nieuws

Brandveiligheidstests gaan voorbij aan praktijk

bouwbreed

Net als veel andere kunststoffen levert piepschuim, of EPS, gasbranden op. De brand verspreidt zich veel sneller dan de laboratoriumproeven doen geloven. De normen moeten hoognodig worden bijgesteld.

Chemicus W. Dijkhuizen laakt de opstelling van verenigde EPS-fabrikanten, Stybenex. Ze nemen in zijn ogen in de discussie die is losgebarsten een vrij formeel standpunt in en benadrukken hoe goed ze voldoen aan de bouwregelgeving. De fouten liggen vooral bij anderen. Bij dakdekkers die met een brander aan de gang gaan, of bij aannemers die het met de detaillering niet zo nauw nemen. Maar je moet de maatschappij tegen dergelijke fouten beschermen en veel stringentere eisen verbinden aan EPS, vindt Dijkhuizen. Het is naar zijn mening al misgegaan bij het opstellen van de normen.

Hij sluit zijn ogen niet voor de goede eigenschappen van EPS: het is strak, licht, goedkoop en isoleert uitstekend. Maar als isolatie in gebouwen moet het vanwege het brandgevaar volgens hem terughoudend worden gebruikt. Gebruik in vrijstaande huizen en rijtjes eengezinswoningen is wel verantwoord, vindt Dijkhuizen, want daar hebben de bewoners bij brand voldoende mogelijkheden om weg te komen en is het gevaar van overslag niet zo groot. Maar bij flats en hotels zou het materiaal zeer terughoudend toegepast moeten worden. Ook als het met bepaalde beschermingsmaatregelen in theorie veilig zou zijn.

De veelbesproken brandvertragers missen hun effect vanwege de depolymerisatie. De vrijkomende gassen onttrekken zich eenvoudigweg aan de toevoegingen. Ook afschermingsmiddelen en slimme details voldoen niet. Want iedereen weet dat aannemers wel eens een steekje laten vallen, als ze al niet bewust sjoemelen met de voorschriften om tegen een scherpe prijs het werk te kunnen doen. Het is volgens Dijkhuizen vragen om moeilijkheden. Een latje of een kleine beschadiging in de gipskartonplaat of de stuclaag en de vlammen hebben vrij spel.

Gemakkelijk

Dijkhuizen beseft dat hij op een heel andere manier naar de brandbaarheid van kunststoffen kijkt dan anderen. Hij doet dat vanuit veertig jaar ervaring met de ontwikkeling en industriële toepassing van kunststoffen. De normen heeft hij nooit zonder meer geaccepteerd. Het is gemakkelijk om aan de gekunstelde laboratoriumsituaties te voldoen. Een testinstituut dat het gewenste rapport levert, is volgens hem ook zo gevonden. De praktijk is voor hem altijd maatgevend geweest.

Als betrekkelijke buitenstaander in de wereld van de brandveiligheid denkt hij dat hij dat scherper ziet. Die indruk is bij hem na gesprekken met brandweerlieden alleen maar versterkt. Ook daar is weinig kennis van het brandgedrag van kunststoffen. “Je mag al blij zijn als ze de normen hanteren en naleving controleren. Dat die normen niet deugen is vers twee.”

Daarom is hij ook zo bang dat een groep als de Commissie Alders, die de cafébrand in Volendam onderzoekt, de fouten maakt die altijd worden gemaakt, door er de bekende mensen uit het brandveiligheidkringetje als experts bij te halen. Die zijn van nature niet geneigd toe te geven dat de tests die ze dag-in-dag-uit in hun laboratoria uitvoeren niets zeggen over de praktijk. Net als de normen die ze controleren.

Voorspelbaar

Dijkhuizen noemt dat het not-invented-hear syndroom: “Wat die buitenstaander zegt, kan niet deugen”. Zo komen ze weer met de bekende, voorspelbare oplossingen op de proppen, die uiteindelijk niet voor de noodzakelijke fundamentele verandering zorgen die nodig is. Dijkhuizen hoopt dat Alders de spiraal zal doorbreken en het lef heeft eens te luisteren naar outsiders. “En laat hij dan vooral eens wat chemici raadplegen. Want die weten echt wat er gebeurt bij een brand.”

‘Alders moet vooral eens chemici raadplegen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels