nieuws

Experiment gekleurde bouwplaats Amsterdam

bouwbreed Premium

In Amsterdam Zuidoost weet aannemer Koop Tjuchem samen met KWS meer allochtone werkers aan de slag te krijgen dan in andere grote steden. Hun aanpak krijgt misschien navolging in Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Groningen. Een nieuwe poging om de bouwplaatsen meer gekleurd te krijgen en te houden.

Topman H. Koop van moedermaatschappij Koop Holding ondertekende deze zomer een convenant met de ministers Vermeend (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Van Boxtel (Grotesteden- en Integratiebeleid).

Een raamconvenant, met vijftig ondertekenaars, omschrijft de algemene doelen die bedrijven nastreven voor een multicultureel personeelsbeleid. Een aantal ondernemingen, waaronder Koop, vult het doel meer specifiek in. Koop Holding, met merendeels werkmaatschappijen in de bouw, wil meer culturen binnenhalen voor hogere functies. Ook streeft de bouwer naar een mentorensysteem. Eind dit jaar, zegt personeelsmanager Reenders, wordt de aanpak in een pilot bij Koop Tjuchem uitgeprobeerd.

Suriname

Een voorbeeldproject in Amsterdam-Zuidoost loopt al langer. Koop Tjuchem en KWS hebben voor gww-werken de lokale ondernemer Grakos ingeschakeld, geboren in Suriname. Hij werft zijn personeel via kennissen. “We begeleiden hem in het opzetten van de administratie en met cursussen bijvoorbeeld via het SFB. Het idee is dat deze onderaannemer zelfstandig kan doorgroeien”, legt Van den Brink van Koop Tjuchem uit.

Reenders: “We werken ook nauw samen met de deelgemeente en met het arbeidsbureau. Als we in andere steden hiermee doorgaan, hebben we die samenwerking ook zeker nodig. De mensen die je aantrekt moeten ook blijven. Dat is nog een hele taak.” Koop Holding heeft volgens hem twee argumenten voor het convenant. “De krapte op de arbeidsmarkt speelt een rol en mensen werven onder nieuwe groepen is dan heel lonend. Maar ook het maatschappelijk belang is belangrijk”.

Een ander project om allochtonen meer in de bouw te krijgen loopt al sinds 1995. Toen ging een pool van start voor de opleiding met daarin de aannemers, gemeente, arbeidsvoorziening, de federatie van Amsterdamse woningcorporaties en arbeidsorganisator NV Werk. Trekker hiervan is Bob Henfling van de Stedelijke Woning Dienst: “We richten ons op langdurig werklozen. Dat betekent in Amsterdam dat 70 procent van onze doelgroep allochtoon is. Rond honderdtwintig mensen deden mee. Ongeveer vijftig van hen hebben het diploma gehaald. Het gaat om een systeem van vier dagen werken en een dag leren. In twee jaar krijgen deelnemers een volledige vakopleiding voor timmerman, metselaar, grondwerker en straatmaker. De cursisten hebben twee jaar vast werk en kunnen daarna altijd, zo blijkt, terecht bij een aannemer”.

De meeste deelnemers maken hun opleiding niet af omdat ze tussentijds naar iets anders omzien. Henfling: “Er lonken ook andere sectoren. Anderen cursisten gaan al eerder volledig de bouw in omdat ze zo meer verdienen. Het grote aantal afvallers is geen reden om de opleiding aan te passen.” “Nee”, concludeert hij. “We houden vast aan een goede vakbekwaamheid. Dat komt bouwvakkers van pas wanneer er economisch zwaar weer komt.”

Henfling verwacht dat eind dit jaar de opleidingspool wordt verlengd, maar dan onder leiding van NV Werk: “Tot nu toe trok de gemeente de kar omdat we dachten dat het maken van afspraken met de bouwwereld het grootste knelpunt zou zijn. In de praktijk is de werving van deelnemers het probleem. Het is daarom logisch dat NV Werk de nieuwe trekker wordt”.

Henfling herkent niet het beeld dat het imago van de bouw of van allochtonen een negatieve factor is: “Wie eenmaal in de bouw werkt, is daar vaak trots op. En bedrijven nemen iedereen aan, ongeacht cultuur, zolang ze passen in een team”.

Kenneth Erselina is headhunter. “Organisaties die een divers personeelsbestand in de top willen opbouwen, schakelen ons in. Ik heb een paar bemiddelingen gedaan in de bouw, enkele in Amsterdam. De spoeling is dun”, verklaart hij op zijn kantoor in Amsterdam, naast het Rijksmuseum.

Uiteindelijk werd in geen van de gevallen een allochtone Nederlander voor de baan gevonden. Het is moeilijk mensen uit andere culturen te vinden met een technische achtergrond die op hogere niveaus in de bouw kunnen draaien, zegt Erselina.

Maar de tijden veranderen. “Meer allochtonen kiezen een technische richting. Op de universiteiten en hogescholen komen meer vrouwen en allochtonen. Dat gaat zeker gevolgen hebben voor het management. Eentonig samengestelde toppen, de boards, roepen op een gegeven moment toch de vraag op: is het slim om almaar meer van hetzelfde te nemen?”

In de bouw staan de laatste tijd mensen aan het roer zonder bouwachtergrond. Erselina noemt Kottman en Janssen bij de grote bouwconcerns. “De een werkte bij een adviesbureau, de ander bij een bank”.

Erselina zegt dat een diverse top het vasthouden van allochtonen in de uitvoerende functies bevordert, zoals op de steigers, in de kantine en de postkamer. Een bedrijf moet niet lukraak allochtoon personeel willen werven: “Je moet eerst een bedrijfsvisie hebben. Ervan overtuigd zijn dat diversiteit in alle geledingen waarde toevoegt, anders krijg je een draaideur-effect.”

De druk op de bouw naar een ander midden- en hoger kader komt van twee kanten, denkt Erselina. Hij schetst de veranderende woonwensen onder de bevolking, waar vandaan ze ook afkomstig is. Daarvoor heb je als bouwbedrijf een veelzijdig apparaat nodig.

De tweede invloed gaat uit van de bouwsector zelf, die steeds meer doet aan grensoverschrijdende samenwerking. Erselina: “Allianties met buitenlandse partners confronteert de bouw met andere waarden en normen. Daarop inspelen met kennis en ervaring uit eigen huis is daarom noodzakelijk.”

Menselijk

Om voor de werkvloer jongens en meisjes te lokken die niet traditioneel Nederlands zijn, is volgens Erselina de menselijke factor bepalend: “Projectleiders en bazen die om kunnen gaan met nieuwe Nederlanders zijn cruciaal. Anders blijven de jongeren niet.”

Wanneer het werk in Nederland voor de aannemerij wat zou gaan teruglopen bij een afzakkende economie, blijft de multiculturele factor gelden, denkt hij. “Want dan moet je nog meer over de landgrenzen naar werk omkijken, en dan heb je helemaal een ruime blik op normen en waarden nodig.”

‘Ze kunnen altijd bij een aannemer terecht’

Reageer op dit artikel