nieuws

Brandbaar EPS veilig bij juiste aanpak

bouwbreed

In Cobouw van maandag 15 januari stond gelukkig al een nuancerende reactie. Zoals TNO-deskundige Van Mierlo daar laat optekenen is er bij een goede detaillering eigenlijk niets aan de hand. EPS is brandbaar, zeker. Daar moet je als bouwtechnisch ontwerper dus rekening mee houden.

Elk isolatiemateriaal heeft zo zijn nadelen. Polyurethaanschuim heeft de neiging tot krom trekken. Dus moet je het extra goed bevestigen. Minerale wol is gevoelig voor herhaalde belasting. Dus moet je het van een harde

toplaag voorzien. En EPS moet je beschermen tegen directe vuurbelasting. Dan zijn het alle drie goed functionerende isolatiematerialen.

Het ‘dunne pleisterlaagje’, waar Boes het over heeft, is bij buitengevelisolatie in werkelijkheid in de meeste omstandigheden een afdoende bescherming, die trouwens een nauwkeurig omschreven mechanische weerstand moet hebben. Brandproeven hebben ondubbelzinnig aangetoond dat een dergelijke constructie een goede brandwerendheid heeft.

Normale bouwtechniek

Dat neemt niet weg dat wanneer er een verhoogd risico is van beschadiging – zoals op begane grond niveau – het is aan te bevelen een andere afwerking te kiezen. Een kwestie van normale bouwtechniek.

Als saillant voorbeeld van het grote gevaar van EPS noemt Boes de Rotterdamse dakbrand door een vuurpijl in de nieuwjaarsnacht 1999/2000. Dramatische teksten gaat hij daarbij niet uit de weg: ’29 gezinnen moesten voor vele maanden hun woning (of wat ervan was overgebleven) verlaten’. Naar zijn zeggen was het een ‘geluk’ bij een ongeluk dat brandoverslag naar de dikke laag gevelisolatie (van EPS) kon worden voorkomen.

Wat een onzin. In de eerste plaats was het niet het polystyreenschuim waardoor ‘de brand zich razendsnel over het dak kon verspreiden’. De inderdaad zeer snelle uitbreiding van de brand werd veroorzaakt door de extreme brandbaarheid van de kunststof dakbedekking.

Volgens Boes was de vuurpijl door ‘de op zich enigszins brandbare kunststoffolie laag gedrongen’. Een prachtig eufemisme.

De dakbedekking (ik zal de soort maar niet noemen) brandde zo snel dat over het grootste deel van het dak de EPS isolatie niet eens de kans kreeg zijn ontbrandingstemperatuur te bereiken en alleen wegsmolt. Onder de EPS-isolatie bevond zich een houten dakbeschot met daarop een dampremmende laag van gebitumineerd glasvlies. Deze laag was na de brand voor een groot deel nog intact en ook het houten dakbeschot was nauwelijks beschadigd.

Omdat nog een aantal woningblokken was voorzien van dezelfde dakbedekking, liet de eigenaar van het complex, woningbouwvereniging Rotterdam, het materiaal in het BDA-laboratorium testen op vliegvuurbestandheid. Daar is een proef voor waaraan volgens het Bouwbesluit iedere dakbedekking moet voldoen. Het resultaat was desastreus. Na enkele minuten moest het monster geblust worden, zo heftig brandde het materiaal. Met zo’n dakbedekking had een ander isolatiemateriaal niet uitgemaakt voor de brandverspreiding bij de vuurpijlbrand. Overigens zijn de meeste dakbedekkingen (ook van kunststof) bestand tegen vliegvuur.

Brand naar boven

En dan nog de opmerking over de mogelijke brandoverslag naar de gevelisolatie. Brandoverslag vindt nooit naar onderen maar altijd naar boven plaats. Hete lucht volgt gewoon de wetten van de natuurkunde en stijgt zeer snel omhoog. Uiteraard is het rekenmodel voor de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag daarop gebaseerd.

Kortom, er is geen enkele reden voor een heksenjacht op welk isolatiemateriaal dan ook. Wel voor goede voorlichting aan ‘brandexperts’ op het gebied van de bouwtechniek.

De brandveiligheid van het isolatiemateriaal EPS veroorzaakt een verhitte discussie. Aanleiding is de waarschuwing van ing. A. Boes (Cobouw 12 januari). ‘Onterechte stemmingmakerij’ en een ‘bijkans hysterische aanval’ op EPS, vindt prof. ir. N.A. Hendriks. ‘Suggestief, misleidend en ongepast’, reageert ir. J. Teppert.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels