nieuws

Defensietechniek houdt constructie in de gaten

bouwbreed

Defensietechniek waakt over de Nederlands Hervormde kerk in de kleine Friese stad. Tot eind vorig jaar deed het Centrum voor Houttechnologie van TNO Bouw onderzoek naar de houtconstructie van de kerk.

Momenteel worden er verschillende sensors in de kerk geplaatst om de kwaliteit van het bouwwerk te monitoren. Dit betekent een heel andere aanpak dan gewoonlijk. “Half verrot is ook half goed”, vat J. de Jong, de werkgroepleider van TNO het nieuwe uitgangspunt samen. Want monitoren betekent dat gekeken wordt of de constructie nog goed genoeg is om het gebouw te dragen.” Daarbij wordt naar drie zaken gekeken, vervolgt De Jong. “We kijken naar vocht, de aantasting van de constructie door schimmels en insecten en naar de sterkte van de constructie.”

Het vocht wordt met een aantal sensoren gemonitord. Daartoe behoort onder andere een lekkoord. “Het lekkoord kun je ook zien als een incontinentieluier. Wordt het nat dan pikt een sensor een signaal op.” Deze techniek is ontwikkeld in samenwerking met de defensieafdeling van TNO-FEL. De sensors zijn op afstand uitleesbaar door een vochtmeter. Van deze lekkoorden wil TNO er zeven à acht in de kerk plaatsen.

Traps

Aantasting van de constructie door beestjes wordt in de gaten gehouden door middel van de zogenaamde ‘traps’. “Heel eenvoudig werkt dit”, vervolgt De Jong. “We plakken papier over een aangetaste plaats waar wij insecten vermoeden.” Elk jaar wordt dit papier gecontroleerd op gaatjes. Zijn die er, dan weten de TNO’ers dat er beestjes door uitgevlogen zijn.

Ook de sterkte van de constructie wordt met papier gemeten. Op cruciale punten worden stroken papier geplakt. Zijn ze na verloop van tijd gescheurd, dan beweegt de houtconstructie van de kerk.

Volgens De Jong is de monitoring van de kerk de eerste fase in een volgend project om problemen in houtconstructies beter te monitoren en te signaleren. “Alle drie deze technieken willen we uitwerken tot een gezamenlijk systeem.”

Zo wordt de activiteit van larven in het hout ook gemeten aan de hand van de trilling die zij voortbrengen. “De knaagkarakteristiek van de insectensoorten hebben we inmiddels in de computer. Aan de hand daarvan kunnen we in de toekomst in een gebouw vaststellen welke larve in het hout actief is.”

De Jong verwacht dat deze metingen binnen het systeem eens in de vijf jaar plaats vinden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels