nieuws

Aannemers durven hout niet aan

bouwbreed Premium

De architect had het Scholencomplex en Kindercentrum Waterland graag uitgevoerd in houtskeletbouw met houten binnenafwerking. Maar het budget bleek ontoereikend en aannemers zijn nog huiverig voor deze constructie. Daarom koos het bouwteam voor een traditioneel binnenspouwblad van kalkzandsteen en buitenspouwblad van gebakken dikformaat. Nou ja, echt traditioneel werd het ook weer niet.

Het voorzieningencentrum Waterland is gebouwd in opdracht van de gemeente Leidschendam en bestaat uit vijf onderdelen. Een rooms-katholieke basisschool, een openbare basisschool, een kindercentrum, een tijdelijke onderwijsvoorziening en een gymzaal. De onderdelen functioneren zelfstandig, terwijl tegelijkertijd gemeenschappelijk gebruik mogelijk is.

Het ontwerp bestaat uit twee parallelle bouwvolumes die van bovenaf gezien licht zijn gekromd. Met een beetje fantasie lijkt het op twee naast elkaar gelegen bananen met een lengte van ongeveer honderd meter die met de bolle kant naar elkaar toe liggen. Op het punt waar de volumes elkaar het dichtst naderen, is de open ruimte overspannen met een dak op zeven meter hoogte.

Erwin Fraikin is een van de architecten van Kees Christiaanse Architects & Planners die zich met het ontwerp en de bouwbegeleiding bezig heeft gehouden. De rooms-katholieke en de openbare school zitten in het zelfde volume. De rooms-katholieke school heeft twee verdiepingen evenals de tijdelijke voorzieningen in het andere bouwvolume. Terwijl de openbare school en het kindercentrum slechts een bouwlaag hebben. Dat verschil in hoogte is aangegrepen om een dak met hellende vlakken te maken, die plaatselijk overgaan in de gevels.”

Fraikin vertelt dat het ontwerp voorzag in een gebouw opgetrokken in houtskeletbouw. “Hout brengt warmte in een gebouw. Het is glad, direct af, niet standaard en biedt de mogelijkheid om constructie en afwerking te combineren.” Maar het ontwerp was te duur. Volgens Fraikin komt dat ook doordat aannemers niet echt bekend zijn met houtskeletbouw en zich niet willen verdiepen in het bijbehorende bouwproces. Dat maakt bouwen in hout duurder. “Ze gaan liever op zeker”, aldus Fraikin.

Conservatisme

Dat conservatisme komt ook naar voren bij het wel of niet krijgen van garantie op bouwonderdelen. Fraikin: “Door het ontwerp, de lagenmaat en de daaruit volgende hoogte van de lateien moest een aantal deuren een hoogte krijgen van 2,5 meter. Gecertificeerde timmerfabrieken geven alleen garantie op deuren met een maximale hoogte van 2,4 meter. Natuurlijk staat de fabrikant achter zijn product, maar meer kan hij niet doen.” De toegepaste deuren vallen daarom buiten de garantiebepaling.

Vormgevers stranden volgens Fraikin op het garantieverhaal. Met als gevolg dat particulieren niet gauw voor een afwijkend ontwerp kiezen. Garantiebepalingen en de wens bij bouwers voor traditionele bouw zouden bijgevolg innovatieve bouw in de weg staan.

Een andere bezuiniging die is doorgevoerd, betreft de dakbedekking. Fraikin: “We hadden aanvankelijk het idee om de gewelfde daken uit te voeren in aluminium beplating. Nu is gekozen voor een stalen golfplaat die op de stalen spanten is geschroefd. Op de golfplaat komt een drukvaste isolatie die vervolgens wordt afgedekt door twee lagen dakbedekking waarvan de bovenste is uitgevoerd met een aluminium toplaag.”

Een nadeel van de gekozen methode is het zicht van binnenuit op de montageschroeven van de stalen beplating. Ook de glimmende aluminium toplaag vindt Fraikin geen succes, al weet hij dat het aluminium patina dat na verloop van tijd verschijnt, het beeld rustiger maakt.

Het niet traditionele ontwerp werd uiteindelijk volgens een traditionele bouwmethode gebouwd. Fraikin: “275 Heipalen met een gemiddelde lengte van twintig meter. Kanaalplaatvloeren bij de vlakke delen, dragende gangwanden en binnenspouwbladen van kalkzandsteen en een buitenspouwblad van dikformaat.” Dubbeldik eigenlijk, want met een dikte van zeventig millimeter is de steen lekker zwaar ten opzichte van zijn ‘normale’ lengte van 20,5 centimeter.

De gem-leerde gevel krijgt extra accent door de wijze van metselen. “Een eis was de stenen zó goed vol en zat te metselen, dat er geen voeger aan te pas hoefde te komen. De overbodige specie is er gewoon uitgekrast”, aldus Fraikin.

Stootvoegen

Het bleek voor de metselaars erg lastig om de ruimte tussen de kopse kanten van dikke stenen geheel met specie te vullen. De metselaars hebben een aanzienlijke hoeveelheid vierkante meters metselwerk moeten nalopen. Desalniettemin zijn nog steeds op veel plaatsen niet goed gevulde stootvoegen te zien.

Het was ook even wennen voor de metselaar om een goede aansluiting te maken bij de glooiende dakvlakken en daardoor in hoogte verlopende buitengevels. De dikformaten zijn ter plekke gezaagd. Van sommige stenen bleef in dikte maar twee centimeter over. Fraikin: “Het is wel leuk om te zien dat de bouwvakkers na een moeizame aanloopperiode met trots terug kijken op een bijzonder stuk metselwerk.”

De schuin lopende kalkzandstenen voor het binnenspouwblad en de gangwanden zijn in de fabriek op schuinte gemaakt aan de hand van precieze tekeningen. Fraikin: “Een afwijkend ontwerp vergt ook afwijkende investering van aannemer en architect. Met ‘in het werk op te lossen’ kom je hier niet weg.”

‘Bouwvakkers kijken met trots terug op een mooi stukje metselwerk’

Reageer op dit artikel