nieuws

Aannemers hoorndol van regelgeving geluidhinder

bouwbreed

De milieunormen en -wetgeving voor geluidhinder bij natte waterbouwkundige werken zijn niet helder en worden door verschillende overheden anders uitgelegd. Opdrachtgevers weten vaak niet precies wat een vergunning inhoudt en zadelen daardoor aannemers soms op met onhaalbare geluideisen. Dat stelt de Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken. In het rapport ‘Geluidproblematiek baggermaterieel’ doet ze voorstellen voor een eenduidiger en inzichtelijker regelgeving.

Over geluidvoorwaarden die uitvoering van het bestek onmogelijk maken, vertelt H. Bijnsdorp, VBKO-hoofd Markt en Techniek: “Bij het werk aan het Ketelmeer, het maken van het grote depot IJsseloog, kregen we van onze leden bericht over de geluideisen. Die zijn toen gaan rekenen en daaruit kwam een flinke tegenstrijdigheid naar voren. Als de aannemers aan de geluidvoorschriften wilden voldoen, zou het werk nooit op tijd klaar kunnen zijn. Want daarvoor was veel en zwaar materieel nodig. Maar dat zou aan alle kanten de geluidsnormen overschrijden.”

Toen deze onverenigbaarheid van eisen duidelijk was, is in overleg met de vergunningverlener de geluidnormering aangepast. “Wat je heel vaak ziet, is dat de opdrachtgever eerst het bestek schrijft en dan naar de overheid stapt voor een vergunning of ontheffing. Die voorwaarden neemt hij gewoon over van de vergunningverlener en past verder het bestek niet aan. Vaak weet hij niet eens waar de eisen van de overheid over gaan. En dan blijkt het niet te kloppen”, vult G. van Berkel aan. Hij is hoofd Algemene en Economische Zaken bij de VBKO.

Ook overheden zitten vaak niet op één lijn. Verschillende gemeenten stellen andere milieunormen voor dezelfde soort werken, merken aannemers regelmatig. En bij opdrachtgevers – die verantwoordelijk zijn voor een deugdelijke vergunning – is de eensgezindheid soms ook ver te zoeken. “Tijdens een bijeenkomst over geluidnormering van natte werken zaten twee leden van verschillende, maar aangrenzende regionale directies van Rijkswaterstaat in de zaal. De één vertelde dat hij een vergunning had aangevraagd voor wat baggerwerk in een afgelegen deel van het IJsselmeer. Daar stonden nauwelijks huizen in de buurt. De mond van de ander viel letterlijk open. Hij begreep absoluut niet waarom hier een vergunning moest worden aangevraagd. In zijn optiek was dat niet nodig, hij zag het als pure werkverschaffing. Maar de ander had voor alle zekerheid toch maar een vergunning aangevraagd. Zo werkte hij altijd”, vertelt Bijnsdorp.

Afwijkend

Het probleem is dat bijvoorbeeld het op diepte houden van vaarwegen en het aanleggen van dammen een dusdanig afwijkend soort werk is, dat de geldende milieuregels niet goed toepasbaar zijn, betoogt F. Houtkamp. Hij is vennoot bij Sight, het adviesbureau dat het rapport ‘Geluidproblematiek baggermaterieel’ heeft opgesteld voor de VBKO. “Omdat baggeraars met zwaar materieel werken, vallen ze vaak onder de regels die gelden voor industrielawaai. Maar het uitdiepen van een kanaal is een heel andere bezigheid dan het exploiteren van een fabriek. Het werk van de VBKO-leden heeft doorgaans een tijdelijk karakter. Bovendien verplaatst de geluidsbron zich, het schip vaart tijdens het werk over het kanaal. Dus de geluidsbelasting op één bepaald punt varieert. Verder speelt mee dat de werkzaamheden perse op die plaats moeten gebeuren. Als ik een bedrijf wil beginnen, ga ik op zoek naar een geschikte plek waar de omgeving weinig of geen overlast heeft. Die optie bestaat niet bij het uitbaggeren van een kanaal. Het is in het algemeen belang dat deze waterweg bevaarbaar blijft.”

Onwerkbaar

De huidige regels zijn soms gewoon onwerkbaar, stelt hij. “Gesteld nu dat de haven van Medemblik op diepte gebracht moet worden. Vanwege de woningen in de omgeving is dat op grond van de bestaande regelgeving op geen enkele manier mogelijk. Nu is het misschien nog niet nodig, maar ooit zal de haven toch uitgebaggerd moeten worden”, aldus Houtkamp.

Afhankelijk van de omvang van het karwei stelt Rijk, provincie of gemeente de geluideisen en controleert de naleving. Die voorwaarden vertalen opdrachtgevers in het bestek. Om de hinder tijdens het werken te beperken, kunnen aannemers hun machines stiller maken door technische aanpassingen of ze inpakken met geluidsisolerend materiaal. Een andere mogelijkheid is minder uren te werken of met lichtere machines, met schermen de herrie voor de omgeving te beperken of de afstand tot nabijgelegen huizen te vergroten.

Opdrachtgevers aan waterbouwers hebben te maken met twee soorten procedures. De lichtste is een ontheffing van de milieuverordening of algemene plaatselijke verordening (apv) op basis van de Circulaire Bouwlawaai. Deze hanteert de overheid wanneer ze vindt dat het om een ‘werk’ gaat.

Als volgens de overheid sprake is van een langduriger en/of ingrijpender activiteit, vindt een vergunningsprocedure plaats voor een ‘inrichting’. Dat gebeurt op basis van het Inrichtingen- en vergunningsbesluit milieubeheer. Een viertal circulaires van het ministerie van VROM kan dienen als leidraad, te weten: de Circulaire industrielawaai, de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, de Circulaire geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting en de Circulaire natte grindwinningen.

Nieuwe inrichtingen mogen overdag in stedelijk gebied niet meer geluidsoverlast veroorzaken dan 50 dB(A). ’s Nachts mogen ze wel geluid maken, maar niet meer dan 40 dB(A). Uitgangspunt bij een werk is dat in een woonomgeving ’s avonds en ’s nachts geen lawaaiig werk plaatsvindt. Overdag geldt een maximum van 60 dB(A). Voor werk dat korter dan een maand duurt, is dat 65 dB(A)

“Heel belangrijk is de vraag of iets een inrichting of een werk is. Dat scheelt 10 dB(A), bij kortdurende werken zelfs 15 dB(A). Op een logaritmische schaal is het verschil tussen 50 en 65 zeer groot. Kennelijk zijn de circulaires en richtlijnen van de rijksoverheid niet even duidelijk, want in de praktijk zie je dat de lagere overheden nogal eens verschillende criteria hanteren”, aldus Bijnsdorp. In overleg met verschillende overheden stelt de VBKO voor om de grens bij een half jaar te trekken. “Het is deels een pragmatische keuze. Dat is ook de termijn die nodig is voor een vergunningsaanvraag”.

Optrekken

Daarnaast wil de VBKO af van de norm van 40 dB(A) en 45 dB(A) voor een inrichting, overdag in landelijk gebied of rustige woonwijk. Ze wil dit maximum optrekken tot 50 dB(A). Dat geldt nu alleen voor druk stedelijk gebied. “In een huiskamer zit het geluidsniveau al boven de 50 dB(A). Ik heb er alle begrip voor dat er strenge normen gelden voor een stationair bedrijf in een landelijke omgeving. Maar het storten van stenen voor een dijk moet nu eenmaal gebeuren. Voor dit soort tijdelijke werkzaamheden willen wij een ruimere norm”, zegt Houtkamp. “We kunnen van alles uit de kast halen. Veel leden van de VBKO hebben zich al ingespannen om hun materieel zo stil mogelijk te krijgen. Maar het houdt een keer op. Je hebt toch een motor nodig om het werk te doen. Die zul je altijd blijven horen.”

Baggerwerkzaamheden gaan vaak hand in hand met het winnen van zand of grind. Voor grootschalige, commerciële winning van deze stoffen (waar de meeste VBKO-leden zich juist niet mee bezighouden) geldt de Circulaire natte grindwinningen. Deze geeft aannemers meer mogelijkheden dan de andere circulaires. Houtkamp pleit ervoor dit ministeriële schrijven ruimer uit te leggen, zodat alle baggerwerk dat langer dan een half jaar duurt, eronder valt. “Dat je aan geluideisen moet voldoen, is normaal. Maar we willen wel dat deze regels uniform, duidelijk en werkbaar zijn”, aldus Houtkamp.

Deze drie doelen wil de VBKO bereiken met een nieuwe brochure over geluidhinder bij natte werken en het achterliggende rapport en een bescheiden lobbycampagne. De organisatie is inmiddels in gesprek met verschillende overheden. Ze wil dat de voorgestelde normen voor de provincies en gemeenten handvat zijn bij de milieuprocedures.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels