nieuws

Europese normen aluminium weinig toegepast

bouwbreed Premium

De Europese normen voor de materiaaleigenschappen van aluminium worden weinig gebruikt. 70 procent van de markt past volgens het Aluminiumcentrum verouderde normen toe. Het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) in Delft wil daar verandering in brengen.

De kennis van de Europese materiaalnormen is bescheiden, bleek op het symposium ‘Aluminium bestellen: consequenties van nieuwe Europese normen’, gehouden door het NNI en het Aluminiumcentrum in Houten. Maar dat is niet de enige reden, waarom de normen veelal op de plank blijven liggen. De handelaren in aluminium bijvoorbeeld gebruiken de Europese normen niet, omdat zij het als door de producenten opgelegde regels zien. Ook de tussenhandel en de afnemers vinden dat hun belangen onvoldoende in de normen verwerkt zijn. Ze houden het dikwijls bij verouderde normen of hun eigen afspraken. Dat bleek uit een verkenning van het NNI met subsidie van Economische Zaken. “EZ heeft er belang bij, want Europese normen zijn er ter bevordering van de handel”, zei M.E. Dijkhuis van NEN Chemie & Materialen.

Communicatie

Andere sprekers legden de nadruk op andere functies van normen. P.L.W.M. Bruinsma, directeur van het Aluminiumcentrum, noemde als doel het verhogen van de efficiëntie en verbeteren van afspraken. G.H. Nijhof, voorzitter van de NL Normcommissie Aluminium en werkzaam bij Corus RD&T, stelde dat normen de communicatie verbeteren en heldere afspraken mogelijk maken voor het leveren en afnemen van materialen en producten. Hij benadrukte dat het de normcommissie puur gaat om de materiaaleigenschappen. Er zijn nu al zo’n 140 normen, zei hij.

Aluminium is een jong materiaal en het wordt pas sinds ruim honderd jaar toegepast. De Europese norm EN V 1999 (Eurocode Aluminium) is breder dan de TGB 1990 Aluminiumconstructies. Hij is niet alleen voor de bouw, maar ook voor andere branches. “Alleen niet voor bijvoorbeeld vliegtuigen, kerncentrales en drukvaten”, licht Soetens toe. Net als de Europese normen voor hout, beton, steen en staal heeft de EN V 1999 ‘boxed values’. Dat betekent dat elk land zijn eigen waarden in de formules in kan vullen. De EN V 1999 verwijst naar een lange reeks Europese normen voor de materiaaleigenschappen van aluminium.

Soetens benadrukt, dat aluminium vrijwel nooit zuiver is. Het wordt bijna altijd behandeld en gelegeerd. In verhouding is het sterk, taai en licht van gewicht. Het is goed bewerkbaar en de oxidehuid voorkomt corrosie. Er is een grote variatie in producten, met allerlei profielen en verbindingselementen. Het is mogelijk om aluminium te walsen, zetten, buigen en extruderen (bij 400- C door een matrijs heen persen). Bovendien kan aluminium worden gegoten. Lassen is mogelijk, maar verzwakt het materiaal wel. Lijmen is wellicht beter. Th. Wolters van Fabrique, bureau voor productontwikkeling, vormgeving en communicatie in Delft, toonde zich een groot voorstander van het aan elkaar ‘klikken’ van aluminium profielen. Uiteraard kunnen aluminium onderdelen ook mechanisch verbonden worden, als zij maar niet met andere metalen in aanraking komen. Dan ‘verdwijnt’ het aluminium namelijk door galvanische corrosie.

Gieterijen

Aluminium mag wat kosten. Opdrachtgevers voor hightech toepassingen bestellen wat ze willen hebben. Afnemers voor lowtech toepassingen daarentegen zijn weinig georganiseerd en hebben slechts een diffuse kennis van het materiaal. Het risico is groot dat zij een te duur materiaal bestellen. Vooral omdat veel afnemers nog ‘denken in staal’, terwijl dat andere eigenschappen heeft. Volgens de verkenning vinden ook gieterijen en kleinere opdrachtgevers hun belangen niet terug in de Europese normen. De verschuiving van eisen aan materiaaleigenschappen naar eisen aan prestaties is bijvoorbeeld niet in die normen terug te vinden. Het gevolg is, dat de Europese normen voor aluminium weinig worden toegepast.

Reageer op dit artikel