nieuws

Ieder Vinex-mens maakt zijn eigen ruimtelijke ordening

bouwbreed

De gemiddelde bewoner van de buitenwijk heeft zich teruggetrokken uit het verwarrende stadsleven. In de veilige cocon van zijn auto zoekt hij werk en recreatie liefst ook op veilige, homogene plekken. Dat cliché wordt nu ingewisseld voor een andere misvatting: dat de Vinex-mens een nomade is, overal en nergens thuis.

Volgens Arnold Reijndorp gaat dit denken in leefstijlen uit van een samenhang tussen woning, waarden en woonvoorkeur die er niet is. Er ontstaat een nieuw soort ‘individuele’ ruimtelijke ordening.

Er bestaan twee tegenstrijdige, maar even hardnekkige, indrukken van de Vinex-wijk en haar bewoners. Het klassieke beeld dicht de kwaliteiten van de gebouwde omgeving toe aan haar bewoners: saai en homogeen. Uit die kritiek op het gebrek aan stedelijkheid krijgt men de indruk, dat het leven van de bewoners zich vrijwel geheel in die wijken afspeelt. De ‘envelop-mens’ zou zich hebben teruggetrokken uit het verwarrende en bedreigende stedelijk leven. Voor werk of recreatie begeeft men zich in de afgeschermde cocon van de eigen auto naar plaatsen die even homogeen en van vreemde smetten vrij zijn.

Het andere, nieuwere stereotype beeld verbindt de Vinex-wijk met een postmodern menstype. Deze “nomade” is niet langer gebonden aan een bepaalde plek en kan overal wonen. Eigenlijk is de omgeving waar de woning staat helemaal niet meer interessant. Men kan in de stad wonen zonder stedeling te zijn en in een Vinex-wijk zonder zich buitenwijker te voelen. De nieuwe nomade is eenvoudig nergens en dus overal thuis.

Beide stereotypen vinden elkaar in het reisgezelschap. De Vinex-wijk vertoont inderdaad grote overeenkomsten met de collectief georganiseerde individuele arrangementen die de huidige toeristenindustrie aanbiedt.

Droomhuizen

Hoe wordt men nu lid van dit reisgezelschap? Hoe komt men in een Vinex-wijk terecht?

De belangrijkste tendens is de toegenomen mobiliteit. Je hoeft niet meer dicht bij het werk te wonen. Sterker nog, je doet er verstandig aan je woonplek strategisch te kiezen ten opzichte van een veelheid aan werklocaties. Dat betekent niet dat de woonplek onbelangrijk wordt. Integendeel: de kwaliteit van de plek, zowel van de woning als de omgeving, wordt juist van meer gewicht.

De tweede tendens is de grotere verscheidenheid in levenswijzen. Ook hier zien we een grotere vrijheid in de manier waarop mensen hun leven inrichten. Sommigen willen stedelijk wonen, anderen meer suburbaan of echt landelijk. Die voorkeuren zijn meer cultureel dan functioneel bepaald. Al zou het voor sommigen handiger zijn in de stad te wonen, toch geven ze de voorkeur aan een landelijk woonplek – en andersom.

Omdat het aanbod van echte stadswoningen en huizen in het groen beperkt en duur is, zeker in de Randstad, is een groeiende groep aangewezen op de Vinex-wijken. Die proberen op kleine schaal de differentiatie te bieden waar kennelijk vraag naar is. De koper van een ‘stadswoning’ kijkt uit op de ‘boerderette’, de bewoner van de ‘kasbahwoning’ kan zich oriënteren op de ‘vuurtorenwoning’ van de buren.

Ze zijn daarmee niet ontevreden, maar dromen nog steeds wel van dat echte huis in die ideale omgeving.

Vagebonden en flaneurs

De werkelijkheid van de Vinex-wijk is dus niet eenduidig en het leven van de Vinex-mens evenmin. Dat wordt gekenmerkt door tegenstrijdigheden en een dubbelzinnige verhouding met de wijk waar men woont. De Vinex-mens is inderdaad in sommige opzichten een nomade, maar anders dan de modieuze term suggereert.

Voorheen was de levensweg die men zou volgen al vroeg duidelijk. Het doel was bekend en het traject waarlangs dat zou worden bereikt ook. Zoals voor een pelgrim, die niet halverwege een geheel andere bestemming bedacht. En dat is nu precies wat de post-moderne mens, die wij hier voor het gemak maar even Vinex-mens hebben genoemd, wel doet. Daarom wordt hij wel vergeleken met een vagebond, flaneur, toerist of speler. Waar het op neer komt is, dat hij zich niet vastlegt. De Vinex-mens houdt zolang mogelijk alle opties open.

Het leven van de Vinex-mens wordt bepaald door de noodzaak voortdurend te kiezen. Zelfs het volgen van een traditionele levenswijze is een bewuste keuze. Gewoonten zijn onderwerp van reflectie geworden: waarom doe ik het zo, hoe doen anderen het, zou ik dat ook willen? Zonder veel principiële of morele bezwaren kan men de keuze veranderen.

Dit maakt tevens duidelijk dat de zogenaamde individualisering in hoge mate een collectief proces is. Het is kijken en weten dat je bekeken wordt. Zorgen dat je de trend niet mist of juist angstvallig afstand houden van alles wat maar op een trend lijkt.

Modules

De keuze voor een bepaalde woning op een bepaalde plek wordt in eerste instantie wellicht gestuurd door praktische overwegingen, maar is tegelijk een belangrijk stukje in het verhaal dat men van zichzelf wil vertellen.

Daarop speelt in het aanbod een zekere modularisering van mogelijke levenwijzen in. Er worden geen complete levensverhalen aangeboden; net als studierichtingen zijn vervangen door pakketten en modules, kan men zijn levensverhaal samenstellen uit modules op de leefstijlenmarkt. De Vinex-mens assembleert als het ware een levenswijze uit de aangeboden onderdelen. Sommigen streven daarbij naar samenhang, maar anderen zoeken juist het contrast en combineren schijnbaar niet bij elkaar passende modules.

De Vinex-mens eist het recht op inconsequent te zijn en keuzes te maken die op het eerste gezicht niet tot hetzelfde verhaal behoren. Het feit dat men niet in de stad woont, wil nog niet zeggen dat men geen stedeling is. En dat men kiest voor een georganiseerde rondreis, betekent helemaal niet dat men een clichématige toerist is.

Vinex als centrum

Ook de individuele ruimtelijke ordening laat zich aan de officiële ruimtelijke ordening weinig gelegen liggen. Planologen en stedenbouwkundigen beschouwen de snelwegen en spoorlijnen tussen stad en buitenwijk als barrières die tegen enorme kosten moeten worden geslecht; de Vinex-bewoners echter beschouwen ze als snelle verbindingen met eveneens perifeer gelegen werklocaties, voorzieningen, en woonplaatsen van familie en vrienden in andere stadsranden.

In de beleving van veel bewoners is niet de stad, maar de Vinex-wijk het centrum van een stedelijk landschap. Uit een groeiend aanbod van verschillende plekken (natuurgebieden, uitgaanscentra, kantorenparken) stelt de Vinex-mens zijn eigen stad samen. Het woonwerkverkeer is voor de Vinex-mens daarom maar een onderdeel van vele kriskrasbewegingen.

Deze ‘nieuwe stedelijkheid’ weerspiegelt de flexibilisering op de arbeidsmarkt, wisselingen in persoonlijke relaties, veranderingen in verantwoordelijkheden binnen huishoudens, culturele trends in wonen en recreëren.

Openbaar is privé

De stelling dat de openbaarheid in verval zou raken, omdat men zich in het privé-leven terugtrekt blijkt niet houdbaar. Juist omdat dat privé-leven zo gecompliceerd is, dringt het steeds meer in de openbaarheid door.

Dat is pas goed duidelijk geworden door de massale verbreiding van de gsm. Daardoor wordt men op ieder moment en op elke openbare plek direct geconfronteerd met de meest intieme details van het leven van volslagen vreemden. Ook de organisatie van het gebruik van de openbare ruimte is er opnieuw door veranderd. ‘Ontmoeting’ is steeds minder toevallig of gebaseerd op de routine van de vaste plaatsen (het stamcafé), maar wordt op ieder moment op elke plaats via de gsm gearrangeerd.

Op die manier wordt de openbare en collectieve ruimte van het stedelijk veld meer en meer een ruimte waarin verschillende kleine reisgezelschappen rondtrekken en hun plek innemen.

Attractieve ruimte

Is al die mobiliteit niet vooral ‘vermijdingsmobiliteit’, gericht op het vermijden van alles wat vreemd is?

Het is ontegenzeggelijk waar dat de individuele ruimtelijke ordening wordt gedreven door dromen en angsten. In het officiële beleid is daarvoor weinig aandacht. Toch is het de voedingsbodem voor tal van nieuwe, gethematiseerde omgevingen en plekken, van ‘koopgoot’ tot CenterParcs.

Het zijn vaak banale, eendimensionale vertalingen van de angsten en dromen. Ze appeleren slechts zeer ten dele aan de nieuwsgierigheid die de postmoderne Vinex-mens wel degelijk kent. Door dit weinig gedifferentieerd aanbod wordt de creatie van een individueel landschap ernstig beperkt . Wat we daarom nodig hebben is een geheel andere ruimtelijke ordening dan de huidige die nog steeds uitgaat van functionele verbanden en hierarchiën.

Waar we dringend behoefte aan hebben is een ruimtelijke ordening die gebruikt maakt van de waanzinnige explosie van attractieve plekken, van culturele betekenissen en identiteiten in het stedelijk veld.

Netwerkstad

De eigen ruimtelijke ordening en modularisering van levenswijzen lijkt naadloos te passen in het concept van de netwerkstad, zoals dat nu ook in het ruimtelijk beleid is doorgedrongen. Maar ook dat concept netwerkstad wordt nog functioneel begrepen. Knooppunten worden bijvoorbeeld vooral gezien als openbaar-vervoersknooppunten. Maar wat is hun belang? Andere knooppunten kunnen van veel meer belang zijn, zoals de tennisclub en het pretpark.

Zowel onder invloed van de culturele sector, de vrije-tijdsindustrie, de ontwikkelaars van nieuwe natuur als de woningbouwers ontstaat een nieuwe culturele ruimtelijke ordening van allerlei merkwaardige plaatsen die met elkaar wedijveren om de gunst van de Vinex-mens die op zoek is naar nieuwe belevenissen en ervaringen. Men kan die ontwikkeling afdoen met een kritiek op de commercialiteit of het gebrek aan authenticiteit ervan, feit is dat ze betekenis hebben in de organisatie van het dagelijks leven en de levenswijze van heel veel mensen.

Het zijn deze voorzieningen van de massa-cultuur die de nieuwe publieke domeinen van onze tijd zouden kunnen vormen. Tot nu toe worden ze echter in het ruimtelijk ordeningsbeleid alleen als ruimtebeslag meegerekend en als culturele factor genegeerd. Het cultuurbeleid heeft geen oog voor de betekenis van deze nieuwe plaatsen.

Het is geenzins ondenkbaar dat een Vinex-wijk ook voor anderen dan bewoners en hun familie en kennissen een interessante plek vormt. Het is evenmin ondenkbaar dat pretparken worden opgenomen in een nieuwe stedelijke ervaring op een grotere schaal dan die van de huidige stad.

Nieuwe culturele dwarsverbanden kunnen ontstaan dankzij de dubbelzinnige verhouding die veel Vinex-bewoners hebben met hun wijk. Die biedt kansen voor een veel grotere differentiatie, niet in termen van dichtheid, maar op punten die veel wezenlijker zijn voor het ‘stedelijke’ danwel ‘landelijke’ karakter.

Grotere differentiatie

We moeten oppassen dat we niet van de regen van de Vinex in de drup van het ‘wilde wonen’ terechtkomen. Dat moet vooral worden ingezet om een veel grotere differentiatie in woonomgevingen te bewerkstelligen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je een nieuw woongebied in plaats van beter, minder goed bereikbaar maakt? Of afziet van voorzieningen, of juist een combinatie maakt met grootschalige winkel-, uitgaans- of sportvoorzieningen? Of als je op de ene plek veel collectiever en op de andere veel individualistischer te werk gaat. Als je bouwrechten verkoopt in een verder onverkaveld veld of bos? Of als je juist volledig inzet op een omgeving die met heel veel zorg wordt ingericht en beheerd?

Dan ontstaan er gebieden die veel meer recht doen aan de manier waarop de Vinex-mens zijn leven en ruimte organiseert.

Dit is een verkorte versie van een lezing gehouden bij de tentoonstelling Viva Vinex! die tot en met komend weekend te zien is in De Paviljoens te Almere.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels