nieuws

Vijfde nota belemmert stedelijke vernieuwing

bouwbreed

Het kabinet moet zijn huiswerk voor de Vijfde nota en de Nota grondbeleid overdoen. In beide nota’s is te weinig aandacht voor de effectiviteit van het voorgestelde instrumentarium om ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. Zo verwoordt Neprom-directeur J. Fokkema de mening van de gezamenlijke projectontwikkelaars. Volgens hen leidt dit tot een toename van verstedelijking in gebieden waar dit juist niet beoogd is en een afname van investeringen in de noodzakelijke herstructurering van de bestaande stad.

In de Vijfde nota ruimtelijke ordening, die vandaag officieel door minister Pronk wordt gepresenteerd, gaat het kabinet er terecht van uit dat de invulling van ruimtelijke ordening niet meer vanuit de VROM-toren mag plaatsvinden. Provincies en gemeenten – overheden die de lokale ruimtebehoefte kennen – krijgen hierin een belangrijke taak. Het kabinet verzuimt echter om aan de lagere overheden werkbare instrumenten te geven waarmee zij de lokale ruimtelijke ontwikkeling kunnen sturen.

Het voorgestelde rode contourenbeleid – bebouwingsgrenzen om steden die vijfjaarlijks herzien worden – is hiervoor te vrijblijvend. Wanneer er planologische bebouwingsmogelijkheden onstaan door een verschuivende contour, kunnen gemeenten de bebouwingsdruk op zulke gebieden moeilijk weerstaan, zo blijkt in de praktijk. Hierdoor ontstaat bebouwing in gebieden waar dit veelal niet gewenst is. Dit leidt er toe dat investeringen in bestaande steden niet meer rendabel zijn en dat het herstructureringsproces van met name de naoorlogse woonwijken in gevaar komt.

Instrumenten

Om op lange termijn meer zekerheid te krijgen over waar gebouwd mag worden en waar natuur onbedreigd blijft, moet de herzieningstermijn van de rode contour worden verlengd naar eens in de tien jaar.

Verder moeten de stedelijke netwerken – het overlegplatform van samenwerkende gemeenten waarbinnen de ruimte wordt verdeeld – een minder vrijblijvend karakter krijgen.

Om gemeenten en provincies ruimere mogelijkheden te geven om bindende samenwerkingsafspraken te maken en om ze van uitvoeringsinstrumenten te voorzien, moet de Kaderwet en de Wet Gemeenschappelijke Regeling worden uitgebreid. Ook dient het kabinet de regionale samenwerking te stimuleren door meer financiële middelen vrij te maken, bijvoorbeeld via de ICES.

Bovengenoemde maatregelen zijn belangrijke voorwaarden om het ruimtelijk beleid effectief te maken. Daarbij is meer aandacht nodig voor de positie van de provincie. Door de verzwaring van de provinciale rol in het ruimtelijk beleid, zonder de hierbij horende facilitering, dreigt bij de provincies een knelpunt in de uitvoering van het beleid te ontstaan.

Grondexploitatie

Niet alleen het instrumentarium van de Vijfde nota moet worden aangescherpt, ook in de bijbehorende Nota grondbeleid laat het kabinet mogelijkheden liggen. Vorig jaar hebben VNG en Neprom in samenwerking met het Instituut voor Bouwrecht een regeling uitgewerkt die voorziet in een oplossing voor het belangrijkste knelpunt op de grondmarkt, het kostenverhaal bij grondexploitatie. Die regeling stelt gemeenten in staat om de kosten van openbare voorzieningen bij de bouw van een nieuwe locatie bij de ontwikkelaars en bouwers in rekening te brengen. Niet alleen de kosten van bestrating, groen en riolering, maar ook een flinke bijdrage aan goedkope huurwoningen.

Het kabinet heeft deze regeling – die in de ogen van de direct betrokkenen op de grondmarkt direct ingevoerd zou moeten worden – dusdanig verzwaard met allerhande nieuwe eisen dat invoering hiervan nog jaren op zich kan laten wachten en wellicht zelfs helemaal onhaalbaar wordt. Bovendien leiden de voorstellen van het Kabinet tot een enorme verzwaring van de bestuurslast bij gemeenten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels