht mee af te bouwen. Door verschillende kleuren steen door elkaar te metselen, is het net of de muren van het kasteel al heel oud zijn. Een trucje dat Halman zelf bedacht. “Het geheim is verder dat je de voeg direct moet afwerken. Overdag metsel ik de stenen en ’s avonds voeg ik ze. Daarna veeg ik ze af met een stalen borstel.”

Al zijn bouwkennis haalt Halman uit boeken. Desondanks krijgt hij regelmatig bezoek van leerlingen van de Praktijkopleiding Bouw die de kunst willen afkijken. Het hindert hem niet. “Ze verbazen zich over mijn werk en mijn bouwwijze en de tijd en energie die ik erin steek.” Zo vergde alleen al de steigerbouw bestaande uit boomstammen en planken, veel tijd. “Een stalen constructie vind ik niet passen bij zo’n bouwwerk.”

“De liefde voor mooie gebouwen komt gelukkig weer terug”, vat Halman tenslotte zijn ‘stil protest’ nog eens samen. “Kijk maar naar het Gasunie-gebouw in Groningen. Maar dat is nog lang niet overal het geval. De bouwwereld moet weer gaan nadenken over wat ze bouwen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels