nieuws

Buisleiding vervangt hoogspanningsmast

bouwbreed

Gasgeïsoleerde leidingen (GIL) transporteren vrijwel probleemloos hoogspanning over grote afstanden. De elektrische verhoudingen komen nagenoeg overeen met die van luchtkabels aan masten. Het isolerende gas veroudert niet, zodat de technische levensduur van het systeem vrijwel onbegrensd is. De grote leidingdoorsnede beperkt de elektrische verliezen.

De veiligheid van een GIL laat niets te wensen over, benadrukt fabrikant Siemens Energietransport en -Distributie uit het Duitse Erlangen. De leidingen zijn ondergebracht in buizen uit een aluminiumlegering. Die weerstaan ook interne storingen. Om die reden kunnen hoogspanningsleidingen in auto- of spoortunnels worden ondergebracht of aan bruggen worden gemonteerd.

Een GIL weerstaat maximaal 2000 megawatt. De spanningsgrens ligt bij 550 kilovolt, terwijl de toegelaten stroomsterkte 4000 ampère bedraagt. De fabrikant rekent lage capacitieve en ohmse verliezen voor. Die verminderen de bedrijfskosten en maken de aanleg mogelijk van lange leidingen zonder blindstroomcompensatie. Het systeem is elektrisch gesloten. Blikseminslag heeft zo geen direct effect. Problemen met elektromagnetische velden zijn er niet. De stroom in de geleider wekt een compenserende stroom in de buismantel op.

Een GIL kan zonder meer in de grond worden gelegd. Een aantal polymere afdeklagen voorkomt corrosie van de buizen. Die komen in voorgemonteerde lengten van 10 tot 20 meter op de locatie, waar ze tot bouwdelen van maximaal 120 meter worden samengesteld.

Het uiteindelijke leggen gebeurt op dezelfde wijze als bijvoorbeeld met gasleidingen. De aluminiumbuis laat een buigingsstraal van 400 meter toe. Voor bochten van 4 tot 90 graden levert de fabrikant speciale koppelstukken.

De leiding ligt op een diepte van 2,5 meter. Om de 1,2 of 1,5 kilometer komt een meetschacht. Daar bedraagt de legdiepte 1,5 meter. Tussen leiding en schacht zit een scheidingsstuk, dat voorkomt dat gas naar buiten treedt. In de schacht zit ook een compensator die de rek en krimp in de leiding opvangt. De delen schuiven door middel van een steker en een bus in elkaar. In de buis rust de geleider op een conische isolator, waarvan de voet op een andere isolator staat.

Ventilatie

Zogeheten microtunnels maken de aanleg van een GIL in stedelijke gebieden of onder water mogelijk. Een doorsnede van 3 meter is voldoende voor twee systemen. In dat geval staat er maximaal 4000 megawatt op de leidingen. Dat vereist afdoende ventilatie.

Siemens ontwikkelde in 1976 de eerste generatie van de GIL. Het verschil met de recent voorgestelde tweede generatie zit in de samenstelling van het isolerende gas. Dat bestaat voor 80 procent uit stikstof en voor de rest uit hexazwavelfluoride. Wereldwijd ligt intussen zo’n honderd kilometer ‘hoogspanningsbuis’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels