nieuws

Gevangenis Wolvenplein ook monument

bouwbreed Premium

De renovatie van de gevangenis aan het Wolvenplein in de binnenstad van Utrecht is bijna gereed. Het resultaat is een compromis tussen twee uitersten. Het gebouw is zowel een moderne penitentiaire inrichting als een honderdvijftig jaar oud rijksmonument. Die tegenstelling is in veel details terug te vinden.

Het gebouw is de inzet geweest van een hevige discussie. Sommigen wilden het slopen en vervangen door nieuwbouw. Architect Robert van der Hout ontwierp een multifunctionele bebouwing met een restaurant, theater, parkeerplaats voor 280 auto’s (met een tunnel onder de singel) en veel appartementen. ‘De huidige bebouwing biedt onvoldoende ruimte voor een ontwerp met internationale allure, noch voor de door de buurt gewenste functies’, aldus Van der Hout.

De voorstanders van behoud van het gebouw hebben het pleit echter gewonnen. Het gebouw zou gerenoveerd worden voor een periode van tien tot vijftien jaar. Kort na het begin van de werkzaamheden kreeg de gevangenis de status van rijksmonument. Elke twijfel is weggenomen, het gebouw behoudt ook in de verre toekomst zijn vorm en functie.

Meer- en minderwerk

De renovatie en restauratie is uitgevoerd door bouwbedrijf Gebrs. van der Heijden uit Schaijk. TES uit Tilburg zorgde voor de elektrotechniek en Lingestreek uit Gorinchem tekende voor het loodgieters- en gasfitterswerk.

J.A.M. Reijnen van ABT Adviesbureau voor Bouwtechniek BV uit Arnhem was hoofdopzichter van het werk. “We zijn in januari 2000 begonnen. Bestek en aanbesteding waren al achter de rug. We waren bezig met het slopen van de bestaande installaties, toen het gebouw tot monument werd verklaard. Dat heeft tot veel wijzigingen geleid. Organisatorisch was het een zeer intensief werk. Elke tekening moest worden besproken met alle partijen, want bijna niets kon conform het bestek worden uitgevoerd. Dat heeft tot veel meerwerk geleid, maar we hebben de kosten binnen de perken kunnen houden. Natuurlijk was er ook minderwerk. Sommige onderdelen zijn behouden, zoals de reinwaterkelders. Een stuk geschiedenis in de grond is gehandhaafd.” Reijnen gaat na dit project weer nieuwbouw plegen. “Jammer, want dit is schitterend. Hier konden we ons helemaal op uitleven. Ik heb er veel extra uurtjes inzitten”, vertelt hij enthousiast.

Opvang verslaafden

In 1844 ontstonden de plannen voor een gevangenis op het zestiende-eeuwse bolwerk. De bouw begon in 1853. Op 1 juli 1856 opende het gebouw zijn poorten, om ze onmiddellijk weer achter de gedetineerden te sluiten. Zij beschikten over cellen met een toilet en een heteluchtverwarmingssysteem. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd de gevangenis buiten gebruik gesteld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de bezetters hem als ‘Untersuchungs- und Strafgefängnis’ en werden politieke gevangenen in het gebouw ondergebracht. Sinds 1951 is het een Huis van Bewaring. Die functie blijft bewaard, maar twee van de drie vleugels krijgen een nieuwe bestemming, voor de Strafrechtelijke Opvang van Verslaafden. Zij krijgen arbeidstherapie en verhuizen zodra het kan naar een andere afdeling, de Half Open Inrichting.

Zelfwerkzaamheid

Dat deel van het gebouw heeft een woonkamer en elf slaapkamers. De gedetineerden koken zelf, doen zelf boodschappen en een deel van hen bezoekt overdag een externe leer/werkplaats. De bouwkundige veiligheidsmaatregelen in de Half Open Inrichting zijn aanzienlijk minder dan in de afdelingen met cellen. De platen van het systeemplafond liggen bijvoorbeeld los, terwijl zij elders zijn verzekerd tegen uitnemen.

Het hele gebouw is van metselwerk, met inbegrip van de kanalen van het voormalige heteluchtverwarmingssysteem. “We hebben die kanalen met zand volgestort, om een betere geluidsisolatie te krijgen”, legt Reijnen uit. “We hebben ook gemetselde rioleringskanalen gevonden. Een deel van de fundering hebben we uitgegraven, ook de ruimte onder de voormalige kerk, die nu dienst doet als grote werkplaats. De luchtplaatsen zijn uitgegraven en het talud is vergroot, zodat er meer daglicht in het souterrain komt. Daarbij stuitten we op twee reinwaterkelders. We gebruiken zo’n kelder als reservoir voor de sprinklerinstallatie.” Het spanningsveld tussen moderne gevangenis en honderdvijftig jaar oud monument heeft tot veel compromissen geleid. De cellen bevinden zich in de vleugels van de T-vormige plattegrond, ontsloten door stalen bordessen. Die zijn behouden, inclusief de gietstalen consoles. De ruimte tussen de bordessen is opgevuld met glazen platen, 15 millimeter dik met twee lagen folie, afgedekt door nog een gehard glazen plaat van acht millimeter dik. “Zonder architect waren er waarschijnlijk betonvloeren in gelegd, geen glazen vloeren”, aldus Reijnen. “Een dichte vloer was een eis van Justitie, maar Monumentenzorg stond op het behoud van de consoles en bordessen”.

Boodschappen

Een ander probleem was het wegwerken van de moderne installaties. Dat is niet overal helemaal gelukt. Bijvoorbeeld in het souterrain lopen veel leidingen onder het plafond. “Daaronder komt nog een afdichting met gaas, om te voorkomen dat gedetineerden briefjes met boodschappen in de kabelgoten kunnen leggen”, aldus Reijnen. Hetzelfde geldt voor de drie isoleerluchtplaatsen, waarvan het traliewerk nog uit 1853 stamt. Ook daar moet een gaas voorkomen dat gedetineerden voorwerpen over de gevangenismuur kunnen gooien. Op die muur en op het platte dak zijn schrikdraden gespannen met een zeer hoge spanning en lage stroomsterkte. Vluchten is dan ook niet mogelijk.

Ook de ramen van de cellen vormen een compromis. Het oorspronkelijke gietijzeren raam en traliewerk zijn gehandhaafd, maar aangevuld met daaronder een groot raam met dubbel glas van de kwaliteit B2. “Het kost minstens een half uur om dat stuk te slaan. Dat maakt zoveel lawaai, dat de bewaking wordt gealarmeerd”, legt Reijnen uit.

Modern slot

Het interieur van de cellen is speciaal ontworpen. Standaard elementen pasten immers niet in het monument. De oorspronkelijke celdeuren zijn voorzien van een modern slot. Het bordes, vanwaar de directeur donderpreken kon houden tegen de gedetineerden, is gehandhaafd. De deur waardoor hij van de administratie het bordes kon bereiken is echter verdwenen. Wie goed kijkt ziet overal zulke compromissen tussen hedendaagse functionaliteit en monumentale waarde. Of dat een meerwaarde is of een gebrek, zal de toekomst uitwijzen.

Voorstanders van behoud zijn eindelijk tevreden

Reageer op dit artikel