nieuws

Almere weigert het putje van de Randstad te zijn

bouwbreed

“Almere wil best de ruimtenood in het noordelijk deel van de Randstad oplossen. Tot 2030 zou het gaan om zo’n 80.000 woningen. Maar het moet duidelijk zijn dat zonder rijkssteun geen enkele gemeente een dergelijk groeiscenario aan kan.” D. Halbesma, wethouder van Ruimtelijke Ordening van Almere, wil aan de groeitaak geen voorwaarden stellen. Liever heeft hij het over het uitonderhandelen van een totaalpakket. “Maar we moeten niet het putje van de Randstad worden.”

In Almere is bouwen nog altijd aan de orde van de dag. Jaarlijks worden in de jongste stad van Nederland een slordige 3000 huizen opgeleverd. Daarmee groeit de gemeente iedere twaalf maanden gemiddeld met zo’n 7000 huishoudens. Inmiddels telt Almere dan ook 150.000 inwoners.

Het zijn deze cijfers geweest die het gemeentebestuur vorig jaar aan het denken hebben gezet. “Je hebt een bouwtaak, maar nu de stad flink is gegroeid, wordt de beheerstaak steeds belangrijker. Hoe ga je om met de bestaande stad in relatie tot de groei”, zegt Halbesma.

Het structuurplan, dat de grote lijnen voor Almere beschrijft, was oud en voldeed niet meer. Er moest een nieuw plan komen, waarin antwoorden worden gegeven op vragen als: hoe moet Almere verder groeien, maar vooral ook hoe de huidige stad verder wordt ingericht.

Halbesma: “Ik zeg altijd: om de zoveel jaar is een huis toe aan een nieuw likje verf en een rolletje behang. Dat is ook het geval met Almere. Sommige delen van de stad zijn verouderd en toe aan een opknapbeurt.”

Aanzet

De startnotitie, met de prikkelende titel ‘ Almere, stad vol toekomst’, vormde in de zomer vorig jaar de eerste aanzet tot het nieuwe structuurplan. Vervolgens werd een informatie- en inspraaktraject met de bewoners van Almere uitgestippeld.

Drie zogenoemde lagerhuisdebatten, met thema’s als wonen en samenleven, economie en verkeer en groen,water, kusten en voorzieningen moesten de Almeerder over zijn of haar stad aan het denken zetten. “We wilden dat het structuurplan in de stad zou gaan leven. Ook verwacht je als bestuurder dat men misschien komt met plannen die wij over het hoofd hebben gezien.”

Op straat

De wethouder van Ruimtelijke Ordening denkt lang na over een antwoord op de vraag of die verwachtingen ook zijn uitgekomen. “Er zijn vier tot vijfhonderd Almeerders op de bijeenkomsten afgekomen. Ik ben zelfs op straat aangesproken. Volgens mij leeft het wel. Zeker de mensen die langer in Almere wonen denken na over hoe de stad zich verder moet ontwikkelen. Alleen, andere ideeën hebben we niet gehoord.”

In maart of april staat de slotbijeenkomst over het structuurplan gepland. Maar de definitieve nota laat dan nog even op zich wachten. Reden daarvoor is de studie die op dit moment naar de ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland wordt verricht. Daarbij is de richtlijn de Vijfde nota ruimtelijke ordening.

Hierin staat de rol van Almere als overloopgemeente van de randstad geformuleerd. Volgens Halbesma kan dat neerkomen op het bouwen van nog zo’n 80.000 woningen na 2010. In die visie zal Almere uitgroeien tot een stad met zo’n 350.000 inwoners.

“In het verleden, maar ook tijdens de debatten zijn in Almere wel vraagtekens gezet bij een verdere groei. Die worden dan vooral ingegeven door zorgen over de bereikbaarheid van en werkgelegenheid in Almere.”

Buiten kijf staat volgens Halbesma dat Almere rijkssteun nodig heeft om te kunnen voldoen aan haar groeitaak. Die steun moet er ook zijn voor een verbetering van de infrastructuur.

Naast het opwaarderen van de A1 en de verbinding A6-A9 pleit de gemeente voor een spoor- en wegverbinding door het IJmeer, een hoogwaardige openbaar-vervoer-verbinding richting Utrecht en het doortrekken van de N30/A30 naar de A6.

Halbesma spreekt van een totaalpakket dat hij met het Rijk wil uitonderhandelen. “Uiteindelijk moet dat leiden tot een convenant, waarin afspraken worden gemaakt over de bouwtaak en rijksbijdragen in infrastructuur, maar ook werkgelegenheid, gezondheidszorg en onderwijs.”

Arbeidsplaatsen

Vooral de bereikbaarheid weegt voor Almere zwaar. Dagelijks verlaten zo’n 40.000 Almeerders de stad om elders aan het werk te gaan. Voortvarend werkt Almere aan het aanbod van grote werklocaties als Almere Poort en Stichtse Brug. Achter het centraal station verrijzen diverse kantoorkolossen.

Dit alles werpt zijn vruchten af. Immers, over de afgelopen vijf jaar was Almere Nederlands koploper met een economische groei van 6,5 procent. Daarmee wordt gemakkelijk de doelstelling van 4000 arbeidsplaatsen per jaar gehaald.

“Maar het is nodig”, benadrukt Halbesma, “dat we, om dit vol te houden, medewerking krijgen. Bedrijven waarvoor in andere gemeenten geen plek meer is, zouden naar Almere kunnen worden verwezen. Maar wel met de aantekening dat we niet het putje van de Randstad worden.”

Grenzen

Er kan en moet veel in Almere. Maar toch ziet ook Halbesma grenzen opdoemen. Na 2030 kan volgens hem de rek er wel eens uit zijn.

“Je moet ook wel stad blijven met een centrum dat binnen twintig minuten kan worden bereikt. Daar werken we op dit moment trouwens keihard aan. Met de visie en de plannen die er nu liggen en wat aanpassingen als lightrailverbindingen is dat enigszins mogelijk. Maar er zijn grenzen aan de potentie van een stad. En dat geldt dus ook voor Almere.”

‘Er zijn grenzen aan de potentievan een stad’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels