nieuws

Sensor meet droogsnelheid van keramiek

bouwbreed Premium

Een apparaat waarmee de droogsnelheid van keramische producten en hout aanzienlijk kan worden verkort. Een website met openbare gegevens over de geologie van Nederland en het continentaal plat. Het zijn slechts twee voorbeelden van het aanbod dat TNO heeft gepresenteerd op de Kennismarkt in het Haagse Congresgebouw.

De droogsnelheidssensor is een innovatie van groot belang, vooral voor de toeleverende keramische industrie. “In fabrieken van dakpannen, bakstenen en sanitair is het drogen een kritisch deel van het proces”, legt G. Janssen M.Sc. uit. Hij is business developer bij de Systems & Porcesses Division van TNO TPD in Eindhoven.

“Het drogen duurt twee tot drie dagen, het bakken vierentwintig uur. In de huidige praktijk wordt het droogproces langzaam gestart. Na tweederde van de droogtijd gaat het vaak fout, omdat dan toch de kritische droogsnelheid wordt overschreden. Langzaam beginnen met drogen maakt dus niet uit. De optimale situatie is in korte tijd de hoogste droogsnelheid te bereiken en die constant te houden, net onder de kritische snelheid.”

Op de Kennismarkt stond een prototype van de apparatuur, waarmee de droogsnelheid geregeld kan worden. “We hebben vier maanden proefgedraaid op een steenfabriek in Limburg. De droogtijd bleek met dertig tot vijftig procent ingekort te kunnen worden, in een enkel geval zelfs met honderd procent.”

Het apparaat stuurt de droogkamer aan, op basis van de gemeten ontwikkeling van de luchtvochtigheid en temperatuur. Elk product heeft zijn eigen karakteristieke kritische droogsnelheid.

Uitgespaard

“De ontwikkeling van het apparaat heeft anderhalf ton gekost”, aldus Janssen. “Daarmee is al een investering van twee miljoen gulden in een extra droogkamer uitgespaard. Het kastje gaat ongeveer 25.000 gulden kosten. Uiteraard hebben we patenten aangevraagd.” Behalve in fabrieken van keramische producten kan de droogsnelheidssensor ook goede diensten bewijzen in de houtverwerkende industrie.

De Kennismarkt gaf een breed beeld van het werkterrein van TNO, van voeding tot bouw en van gezondheid tot defensie. Van de ongeveer honderd getoonde projecten is een compacte catalogus verschenen. Voor de bouw zijn onder andere het automatisch genereren van het ontwerp van een viaduct, het bouwen met licht aluminium, constructief lijmen en de ontwerpen voor doelmatige en economische kassen (met veilig tuinbouwglas) interessant.

De kennis en ervaring, opgedaan met het ‘half-time’ project in samenwerking met de Hollandsche Beton Groep (HBG), wacht nog steeds op afnemers. De wijze waarop de loze tijd uit planningen en logistiek is verwijderd, is indrukwekkend.

Net als bij de droogsnelheidssensor valt een investering in deze kennis binnen korte tijd terug te verdienen.

Openbaar

Vijf jaar geleden zijn het instituut Grondwater en Geo-energie van TNO en de Rijks Geologische Dienst (RGD) gefuseerd tot het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen (NITG) in Utrecht. Het ministerie van EZ betaalt sindsdien mee aan het openbaar houden van de gegevens over de bodem van Nederland en het continentaal plat. Sinds kort zijn al die gegevens te ‘downloaden’ via het dino-loket op de website dinoloket.nitg.tno.nl (zonder www).

Dino is de afkorting van Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond. Het is een database met gegevens van alle sonderingen tot meer dan honderd jaar geleden. Sommige zijn heel summier, andere bieden een schat aan informatie.

Atlas

“Er zitten nog geen geomechanische data in, geen afschuifparameters en dergelijke. De standaardboorbeschrijving wordt nu nog in ASCII geleverd, maar we gaan XML proberen”, licht een woordvoerder toe. Dat vergroot de mogelijkheden om de gegevens in andere programma’s te gebruiken.

TNO-NITG biedt al een driedimensionale atlas van de geologische ondergrond, gebruikmakend van Java-3D. De ‘viewer’ voor deze atlas is gratis. Voor particulieren is de toegang tot de dino-database ook gratis. Bedrijven moeten de marginale verstrekkingskosten betalen.

Reageer op dit artikel