nieuws

Creatief meedenken geeft staal Oostingh meerwaarde

bouwbreed Premium

Oostingh Staalbouw verwerkt zo’n 15.000 ton staal per jaar. Werk krijgen ze voor het overgrote deel via uitnodigingen van ontwikkelaars, architecten en aannemers. “Onze meerwaarde zit in het creatief meedenken”, zegt marketing- en salesmanager ing. R.E. Brandsen van het Katwijkse staalconstructiebedrijf.

De staalbouwdag die morgen in Amersfoort wordt gehouden heeft als thema ‘de meerwaarde van staal’. Dat thema zal worden toegelicht door medewerkers van ingenieursbureaus, woningbouwcorporaties, ontwikkelaars en architecten, maar niet door een staalbouwer. Brandsen geeft desgevraagd zijn mening over de meerwaarde die een staalconstructiebouwer aan staal kan geven. Die zijn in zijn ogen niet gering. Brandsen: “Als bedrijf zijn we niet echt een jobber, we doen geen stukwerk. Wij leveren meerwaarde door creatief meedenken. Een voorbeeld. Voor brandwerendheid zijn verschillende oplossingen te bedenken. Omdat wij veel meedenken en ontwerpend bezig zijn, hebben wij daar in de loop van de jaren ervaring mee opgedaan. Soms treden wij zelf op als constructeur. Dan zoeken wij in bouwteamverband graag het optimum in techniek en kosten.”

Werk verkrijgt Oostingh volgens Brandsen puur in de relationele sfeer van ontwikkelaars, aannemers, constructeurs en architecten. Als ze gevraagd zijn dan is het volgens Brandsen in zo’n 90 procent van de gevallen raak. Bij werk verkrijgen in directe concurrentie ligt dat percentage uiteraard anders. Veel van de gevallen die tot niks leiden ontstaan overigens doordat een opdrachtgever afziet van een project.

Omdat Oostingh benaderd wordt met werk, moeten ze goed werk afleveren. Moeten is hier het goede woord. Goed werk is namelijk een vereiste om (een volgende keer weer) te worden gevraagd. Zo heeft de Amersfoortse woningbouwvereniging ‘De Latei’ Oostingh gevraagd voor de Grotiusplaats in Den Haag voor een woningbouwproject in staal. Dergelijke appartementsgebouwen worden veelvuldig in beton uitgevoerd. Bouwtijd en kosten voor een gebouw in staal (1200 ton) bleken zo aantrekkelijk dat Oostingh na het maken van het ontwerp het ook kan gaan uitvoeren.

Het gebouw aan de Grotiusplaats komt te staan op een stalen onderbouw, een constructieve tafel van negentien meter hoog, gemaakt van buisprofielen. Daarop komt een staalskelet voor zestien verdiepingen met appartementen. Het gehele gebouw wordt totaal tachtig meter hoog. Het gebouw krijgt speciale vloeren waarin de kabels en leidingen al in de ruwbouwfase zijn weg te werken. Dat bespaart tijd. De vloer zorgt bovendien voor de ‘schijfwerking’ waardoor horizontale krachten worden afgevoerd naar windverbanden in de wanden tussen de appartementen. Die wanden zijn brandvertragend uitgevoerd door de stalen liggers en kolommen aan weerszijden van cementvezelplaten te voorzien.

De totale bouwtijd en de kosten zijn aanzienlijk gunstiger dan een uitvoering in beton. Bijkomend voordeel van de speciale vloer is dat gebruikers tot op het laatste moment kunnen beslissen over indeling van hun appartement, zelfs over de plaats van de natte groep.

Staalconcept

Een ander project waarvoor Oostingh het staal voorbereid is wat bekend staat als ‘Kavel 206A Blok 9’. Dat doen zij in opdracht van Moes Bouwbedrijf. Het gaat om een kantoorpand in Amsterdam van vijftig bij vijftig meter en met een hoogte van ook vijftig meter. Het is een bijzonder ontwerp met grote overkragingen van hele delen van het gebouw. Het ontwerp van architect Kees Christiaanse Architects and Planners in Rotterdam is in samenwerking met Oosting Staalbouw, Moes en ABT aangepast. Door kokerprofielen te vervangen door HE-profielen is een zo efficiënt mogelijk staalconcept in prijs en bouwtijd verkregen.

Dat een staalconstructiebedrijf als Oostingh vaak over de schouders van de constructeurs mee moet kijken wil niet zeggen dat constructeurs niet goed zouden zijn. Constructeurs bepalen de constructie in hoofdlijnen. Staalconstructiebedrijven doen de detailengineering. Maar het ontbreekt constructeurs volgens Brandsen aan het laatste stukje kennis over de mogelijkheden met de huidige productietechnieken bij de staalbouwbedrijven. “Wij willen die graag in een gedegen ontwerp toepassen. Het is daarom goed samen een optimaal ontwerp te maken dat is afgestemd is op de productietechnieken en de detail engineering. Alle partijen plukken daar de vruchten van.”

Besparingen

“Bij Oostingh hebben we een bepaalde manier van denken. Klein ogende verbeteringen kunnen al gauw grote besparingen opleveren. Als we erin slagen het ontwerp en de productiemethodieken goed op elkaar af te stemmen levert dat altijd kostenbesparingen op. Automatisering speelt daarbij een grote rol. ‘Zo min mogelijk handjes aan het staal’ werkt kostenbesparend”, aldus Brandsen.

Reageer op dit artikel