nieuws

Soepel uitwisselen digitale tekeningen laat nog even op zich wachten

bouwbreed Premium

Wat ligt er meer voor de hand dan het hergebruik van digitale tekeningen in de verschillende fasen van een bouwvoorbereidingsproces? Elke discipline gebruikt de onderdelen die hij nodig heeft en voegt zijn eigen informatie aan toe. Zo ontstaat een ‘rijke’ tekening waar alles in zit. In theorie klinkt dat heel mooi, en technisch zou het ook moeten kunnen, hoor je ingewijden denken. De voordelen van tijdsbesparing en foutenvermindering liggen voor de hand. Maar als je het werkelijk wilt, hoe gaat dat dan in de praktijk? Een multidisciplinaire groep bureaus is bezig ervaring op te doen.

Dit initiatief gaat uit van de SAB Vereniging, voluit de vereniging van Samenwerkende Architecten en Bouwadviseurs. Dat is een beroepsgroep voor alle disciplines in de bouwvoorbereiding. De belangrijkste doelstelling van de vereniging is het bevorderen van de integrale samenwerking tussen deze disciplines om daarmee het bouwproces beter te laten verlopen.

Ook op digitaal gebied moet die verbetering tot stand gebracht worden. Want in de praktijk blijkt digitale uitwisseling nog vaak neer te komen op het ‘over de schutting’ gooien van een bestand. De ontvangende partij moet dat vervolgens -als hij het al kan openen- ingrijpend bewerken voordat hij ermee verder kan. Dat moest handiger kunnen, want anders is het nieuw opzetten van een eigen tekening minder werk. Dat was een belangrijke reden voor de oprichting van de SAB-werkgroep. Na een inventarisatie van de bestaande situatie, de wensen en mogelijkheden is de praktijktest gedaan, die een hoog werkelijkheidkarakter blijkt te hebben. De roep om een proces- en een technisch protocol is groot.

Testgroep

De testgroep bestaat uit een tuin- en landschapsarchitect, drie architectenbureaus, een constructie- en een installatie-adviseur. De normale gang in de bouwvoorbereiding is zoveel mogelijk nagebootst. Doel is het gezamenlijk tot stand brengen van een denkbeeldig nieuw te bouwen kantoor in Houten. Dus was een stedenbouwkundige onderlegger de eerste elektronische tekening die rond ging in de groep van zes. Bij ontstentenis van een stedenbouwkundige heeft de landschapsarchitect deze taak op zich genomen en de plaats van het kavel op aarde bepaald door middel van een set coördinaten ten opzichte van de Eiffeltoren in Parijs.

Dat bleek al een grote vooruitgang in vergelijking met veel andere projecten, waarin de architect een tekening krijgt met zowel de oorsprong in Parijs als de plaats waar het ontwerp moet komen. Wat dan volgt is een speurtocht naar de speldenknop in een gigantisch zwart, leeg veld. Maar met een terreintekening die de juiste coördinaten, windroos en assenkruisen bevat, kan een ontwerp exact op de goede plaats geprojecteerd worden.

Pendiktes

Na enig getouwtrek lukte dit deel van de SAB-proef. Vervolgens konden de drie architecten aan de slag met het ontwerp binnen de aangegeven stedenbouwkundige grenzen. Hier kwamen de eerste echte problemen boven: de verschillen tussen CAD-pakketten en zelfs versies daarvan. De laatste jaren doen de producenten van de meest gebruikte pakketten MicroStation, AutoCad en Arkey weliswaar hun best om tekeningen gemaakt in het ene pakket te kunnen laten converteren naar het andere, maar zonder verlies van gegevens gaat dat vaak niet. De tekening wordt deels ‘platgeslagen’, wat inhoudt dat een aantal informatielagen sterk vermindert en daarmee de rijkheid van informatie verdwijnt.

Als het goed is, gaat elke tekening vergezeld van een toelichtende tekst. Daarin wordt ook aangegeven welke ‘pendiktes’ zijn gebruikt voor de lijnen op de tekening en welke kleur welke soort informatie weergeeft. Ook een legenda van de lagenstructuur is gewenst, zodat duidelijk is welke discipline in welke lagen-set kan werken.

Tekenen = wijzigen

Het lijkt een futiel struikelblok, maar binnen de SAB-werkgroep blijkt het ene bureau met WordPerfect-bestandsformaten voor teksten te werken, en het andere bureau met MS Word. Als voor deze pakketten geen conversiefilters zijn geïnstalleerd, gaat het al mis bij het proberen te openen van een eenvoudig tekstbestand. Over al dit soort zaken kun je afspraken maken, en dat is al een stap op de goede weg in de richting van samenwerken in plaats van ‘over de schutting werpen’. Dus: welke pakketten, welke versies daarvan en wie converteert voor wie? De SAB-werkgroepsleden dringen aan op het versturen per gewone post van een print van zowel het toelichtend document als de tekening die digitaal vezonden zijn. Dat lijkt omslachtig, maar in de praktijk valt dan beter te controleren of alle informatie overgekomen is.

Maar de zorgen zijn nog niet voorbij als dit soort afspraken nageleefd worden. Veel hangt af van de discipline van de individuele tekenaars. Het blijkt al moeilijk om binnen één bureau afspraken na te komen over de opbouw van een digitale tekening. En als je dat voor elkaar hebt, kan dat met gedetacheerde tekenaars die bij grote drukte worden ingehuurd weer volledig in de soep draaien, waarschuwt een ervaringsdeskundige uit het testpanel. Maar ook: het ontstaan van een tekening is één keer tekenen en vierhonderd keer wijzigen, dus dat moet elke keer goed doordacht en volgens de afspraken gebeuren.

Eén op één

De grootste verschillen in benadering zitten tussen de stedenbouwkundige die in meters en de architect die in millimeters tekent.

Leidraad is daarom: teken altijd in schaal één op één, dan kan de programmatuur zo nodig verschalen. Een tweede belangrijk verschil komt naar boven tussen de constructeur en de architect. Het blijkt dat de architect naar ruimtes kijkt op ongeveer één tot anderhalve meter boven de vloer, terwijl de constructeur direct op en onder het vloerniveau wil tekenen: daar zijn immers de constructieve elementen nodig.

Een soepele uitwisseling van digitaal tekenwerk tussen bouwvoorbereiders is nog geen werkelijkheid, dat moge duidelijk zijn. Maar de knelpunten komen in de werkgroep wel duidelijk bovendrijven, en dat is op zich al een pluspunt.

‘Roep om proces- en technisch protocol is groot’

‘Knelpunten vinden is al een pluspunt’

Reageer op dit artikel