nieuws

Natuur en stad ontwikkelen zich samen

bouwbreed Premium

De reigers in het Haagse Bos hebben zich in tien jaar tijd ontwikkeld van mensenschuwe vogels tot ‘best friends’ bij de picknick en de sportvisser. Helemaal aangepast zijn ze nog niet, want ze kunnen maar langzaam opstijgen en wegvliegen. Dat levert nog wel eens conflicten op met automobilisten en gebouwen.

Heeft dat consequenties voor de wegen en gebouwen rond het Haagse Bos? Dat is zo ongeveer de centrale vraag in het boekje ‘Natuur en de stad’, met als ondertitel ‘Verstedelijking, een instrument voor het natuurbeleid?’, een uitgave van Aeneas, uitgeverij van vakinformatie, in Best.

Voor de auteur, Wim Timmermans, is het antwoord in wezen eenvoudig. De ogenschijnlijke tegenpolen stad en natuur kunnen elkaar versterken. Een hoge biodiversiteit kan samengaan met moderne symbolen en concrete, indringende ervaringen. Met andere woorden: als we een beetje rekening houden met de natuur, krijgt het ‘urban wildlife’ een behoorlijke kans zich te ontwikkelen. Bovendien levert het een wezenlijke bijdrage aan de rijkdom van het stedelijk leven. Dat is een goede reden om bij het plannen en ontwerpen van steden en gebouwen rekening te houden met de natuur.

Stanksluier

Maar wat is eigenlijk ‘de natuur’? Zijn het de kwetterende huismussen, die inmiddels bijna zijn verdwenen bij gebrek aan toegankelijke bouwdetails? Zijn het de ‘best friends’, de honden die namens hun bazen zoveel poep achterlaten dat ’s zomers in sommige woonwijken een stanksluier blijft hangen? Zijn het de muizen of ratten, de borstelwormen of bladluizen? De zeggekorfslak, de korenwolf of de zandhagedis, waarvoor complete bouwprojecten stil komen te liggen?

Timmermans gaat uitvoerig in op de vraag hoe de ervaring en beeldvorming van wat ‘natuur’ is zich heeft ontwikkeld. Hij doet dat in het Nederlands en in het Engels, want bouwen en natuur houden niet op bij de grens. Een eeuw geleden was de natuur iets om te ontginnen. Daarna werd gezondheid een thema. Ten slotte werd de natuur een plek om in te verpozen en te recreëren.

Statisch

Langzaam ontwikkelt zich nu een bewustzijn dat de natuur ook een eigen waarde heeft, zonder een directe functie voor de mens. De overheid heeft in de jaren negentig een Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ontwikkeld. Die bestaat uit natuurgebieden en verbindingszones, die als een grid over Nederland liggen. Timmermans zet hier een groot vraagteken bij. “Het is gebaseerd op een statische landschapsvisie. Het is de vraag of de Ecologische Hoofdstructuur in staat is ruimte te bieden aan maatschappelijke veranderingen.” Timmermans noemt als voorbeeld het ‘voorzichtig draperen van bedrijventerreinen om de ecologische kwaliteiten heen’. Dat werkt dus niet. Veel beter is een ‘robuuste aanpak, waarbij resoluut wordt ingezet op een aansprekende kwaliteit, die ook getypeerd kan worden als allure’. Heel concreet: daktuinen in Amsterdam, natuur in winkelcentra en reigers in het Haagse Bos.

Reageer op dit artikel