nieuws

Authenticiteit Pampus hoe dan ook behouden

bouwbreed

Als fort Pampus niet als de bliksem wordt aangepakt, kan de eigenaar het eiland binnenkort wel sluiten voor het publiek. Lekkende daken, muren die decimeters uit het lood staan en eroderende binnenruimten leveren te zijner tijd risico voor de jaarlijks duizenden bezoekers.

Stalactieten aan de plafonds, een bouwbestek uit 1889 dat melding maakt van een dennenhouten fundering van bijna vierduizend palen, leggen de wortels bloot van een belangrijke, tastbare historie. Maar wat heeft de bezoeker er nog aan, redeneert de eigenaar, als die tastbaarheid op instorten staat. Ook het aanpalende houten ontvangstgebouw stort over enkele jaren zeker in.

Er is een hoop werk aan de winkel op Pampus. Restauratie van het geheel kost 40 miljoen gulden. Een lieve duit, maar het gaat hier wel om het meest aansprekende onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Dé verdedigingswerken die al vijf jaar op Unesco’s Werelderfgoedlijst prijken. Bovendien zit bij de kostenpost een uitbreiding van 450 vierkante meter inbegrepen.

Om Pampus te redden, hebben Marktplan Adviesgroep uit Bussum en de Grontmij een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. De geldschietende provincie eiste een plan waarin niet alleen de technische mankementen aan bod komen. De studie moest vooral duidelijk laten zien dat de exploitatie van Pampus de komende twintig jaar realiseerbaar is. Het plan is ingediend, Pampus wacht nu op respons van de overheid.

Stichting Pampus, eigenaar van het forteiland, wil bij de uitbating van het fort geen gestroomlijnde aanpak. De authenticiteit van het verdedigingswerk moet koste wat kost behouden blijven. Jan Buné en Karel Romp, respectievelijk directeur en verkoopmedewerker van Pampus en al lang gepensioneerd, moeten er niet aan denken.

Kenmerkend

“Daar hebben we inmiddels al zat van in Nederland”, zegt Romp. “Forten waarin congressen en cursussen plaatsvinden, of waarin een aquarium is aangebracht waar kinderen vissen mogen aaien. Dat soort zaken willen wij hier niet. Mensen weten naderhand niet eens dat ze in een fort zijn geweest, zo ernstig hebben ze de zaak verspijkerd. Pampus moet in zijn huidige kenmerkende hoedanigheid worden gerestaureerd. Doen we dat niet gauw, dan kunnen we bezoekers straks alleen nog maar boven over het talud laten lopen. ‘Kijk maar wat je ziet’, is dan het enige wat we de mensen nog te bieden hebben. Je krijgt dan situaties als bij Romeinse ruïnes. De boel wordt met wat paaltjes afgebakend, en daar mag je dan omheen lopen. We willen geen splinternieuw Pampus, het moet als ruïneachtig beeld gehandhaafd blijven. Maar dan wel zo dat het niet verdergaand vervalt. Dat het als museale instelling van onschatbare waarde blijft. Bij de koop van het fort kregen we van de Staat trouwens de opdracht het fort te herstellen, anders zou de vlieger niet zijn opgegaan. Op basis van die statuten is het fort in ons bezit gekomen.”

Eisen

In het programma van eisen wemelt het van de specialistische ingrepen. Zo wordt het dak van het hoofdgebouw, van de contrescarp en de escarpmuur, afgedekt met dampdoorlatende kunststof en geballast membraan. Met daarop een gedraineerde en met sedums ingezaaide substraatlaag.

De door lekwater aangetaste gevels moeten worden gerepareerd, kozijnen opnieuw aangebracht en voorzien van glas. Een eveneens waterwerende, transparante kap moet de droge grachten overkluizen. Nieuwe geschutskoepels, gedragen door een staalconstructie en afgedekt met lood, zullen op de plaats van de oorspronkelijke worden aangebracht. Aan weerskanten van de zuidelijke poterne moet een aansluiting komen naar het ín het talud gelegen, nieuw te bouwen dienstencentrum.

Aldus luiden enkele van de voorgestelde, noodzakelijke operaties. De nieuwbouw behelst een behoorlijke uitbreiding van personeels- en exploitatieruimte. Twee kleine zalen voor de zakelijke markt bestrijken 140 vierkante meter. Ook nieuw zijn een winkeltje, toiletten en garderobe en een restaurant. Het personeel krijgt een kantoor en een kleedruimte met douches.

Op acht meter diepte

Het ellipsvormige fort met tachtig ruimten ligt acht meter diep in het eiland verzonken. Pampus moest het open gat van acht kilometer voor de haven van Amsterdam verdedigen. In 1895 werd het bouwwerk in de Zuiderzee voltooid. Er is nooit een schot vanaf Pampus gelost. Het eiland is 204 meter lang en 125 meter breed. Tegenwoordig huizen er bij toerbeurt 43 vogelsoorten.

In 1933 begint de aftakeling, de Tweede Wereldoorlog doet de rest. Duitsers slopen de kanonnen en het overige ijzer, Nederlanders het hout. Rondslingerende munitie wordt na de oorlog tot ontploffing gebracht. Hierdoor krijgt het uit 21.725 kubieke meter beton opgetrokken contrescarpgebouw keer op keer een geweldige optater. Het zijn vooral deze explosies geweest die de huidige slechte staat kenmerken.

In 1990 wordt de Stichting Pampus opgericht. Zij koopt het fort van de Staat voor 50.000 gulden. Een symbolisch bedrag, gezien het feit dat ze van Rijkswaterstaat tegelijkertijd een steiger krijgt ter waarde van 60.000 gulden. Het leger helpt in de beginjaren om het eiland van de enorme puinhoop te ontdoen. Tegenwoordig werkt de stichting met ongeveer zeventig enthousiaste vrijwilligers. Afgelopen winter bouwden zij gezamenlijk de steiger met ruim honderd meter uit. Eerder ontstond een serre en terras uit ook vrijwilligershanden. Slechts een handvol mensen staat bij de stichting op de loonlijst, zoals het fortwachterspaar.

Pampus trok dit jaar 35.000 bezoekers. Hun aantal groeit jaarlijks met dertien procent. De stichting draait sinds een jaar of drie op redelijk gezonde financiële basis.

Exploitatie voor twintig jaar gewaarborgd

Nog nooit is een schot gelost vanaf het verdedigingswerk. Het verval begon in de jaren dertig van de vorige eeuw, de Tweede Wereldoorlog en ‘wildtoerisme’ deden de rest. De restauratie van het fort kost zo’n 40 miljoen gulden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels