nieuws

FNV Bouw wil moderne bedrijfstak

bouwbreed

“Mag ik de datum noteren wanneer we de boel plat gooien?” schalt het door de rokerige bouwkeet. Instemmend gejuich gaat op. De ijzervlechters op de bouwplaats op de Vinex-locatie bij Barendrecht hebben er zin in. De worst van zes procent loonsverhoging die FNV districtsbestuurder C. Peijster hen net heeft voorgehouden, mist zijn uitwerking niet. Toch gaan de cao-eisen van 2001 om meer dan geld: de bouw moet een moderne bedrijfstak worden.

“De stakingsbereidheid is er,” zegt Peijster, “maar we hopen dat we acties kunnen voorkomen. Je hebt altijd spanning nodig bij het afsluiten van een cao, maar staken is voor niemand goed.” De grootste vakbond in de bouw zette – samen met de Hout- en Bouwbond CNV en het Zwarte Corps – bij de cao-onderhandeling hoog in met een looneis van zes procent. Het gaat goed in de bouw en daar moeten de werknemers meer van profiteren, vinden de bonden.

FNV Bouw wil ook verhoging van de kilometervergoeding, een eenvoudiger reisurenregeling, verhoging van de eindejaarsuitkering en verplichte kosteloos verstrekte werkkleding bij vorstverlet.

Werkgevers

“Rabiaat” en “onverantwoord” vonden de werkgevers. Maar het is nog lang niet alles. Als het aan de FNV ligt, stellen werknemers in de toekomst zelf aanvang en eindtijd van hun werk vast, bepalen zelf atv-dagen en vakantie en hoeven maximaal nog maar vier uur per maand over te werken. Op de bouwplaats moet extra veiligheid komen, erbuiten wil de FNV voor werknemers een omscholingsfonds en een fonds voor kinderopvang, kraamverlof, zorgverlof en tien dagen volledig doorbetaald rouwverlof.

“Waarom niet? In andere sectoren kan het al jaren,” vindt Peijster. “Het is tijd dat we van de bouw ook een moderne bedrijfstak maken.

Leden

Al die conservatieve werkgevers in de bouw zouden dat eens moeten gaan inzien. Als de arbeidsvoorwaarden worden gemoderniseerd, worden we een stuk aantrekkelijker voor nieuw personeel, waarom we dringend verlegen zitten.”

Met vier FNV-collega’s rijdt de vakbondsman dagelijks een stuk of tien bouwplaatsen af om tijdens de schaft leden en potentiële leden te informeren over de stand van zaken. Peijster praat, de anderen delen potloden, pamfletten, flesopeners en pennen uit. Timmerlieden klauteren bij het zien van de delegatie direct van de steigers af om een vuist vol potloden op te halen. Een enkeling wil niks met de vakbondsmannen te maken hebben. “Hoezo, we hebben het toch goed?”, zegt een dakdekker.

Respons

“Het komt voor dat metselaars al in het donker om zeven uur staan te werken. Om half tien begint de opperman eens met zijn werk. Kijk, dat kan dus niet, hè,” zegt Peijster. “Daarom pleiten wij dus voor meer zeggenschap van werknemers bij het vaststellen van werktijden.”

De koffiedrinkende ijzervlechters kijken de FNV-man zwijgend aan, een zwaar sjekkie tussen de eeltige vingers. Een keet verder komt de respons pas goed los, wanneer het werkgeversvoorstel om alleen nog te betalen voor gewerkte uren aan de orde komt. Kort na de vorstperiode blijkt het een heet hangijzer. Menig werkgever heeft een eigen risico in de verletverzekering, die bepaalt dat de eerste 72 uur dat aan de vorstverletnorm is voldaan, niet worden uitbetaald. “Effen een vraagje,” bromt een boze metselaar. “Als ik netjes om zeven uur op mijn werk ben en mijn baas zegt dat ik weer kan gaan, kan het gebeuren dat ik in de zomer die dag moet inhalen? Ik mag een dag bloeien omdat zij een lage premie betalen?”

Actiebereidheid

De stemming in de kort ervoor nog gezellige keet slaat om. “En laten jullie je straks weer afschepen met twee of drie procent loonsverhoging?” wil een ander weten. “De bazen verdienen schuiten vol met geld. Het is tijd dat wij daar ook wat van krijgen. Anders gaan we naar de Malle Jan.” Peijster schrikt ervan. “Er komt geen koehandel. We vragen zes procent en daar houden we aan vast. Moeten we toch iets inleveren, dan vragen we er iets anders voor terug. Maar drie procent is uitgesloten.”

Een zelfstandig timmerman, die in een hoek meeluistert, heeft weinig fiducie in de actiebereid. “Die tijden zijn voorbij. Hier hebben ze een grote mond, maar als ze buiten staan is het weer ieder voor zich.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels