nieuws

Hoogwerkers

bouwbreed Premium

Rond het keuringsregime hoogwerkers is veel onduidelijkheid gecreëerd, vanuit onbekendheid met de regelgeving dan wel om commercieel voordeel te behalen. In het artikel “Jaarlijkse inspectie hoogwerkers inzet van harde strijd” (Cobouw 29 mei jl) worden door sommige partijen drie vooroordelen naar voren gebracht:

– Inspecties en keuringen van hoogwerkers mogen alleen uitgevoerd worden door instanties aangewezen door het ministerie van SZW.

– Europese regelgeving rond hoogwerkers is onduidelijk

– Keuringen moeten streng zijn.

Om helder te krijgen wie welke hoogwerker wanneer mag keuren is het nodig een tweetal momenten onderscheiden, namelijk:

– het moment dat de hoogwerker in de markt gezet wordt,

– het moment, dat de hoogwerker in gebruik is.

In de Machinerichtlijn is de hoogwerker aangemerkt als een machine met een bijzonder risico. Dit betekent, dat de fabrikant in het kader van de CE-markering een typekeuring laat uitvoeren door een in de Europese Unie erkende notified body. Een door de fabrikant CE-gemarkeerde hoogwerker kan direct ingezet worden.

Nietemin worden in Nederland plusminus 60 procent van de nieuwe geleverde hoogwerkers nog een keer gekeurd. Deze keuring heeft geen enkele wettelijke status en levert ook qua Arbo-wetgeving geen toegevoegde waarde.

In de gebruiksfase is in art. 7.4A van het Arbobesluit een wettelijk verplichte jaarlijkse veiligheidskeuring vastgelegd. Hierbij zijn geen verdere eisen geformuleerd waaraan het bedrijf dat veiligheidskeuringen uitvoert aan hoogwerkers.

Binnen de BMWT is gebleken, dat een groot aantal veiligheidskeuringen onvoldoende deskundig uitgevoerd worden. omdat de desbetreffende keurmeesters niet op de hoogte zijn van de technische specificaties van de te keuren hoogwerker. Vandaar dat het BMWT-Keur ontwikkeld is, een gecertificeerd systeem waarbinnen fabrikanten/importeurs gerechtigd zijn voor hoogwerkers veiligheidskeuringen uit te voeren. Voorwaarde hierbij is wel, dat zij zich beperken tot die hoogwerkers, waarvan zij rechtstreeks toegang hebben tot de technische expertise van de fabrikant. Dit betekent, dat de BMWT-Keurmeester beschikt over het actuele werkplaatshandboek, werkt met het juiste meetgereedschappen en die de fabriekstrainingen hebben gevolgd. Op dit moment nemen elf bedrijven deel aan het BMWT-Keur hoogwerkers, die gezamenlijk enige duizenden hoogwerkers hebben gekeurd.

In de Machinerichtlijn zijn duidelijke veiligheidvoorschriften geformuleerd, ook voor hoogwerkers. Deze voorschriften zijn verder uitgedetailleerd in de norm prEN 280, die inhoudelijk al enige jaren geleden is vastgesteld. Ook de BMWT veiligheidskeuringen worden op basis van deze prEN 280 uitgevoerd. Als partijen deze situatie als onduidelijk omschrijven, dan zijn deze partijen of onvoldoende deskundig, dan wel hebben zij commerciële bijbedoelingen.

Veiligheidskeuringen, die in de gebruiksfase worden uitgevoerd hebben de functie vast te stellen of het veiligheidsniveau van de te keuren hoogwerker, zoals de fabrikant die in de machine gerealiseerd heeft, nog adekwaat aanwezig is. Dat veiligheidsniveau is gebaseerd op de Machinerichtlijn en op de prEN 280 en is geconcretiseerd in het werkplaatshandboek. Het heeft geen zin om te spreken over een strenge keuring, belangrijk is dat de keuring gebeurd aan de hand van de specificaties van de fabrikant. Het zogenaamd streng keuren voegt geen veiligheid toe, maar wel veel onnodige kosten. Strenge keurmeesters hoeven geen goede te zijn.

Het trieste van de gehele discussie is dat het uitvoeren van veiligheidskeuringen op hoogwerkers min of meer een achter gebleven gebied is. Veel eigenaren van hoogwerkers worden door deze pseudo-onduidelijkheden als het ware verleid om de hoogwerkers maar niet te laten keuren. Dit wordt duidelijk als het percentage gekeurde hoogwerkers vergeleken wordt met bijvoorbeeld het percentage gekeurde vorkheftrucks. Hieruit blijkt, dat de hoogwerker nadrukkelijk op achterstand staat.

Reageer op dit artikel