nieuws

Houthandel Van Dijk verkoopt zelden nee aan zijn klanten

bouwbreed Premium

In nagenoeg het centrum van het Gooise brinkdorp Laren6 resideert sinds mensenheugenis houthandel en zagerij L. van Dijk. Drie generaties Van Dijken zwaaiden er sinds 1875 de scepter, totdat de huidge directeur G. Zwanikken (63) in 1976 het estafettestokje van het familiebedrijf overnam. Zwanikken was tot de overdracht de boekhouder van de houthandel. De sprong van cijferende werknemer naar zelfstandig opererende handelaar in rondhout heeft de directeur tot op de dag van vandaag nog geen moment betreurd.

Als het aan Zwanikken ligt, werkt hij door tot z’n zeventigste. Mocht tegen die tijd zijn zoon nog niet tot het bedrijf zijn bekeerd, dan wordt het tijd de zaak aan een buitenstaander over te dragen. Niet eerder. Zwanikken: “Het werk van houthandelaar is veelzijdig en altijd boeiend.”

De werf aan de Larense Zijtak, op tienduizend vierkante meter grond, ligt mudvol bomen. Overal gezaagd hout dat op latten rust. Het relatief kleine bedrijf heeft, met inbegrip van de administratieve kracht, negen personen op de loonlijst staan. De laatste nog steeds stijgende curve laat drie miljoen omzet zien.

Als antwoord op de winst-vraag laat de ex-boekhouder met een zuinig lachje een al even afgemeten “goed” horen.

Rozenhout

Zwanikken haalt zijn hout hoofdzakelijk uit Frankrijk, en soms uit landen als Amerika, Birma, Brazilië en Afrika. Van Frans eikenhout voor het kasteel in Almere tot aan het zwarte Braziliaanse cocobolo – om kasten mee te versieren – het is allemaal in Laren te koop. Ook het voor strijkstokkenbouwers geschikte pernam buco komt uit exotische landen. Het materiaal arriveert in kisten.

Klanten in Laren betalen een kiloprijs voor het exclusievere spul. Zo gingen er laatst enkele kilootjes rozenhout naar een beeldend kunstenaar. Deze wilde ter ondersteuning van zijn schepping een bijzondere sokkel. Houthandel Van Dijk verkoopt zelden nee. En daar gaat de directeur prat op.

De structuur van het bedrijf brengt met zich mee dat er nauwelijks grote afnemers van omvangrijke bouwprojecten over de vloer komen. Zwanikken: “De partij eikenhout die we aan Tijs Blom van het kasteel Almere leveren is weliswaar flink, maar voor massaproductie zijn wij niet het geschikte bedrijf. We verzagen hier op jaarbasis niet meer dan drieduizend kuub. Wij moeten het van de traditionele bouwers hebben. Zogezegd het specialistische werk, waarvoor bijzondere houtsoorten worden gezocht. Dat leveren we ook wel aan de bouw, maar het gaat dan meestal om aparte objecten. Overwegend bouwers van muziekinstrumenten, scheepsbouwers en meubelmakers komen hier hun materialen halen.”

Scheepsbouw

Hoe hoger de eisen van de toekomstige eigenaar van het te bouwen product, hoe lastiger het wordt om aan de vraag te voldoen, weet Zwanikken. “Rijke Arabieren die per strekkende meter schip één tot anderhalf miljoen neertellen, zijn niet gauw tevreden.” Het longhi-hout voor de scheepsbouw haalt de directeur uit Afrika.

Voor het Franse hout, waar de grootste bulk uit bestaat, reist de houthandelaar met regelmaat richting zuiden. Veilingboeken krijgt hij voor de verkoop van de percelen toegestuurd. “Ter plekke bekijk ik of de bomen naar mijn zin zijn. Een areaal kan gedeeltelijk particulier eigendom zijn, de rest staatsbezit. Het Office National des Forêts is een gerenommeerde organisatie. De bosbouw en bomenkap wordt in Frankrijk uitstekend beheerd. Beschadig ik per ongeluk een niet kaprijpe boom, dan moet ik daar fors voor betalen.”

Eenmaal gerooid, dient het hout zo snel mogelijk te worden verwerkt. Om verspochten van het materiaal tegen te gaan. “Het principe van de kap”, zegt Zwanikken, “is dat deze plaatsvindt in de winter, als de sapstroom zo goed als stil staat. Daarna is het zaak het hout vóór de langste dag gezaagd te hebben. Het nuttige rendement van een boom is tot aan het kant-en-klare product procentueel heel laag. Met het bestek voor het kasteel Almere bijvoorbeeld zitten we op niet meer dan 35 procent.”

Uitsterven

Het hout moet minstens een half jaar op de lat staan, voordat het in de droogstoof komt te liggen. In deze kamers, waarvan er op het terrein vier zijn, wordt het materiaal nog eens zes maanden geleidelijk uitgedampt. In de naastgelegen slijpkamer worden de enorme zagen gescherpt.

Zwanikken vreest voor het op den duur uitsterven van de traditionele houtzagerij. “De investering voor een zagerij is enorm. Je hebt vele meters terrein nodig, machines kosten een vermogen, de afzuiging, noem maar op. Een miljoen is niks. Ik ben in de wijde omgeving nog de enig zittende. De rest, en dat waren er toch heel wat, moest er gaandeweg de jaren mee ophouden.”

‘Bomen uit Frankrijk bekijk ik ter plekke’

Reageer op dit artikel