nieuws

Open Monumentendag cultureel hoogtepunt

bouwbreed Premium

In het weekend van 8 en 9 september vindt de vijftiende Open Monumentendag plaats. Deze open dagen zijn inmiddels uitgegroeid tot het grootste culturele evenement van ons land met meer dan 800.000 bezoekers. Dit jaar staan de historische interieurs van grote woonhuizen in het middelpunt. Vandaar het motto van dit jaar: Huis en Haard. Ofschoon de vele bezoekers zich zullen vergapen aan de buiten- en binnenzijden van de monumentenpanden, zullen de eigenaren ervan een wat bezorgde blik in hun ogen hebben. Zij kunnen maar moeilijk de financiële eindjes aan elkaar knopen.

Het blijft echter een feit dat dit Nederlandse initiatief heeft geleid tot navolging in heel Europa, zo dat in vele landen nu tegelijkertijd Open Monumentendagen worden gehouden. Dit wil ik wel een eclatant succes noemen van de organisaties en de vele vrijwilligers die dit elk jaar mogelijk maken.

De laatste jaren is het een gewoonte om ter gelegenheid van deze open dagen een boekje uit te geven. Dit jaar betreft het een boekje met als titel Huis & Haard met daarin de honderd best bewaarde en fraaiste interieurs van grote en kleine woonhuizen in ons land. Tijdens de open dagen is dit boekje te verkrijgen tegen betaling van 27,50 gulden.

In schril contrast tot de overweldigende belangstelling van het publiek voor monumentenpanden staat het knullige monumentenbeleid van overheden. Ondanks een eenmalige financiële injectie van deze regering, kunnen monumenteneigenaren slechts moeizaam een beroep doen op subsidies voor restauraties en onderhoud van hun panden.

Krijgt men al een subsidie toegekend, dan duurt het vele jaren voor dat deze subsidiegelden op hun bankrekening verschijnen. Het gevolg is dat restauraties en onderhoudswerkzaamheden niet doorgaan, dat weer inhoudt verval van monumentenpanden, die wellicht in een eerder stadium met ons zuur verdiende belastinggeld zijn opgeknapt.

Fiscale maatregelen lopen ook al niet soepel en zijn oneerlijk. Kosten aan Rijksmonumenten zijn in het algemeen wel aftrekbaar voor de Inkomstenbelasting, maar dezelfde soort kosten van provinciale en gemeentelijke monumenten weer niet.

Gelukkig zijn de landelijke, provinciale en gemeentelijke monumentenbureaus inmiddels zo gereorganiseerd dat monumenteneigenaren er beter mee uit de voeten kunnen. Vanaf 8 september aanstaande kan men met vragen over monumenten voortaan terecht op een nieuwe website, die als vraagbaak kan dienen: www.monumenten.nl.

Onlangs las ik in deze krant dat enkele vennootschappen die zich bezighouden met het restaureren van monumenten zich zorgen maken, dat zij binnen enkele jaren vennootschapsbelasting moeten afdragen. Dit geld kunnen zij dan niet meer gebruiken om monumentenpanden te restaureren en te onderhouden. De regering blijkt te talmen bij het verlenen van een belastingvrijstelling voor deze instellingen.

Graag roep ik Den Haag op om snelheid te betrachten met het verlenen van deze belastingvrijheid. Ook schijnt er nog een gevaar te bestaan voor het vaststellen van huurprijzen van monumentenwoningen. Al eerder brak ik een lans voor het laten voortbestaan van de Amsterdamse wijze van berekenen van deze huurprijzen versus de bestaande praktijk hiervoor in onder meer Utrecht. Het zou voor monumenteneigenaren een financiële ramp betekenen indien de regering de Amsterdamse huurprijsberekening van monumentenwoningen zou opheffen en deze vervangen door de Utrechtse.

De grote steun van het publiek voor dit onderwerp staat haaks op de bureaucratische tegenwerking van de monumenteneigenaren. Ik begrijp dat niet, laat de overheid nu maar blij zijn dat al die particulieren en instellingen opkomen voor monumentenpanden. Wie doet het anders?

Reageer op dit artikel