nieuws

Certificering brandmelders neemt toe

bouwbreed Premium

De certificering van brandmeldinstallaties begint enige vorm te krijgen, maar er valt nog veel te doen. Het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) noemt de materie van de Regeling Brandmeldinstallaties 2000 weerbarstig. Certificering vergt vooral onderling vertrouwen en een lange adem bij het aanbrengen van verbeteringen. Dat laat onverlet dat het gebruik van de regeling duidelijk stijgt.

Onderzoek leerde het NIBRA dat brandweerkorpsen vrij autonoom omgaan met de regeling. Sommige korpsen certificeren alle geëiste brandmeldinstallaties terwijl andere de certificeringskosten afzetten tegen de omvang van zo’n installatie. Op die manier maken nogal wat korpsen uitzonderingen voor relatief kleine installaties. Het NIBRA verwacht dat de brandweer meer vertrouwen in het document krijgt wanneer inhoud en effect duidelijker worden. Ruim een derde van de gemeenten nam de bepalingen inmiddels in de bouwverordening op. Enkele grote steden doen dat nog niet maar lieten weten dat binnen afzienbare tijd wel te doen. Met deze bepalingen houden de korpsen meer tijd over voor specifieke brandweerzaken. Vooralsnog wordt nog veel werk dubbel gedaan omdat de bedrijfstak en de brandweer zich vaak met het hetzelfde bezighouden.

Eisen

Lang bepaalden de korpsen zelf waaraan brandmeldinstallaties moesten voldoen, stelden er programma’s van eisen voor op en controleerden de voorzieningen. Grote gemeenten beschikken over eigen expertise en willen die niet zomaar afstoten. Vaak houden ze volgens het NIBRA uitvoering van de regeling op met het argument dat de brandweer greep op de toestand wil houden. De regeling gaat uit van de installaties; de korpsen kijken naar de algehele brandveiligheid van een gebouw. Niet altijd kan de brandweer de eigen rol terugvinden in de bepalingen. Het bestaan van de regeling van het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP) naast de NEN-normen en het bestaan van de LPCB-certificering schept verwarring. De praktijk leert dat de klachtenprocedure van de regeling weinig wordt gebruikt. Langs die weg worden klachten over bijvoorbeeld installateurs behandeld. Het NCP zou bij klachten ook sancties moeten uitvoeren.

Van derden

Het overgrote deel van de brandweer blijkt bereid om Programma’s van Eisen van derden te ondertekenen. In meer dan de helft van de gevallen maken de korpsen die evenwel zelf met de bijlage van NEN 2535. De brandweer heeft daar al een ruime ervaring mee. Daarbij sluit dit formulier goed aan op de criteria die de regeling aan dergelijke programma’s stelt. De twee verschillende formulieren scheppen verwarring. De brandweer wil liever met één standaardformulier werken.

Offerte

In de visie van het NIBRA verdwijnt het probleem wanneer branddetectiebedrijven afspreken geen installaties meer te leveren zonder certificaat. De regeling zou onlosmakelijk met een offerte te verbinden zijn. Om het gebruik van de regeling te bevorderen zou voor bepaalde gebouwen rekening moeten worden gehouden met de kosten van een certificaat. Laag risico betekent lagere kosten en omgekeerd hoger risico hogere kosten. Zo wordt het systeem inzichtelijker en toegankelijker. De brandweer moet niet in de verleiding komen de kosten als weegfactor te gebruiken. De brandweer zou volgens de regeling altijd op de hoogte moeten zijn waar en wanneer een gecertificeerde installatie wordt opgeleverd. Veel brandweren willen bij de oplevering aanwezig zijn.

Reageer op dit artikel