nieuws

Afdichting vervangen, truc met folie geslaagd

bouwbreed Premium

De lekkende afdichting van het lager van de boormachine voor de Westerscheldetunnel is gerepareerd. De truc om het snijrad met folie in te pakken heeft goed uitgepakt. Als het beton achter het snijrad is verwijderd gaat aannemer KMW weer boren.

Reparatie van de afdichting van de oostelijke tunnelboormachine, die al langer lekte, moest nú plaatsvinden aangezien de boormachines voor de Westerscheldetunnel binnenkort de Boomse klei verlaten. Die vormt een stabielere laag voor zo’n reparatie dan de zandlagen die daarna worden aangeboord.

Maar toch nog niet altijd stabiel genoeg, zo bleek toen KMW eind mei de boor stillegde en duikers zich voor het boorschild waagden om het snijrad met folie in te pakken. Brokjes klei drongen hun werkruimte binnen en besloten werd voor de zekerheid een stuk door te boren naar een stabielere formatie.

Op die plek werd bovendien eerder begonnen met het spuiten van het beton voor het rad om ter plekke een stevige muur te krijgen, zodat de reparatie bij atmosferische druk kon plaatsvinden. Er werd dus niet gewacht tot het complete snijrad in het folie was ingepakt. Toen de betonpompen aan gingen, was aan de onderkant nog een stuk onbedekt, waardoor achter het snijrad een betonnen rand ontstond. Aanvankelijk was het de bedoeling daar een 10 kuub grote foliezak gevuld met beton te plaatsen, op de plek waar een steunplaat ontbreekt om de opening in het snijrad af te dichten. Nu kwam er aanzienlijk meer beton achter het rad te staan; in totaal zo’n 25 kuub. Dat leverde bij de reparatie van het hoofdlager een handige werkvloer op, maar dat beton moet nu wel weer allemaal met pneumatische hamers worden klein gemaakt en afgevoerd.

Duikers

Nadat het beton was uitgehard konden duikers zich voor het schild begeven om de cementloze mortel die voor steundruk had gezorgd, weg te spuiten. Toen pas kon de eigenlijke reparatie beginnen.

Volgens M. Huber, de verantwoordelijke man voor het onderhoud bij KMW, was die reparatie op zich niet zo lastig. Het ging erom de rubberen ringen van het glijlager te verwijderen en te vervangen door een nieuwe.

Niet zozeer die ringen waren versleten, als wel de loopring waar zij tegenaan duwen. Die loopring draait met de as van het lager mee, terwijl de rubberringen stilstaan en verschillende kamers van elkaar scheiden, waarin respectievelijk vet, spervet, olie en lucht onder druk worden gehouden. Zand en kleideeltjes, die onherroepelijk in dergelijke lagers terechtkomen, hadden ter hoogte van de rubberring groeven geslepen in de loopring. Die groeven waren met zo’n 2,5 millimeter veel dieper dan gedacht en hadden de geharde bovenlaag van de ring al doorgeslepen. Analyses van de vetmonsters uit de kamers van het lager moeten volgens Huber uitwijzen hoe dat is gekomen.

Enorme loopring

Het probleem is ondervangen door de loopring, een enorm gevaarte met een diameter van 4,5 meter, een dikte van 2,5 centimeter en een hoogte van 25 centimeter, 12 millimeter naar voren te trekken. De nieuw aangebrachte rubberen afdichtingsringen staan dus nu in contact met onaangetaste delen van de loopring, waardoor het lager volgens Huber de rest van het tunnelboren meekan.

Daarmee is de reparatie feitelijk klaar, zegt Huber. Nu komt het erop aan al het beton achter het snijrad netjes te verwijderen, zodat het rad weer aan het draaien gebracht kan worden.

Voordat de boor de betonnen muur doorboort die tijdens de reparatie het front stabiel heeft gehouden, wordt eerst het vlies verwijderd. Dat is nog een nauwkeurig karweitje volgens Huber, want achtergebleven stukken vlies kunnen gemakkelijk de pompen of de steenbrekers beschadigen. Elke vezel moet dus worden verwijderd.

Patent

Huber verwacht wel dat dit gaat lukken en is al met al zeer te spreken over de methode met het inpakken van het snijrad met een folie. De methode was door KMW bedacht en de aannemer is bezig de rechten van de techniek te beschermen in een patent.

Reageer op dit artikel