nieuws

Het sociale gezicht van bouwer Heijmans

bouwbreed Premium

Jan Heijmans (54) legt morgen tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders zijn bestuursfunctie neer. Na 78 jaar geen Heijmans meer aan de top van het bedrijf. “Raar”, vindt ook de jongste zoon van de oprichter van het Rosmalense bouwconcern. Cobouw sprak met de bouwer over geld, sociaal ondernemerschap en het nieuwe hoofdkantoor.

Nee, Jan Heijmans heeft het nooit betreurd dat hij tijdens zijn 35 jaar durende carrière bij het bouwbedrijf geen bestuursvoorzitter is geweest. Niet dat hij die positie niet ambieerde, maar hij kon zich goed vinden in de keus voor de meer ervaren Joop Janssen als opvolger van zijn broer Lambert Heijmans. Het toont het sociale karakter van Jan Heijmans, vinden veel mensen die met hem hebben samengewerkt. Niet hij komt op de eerste plaats, maar het bedrijf.

Vorig jaar – tijdens afwezigheid van Janssen vanwege ziekte – was Jan Heijmans toch heel even voorzitter. “En je hebt de jaarcijfers wel gezien hè”, zegt hij lachend. Maar dan serieus: “De uitstekende resultaten kun je mij of deze raad van bestuur natuurlijk niet toeschrijven. Iedereen bij Heijmans heeft daaraan bij gedragen.”

Ruim een week geleden nam Jan Heijmans tijdens een twee dagen durend feest in de Brabanthallen al afscheid van zijn collega’s en relaties. Ruim 8500 mensen kwamen hem de hand schudden. Tot zijn eigen verrassing kreeg hij ook een hoge koninklijke onderscheiding opgespeld. “Officier in de orde van Oranje-Nassau”, zegt Jan Heijmans trots. “Ja dat doet me wel wat, maar ik heb onmiddellijk alle eer doorgespeeld naar het bedrijf. En de maatschappelijke organisaties waarvoor ik vele jaren in de weer ben geweest.”

Positie

Dat Jan Heijmans net als zijn broers Theo, Lambert en Gerard, in het bedrijf van zijn vader terecht kwam, lag eigenlijk wel voor de hand. “Thuis ging het altijd over het bedrijf, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Personeelsleden, maar ook zakenrelaties, kwamen altijd over de vloer. In vakanties of als ik vrij van school was, ging ik wel eens mee naar projecten en natuurlijk kroop ik op de werf in en op de machines.”

Vader Heijmans vond het belangrijk dat zijn nakomelingen goed terecht zouden komen, maar vond ook dat zij hun positie in het bouwconcern zelf moesten verdienen. “Hij was er trots op als zijn kinderen in het bedrijf kwamen werken, maar stelde wel de voorwaarde dat ze het zouden kunnen. Bij mij is dat wat anders gegaan, omdat hij kwam te overlijden toen ik achttien jaar was. Ik heb hem dus niet actief in het bedrijf meegemaakt.”

“Het is toch juist een extra hobbel om naamdrager te zijn. Er zijn mensen die daar verkeerd mee omgaan en denken dat je dus alles in de schoot geworpen krijgt. Gelukkig heb ik te maken gehad met mensen die mij normaal hebben geadviseerd en bekritiseerd, ook al was ik de zoon van.”

Jan Heijmans startte in 1966 op de afdeling inkoop van Heijmans Bouw. Enkele jaren later kwam hij terecht bij de uitvoering van wegenbouwprojecten, waar hij tot 1990 verschillende functies bekleedde. De laatste tien jaar maakte hij deel uit van de raad van bestuur. Hoogte- of dieptepunten? Hij kan ze eigenlijk niet noemen. “Ik heb eigenlijk altijd met veel plezier in het bedrijf gewerkt. Alle fases waren uitdagend en interessant.”

Een project dat hem wel is bijgebleven is de reconstructie van de rijkswegen 15 en 16. “Daar heb ik ontzettend veel tijd aan besteed. Rijksweg 15 en 16, tussen de drie bruggen: Van Brienenoordbrug, Moerdijkbrug en brug over de Noord. Dat was een gigantisch en fantastisch project.” Belangrijke gebeurtenis was natuurlijk ook de beursgang, in 1993. Volgens Jan Heijmans was de keuze óf in zee met een participatiemaatschappij, óf naar de beurs óf een fusie óf overgenomen worden. “Verkopen was een optie, maar dat wilden wij als aandeelhouders en managers niet. Dat konden we ons personeel ook niet aandoen. Zij beschouwen Heijmans toch als hun eigen bedrijf. Voor de medewerkers is de beursgang belangrijk geweest. Het bedrijf kon zo onder eigen naam doorgroeien.”

In 35 jaar tijd zag Jan Heijmans het bouwbedrijf uitgroeien tot een beursgenoteerde onderneming met een omzet van bijna 2,25 miljard euro. De verzakelijking heeft toegeslagen, het geld regeert, maar Jan Heijmans weigert de sociale kant van het ondernemerschap uit het oog te verliezen.

Hij geeft een voorbeeld: “Een aantal keer per jaar worden centraal de jubilea gevierd. De jubilarissen en hun gezinnen worden uitgenodigd en krijgen een cadeau. Dat lijkt heel klein, maar is zó belangrijk.”

Aandacht voor de medewerkers, op elk niveau, daar gaat het volgens Jan Heijmans om. “Ik heb ooit in de raad van bestuur voorgesteld om elke week een project te bezoeken. Daarmee geef je als bestuur het voorbeeld om die aandacht ook echt te geven. Andere managers nemen dat voorbeeld over. Mensen op de bouwplaats of in de fabriek waarderen dat zeer. Als je op die manier kans ziet de betrokkenheid te vergroten, ben je in feite onverslaanbaar en komt die winst vanzelf. Als je alleen maar stuurt op het verdienen van geld, is het snel gedaan met de zaak. Daar ben ik van overtuigd. Je moet oog hebben voor de mensen, anders red je het niet.”

Ook in zijn privé-leven streeft hij die filosofie na. Gasten op zijn afscheidsfeestje verzocht hij – in plaats van cadeaus – geld over te maken naar de stichting Mensen in Nood. “Wij komen niets tekort”, verduidelijkt Jan Heijmans. “Wat moet ik met al die cadeaus, hoe lief ik het ook vind van al die mensen. Ja, dat sociale aspect is mij met de paplepel ingegoten en ik hoop dat ook over te dragen.”

Genieten

Morgen neemt Jan Heijmans afscheid. Geen Heijmans meer in de top van het bedrijf. Raar vindt hij zelf ook wel. Maar helemaal Heijmans-loos gaat het concern niet verder. “Er werkt nog een aantal Heijmansen in het bedrijf. Mijn oudste zoon ook. Of hij in de toekomst de top haalt? Hij is wel ambitieus en gedreven, maar zal zichzelf net als een ander moeten bewijzen. Het wordt hem niet cadeau gedaan.”

Jan Heijmans gaat genieten van het leven. “Ik ga muziek maken en toertochten met mijn oldtimers. Misschien wat fotograferen. Bovendien wordt het nu tijd dat ik mijn vrouw ga ondersteunen. Ze zit op de kunstacademie en heeft talent. Ik heb een mooi atelier voor haar gebouwd.”

Het bedrijf Heijmans zal hij altijd blijven volgen, al is het maar omdat hij straks vanuit zijn woning het nieuwe hoofdkantoor kan zien verrijzen. “Daar ben ik toch wel erg trots op, want ik heb er zelf voor gezorgd dat ze hier nog kunnen bouwen. Rijkswaterstaat had een aantal jaren terug bedacht dat op onze locatie een nieuw knooppunt moest komen. Daar was ik niet erg van gecharmeerd, dus ik heb net zo lang gezocht naar oplossingen totdat bleek dat het ook anders kon: beter en goedkoper. Dat hebben ze gevolgd. Daarmee is de locatie van het bedrijf behouden gebleven.

Reageer op dit artikel