nieuws

Ook de staat moet de regels respecteren

bouwbreed

Ook de Staat moet zich houden aan de door hemzelf vastgestelde regels. Dat is wel eens moeilijk, vooral als het gaat om ons grootste bouwdepartement, dat van Verkeer en Waterstaat.

Vooral Rijkswaterstaat laat nogal wat bouwen. De belangrijkste werken die in zijn opdracht worden aangelegd zijn wel de Rijkswegen en die kunnen er alleen komen als een gemeentelijk bestemmingsplan daarin voorziet.

Voor het doortrekken van de A1 richting Duitse grens moest de gemeente Hengelo in de jaren tachtig van de vorige eeuw een bestemmingsplan vaststellen. Daarin kreeg de voor het gedeelte Buren-Hengelo Oost benodigde grond de bestemming ‘Verkeersdoeleinden 1’ kreeg.

De dubbelbaans autosnelweg kwam dicht bij de bestaande bebouwing te lopen, zodat in de bij het plan behorende voorschriften de bepaling werd opgenomen dat ten aanzien van bestaande woningen moest worden voldaan aan de Wet Geluidhinder van 1979. Daarin is de maximaal toegelaten geluidsbelasting vastgesteld.

Kort voor de eeuwwisseling kwam de gemeente er achter dat die maximaal toegelaten geluidsbelasting fors werd overschreden en dus berichtte het college de verantwoordelijke minister, dat het van plan was haar aan te schrijven tot het treffen van maatregelen. Toen Netelenbos daarop reageerde met het indienen van bedenkingen, zoals dat officieel heet, gaf Hengelo op 5 juni 2000 haar opdracht binnen zes maanden zodanige maatregelen te treffen dat aan de voorschriften van het bestemmingsplan zou worden voldaan.

Daarop reageerde zij met een verzoek aan de president van de rechtbank Almelo om als voorlopige voorziening dat gemeentelijk besluit te schorsen. Zoiets kan alleen als er, gelet op de betrokken belangen, sprake is van ‘onverwijlde spoed’. Dat constateert de Almelose president ook in de overwegingen waarop zijn uitspraak gebaseerd is. Hij zegt met zoveel woorden dat voor de beantwoording van de vraag of onverwijlde spoed vereist is, dat het gemeentelijk besluit van 5 juni 2000 wordt geschorst dan wel een andere voorlopige voorziening wordt getroffen, het daarna volgende wordt overwogen.

Bestuursdwang

Maar daarna gaat hij uitleggen dat de gemeente bestuursdwang mag toepassen of in plaats daarvan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen, maar hij vergeet blijkbaar de spoedvraag te beantwoorden.

De afwijzing van het ministeriële verzoek baseert hij ook niet op de afwezigheid van spoed maar op heel andere gronden, zodat mag worden aangenomen dat hij de overtreding van het verbod om de weg te gebruiken in strijd met de bestemmingsvoorschriften, ernstig genoeg vond om dat onwettige gebruik onverwijld op te heffen. Die constatering staat echter nergens in het vonnis te lezen. Wel bespreekt de president uitvoerig de ministeriële bezwaren, zowel tegen de gemeentelijke opdracht aan haar als tegen de dwangsom. Die bezwaren waren namens Netelenbos naar voren gebracht in het aan de rechtbank gerichte verzoek.

Volgens het departement zouden de planbepalingen niet zo uitgelegd mogen worden, dat regelmatig getoetst moet worden of nog wel aan de geluidsbelastingsbepalingen wordt voldaan.

Wat in de bestemmingsplanvoorschriften staat laat echter geen andere conclusie toe, zo zei de president, dan wat er staat: ten aanzien van bestaande woningen moet worden voldaan aan de maximaal toegelaten geluidsbelasting. Daardoor is de bestemming van die grond dus geclausuleerd en verbonden aan een geluidsnorm. Anders zou toch in die planvoorschriften hebben gestaan dat ten tijde van de aanleg moest worden voldaan aan die geluidsnorm. Bij de aanleg van de weg was dat wel het geval geweest, zo betoogde Rijkswaterstaat, maar dat hielp die dienst dus geen zier.

Termijn

Het tweede bezwaar betrof de lengte van de begunstigingstermijn, de zes maanden waarbinnen aan de gemeentelijke opdracht moest worden voldaan.

Die was volgens de president inderdaad aan de krappe kant, want er was nog niets gedaan aan de voorbereiding, die aan de uitvoering van de opdracht vooraf moest gaan. De drie jaren die volgens onze Rijkswegenaanlegger nodig waren om de opdracht uit te voeren, waren aan de andere kant ook weer geen reële termijn. Het departement van Netelenbos had al laten weten dat binnen een maand een hoorzitting zou worden gehouden in het kader van de bezwaarschriftenprocedure. De president ging ervan uit dat die procedure binnen een half jaar zou zijn afgerond. Mocht dat niet het geval zijn, dan kon Netelenbos opnieuw bij hem aankloppen met een verzoek om een voorlopige voorziening. Er was echter geen enkele reden voor hem om het gemeentelijk besluit nu te schorsen. Bovendien zou er, als hij dat wel deed,vertraging kunnen ontstaan in het wegnemen van de geluidsoverlast van de A 1.

Dwangsom

Het bezwaar tegen de hoogte van de dwangsom werd eveneens verworpen. Omdat de te hoge geluidsbelasting zich al vele jaren voordeed en ernstige vormen aannam, kon de president niet komen tot een matiging van de op een maximum van 100 miljoen gulden gestelde dwangsom. Bovendien ligt het toch in de macht van deze minister om een einde te maken aan de bestaande onrechtmatige situatie langs de A1, zo voegde hij er aan toe.

De president had ook nog kunnen zeggen, dat een departement dat zelf heeft meegewerkt aan de totstandkoming van een wet, niet jarenlang een situatie mag laten bestaan waarin die wet met voeten wordt getreden omdat het vindt dat die wet er niet voor is om regelmatig te controleren of dat wel zo is.

Controleert U dat niet? Nou, dan doen de gemeenten dat wel voor u, maar doe dan ook niet zo moeilijk als u er eenmaal op gewezen bent dat uw weg niet aan de wettelijke voorschriften voldoet! Dat zal een rechter nooit zeggen, maar dat ben ik nu eenmaal niet.

(BR 2001 p.295)

Reageer op dit artikel