nieuws

Het middelgrote bouwbedrijf heeft toekomstperspectief

bouwbreed Premium

Het middelgrote bedrijf in de b&u is goed voor ruim 40 procent van de omzet in dit deel van de bouwnijverheid. De desbetreffende bedrijven nemen daarbij 44 procent van de werkzame personen in de b&u voor hun rekening. De winstmarges mogen er zijn en doen zeker niet onder voor de rest van de bedrijfstak. Volgens Adrie Buur en Frits Jansen van het EIB biedt de toekomst voldoende perspectief voor een succesvol middelgroot bedrijf.

Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) deed een onderzoek naar de toekomst van het middelgrote bouwbedrijf. Directe aanleiding was te achterhalen of de met grote regelmaat geopperde aanstaande tweedeling in de bouwnijverheid al werkelijkheid geworden was. Onder middelgrote bouwbedrijven verstaat het EIB bedrijven met meer dan tien en minder dan honderd gerealiseerde manjaren. Ook nu nog valt dikwijls te beluisteren, dat het middelgrote bedrijf zijn langste tijd gehad heeft. Het zou worden fijngewreven tussen het kleine en het grote bedrijf. Bij deze tweedeling zou het vervolgens niet blijven. De kleine bedrijven moeten zich zien te redden als specialist, terwijl alleen voor de grote bedrijven het algemene bouwen is weggelegd.

Het EIB heeft een groot aantal gegevens van de afgelopen 20 jaar verzameld en geanalyseerd. Daarbij is de ontwikkeling van de bouwproductie maar in beperkte mate meegenomen. Uitgangspunt was, dat de structuur van de bedrijfstak geen zelfstandige invloed heeft op de totale hoogte van de vraag naar bouwproductie. Impliciet is dus de gedachte dat een vraag naar bouwproductie bij enig bedrijf terecht komt, althans in een markt die in evenwicht is.

Omvang

Als belangrijkste verklaring voor het voortbestaan van het middelgrote bedrijf in een omvang die redelijk stabiel is, wijzen wij op het ontbreken van een optimale grootte voor een bouwbedrijf.

Gegeven de bestaande bouwtechniek en de heersende marktvormen kunnen bedrijven sterk in omvang variëren. Het productieproces is nog steeds arbeidsintensief en de investeringen in vaste productiemiddelen zijn gering. De vaste kosten per eenheid product beslaan nog geen 10 procent van de totale kostprijs. Schaalvoordelen spelen hierdoor in de concurrentie slechts een beperkte rol. De b&u-markt is sterk gesegmenteerd en kent in het algemeen geen vraag naar uniforme producten.

Daarbij komt het sterk regionale karakter van de markten. In het bijzonder niet-professionele opdrachtgevers hebben geen volledig prijsoverzicht en voorts is de prijs geen doorslaggevende grootheid bij de vraag naar de producten.

Grote, kleine en middelgrote bedrijven kunnen naast elkaar bestaan en tot op zekere hoogte met elkaar concurreren. Het belangrijkste verschil ligt in de grootte van de projecten. De verdeling van het aantal b&u-bedrijven naar grootte vertoont een grote samenhang met de verdeling van het aantal bouwprojecten naar grootte. Het zijn dan de beperkingen van technische, organisatorische en financiële aard die bepalen wie kan en mag bouwen. Op een deel van de markt kunnen kleine en middelgrote bedrijven dus niet concurreren met het grote bedrijf en kleine op hun beurt ook weer niet met het middelgrote. Omgekeerd kan het grote bedrijf wel de concurrentie aan met het kleine bedrijf. Grote bedrijven willen graag groot blijven en in een aantal gevallen ook steeds groter worden. Daarvoor lijkt een zelfstandige dynamiek te bestaan. Stilstand is achteruitgang, lijkt in veel het gevallen het adagium. Voor kleine en middelgrote bedrijven is zo’n groeidoelstelling lang niet altijd aanwezig.

Het middelgrote bedrijf manifesteert zich in het bouwproces tamelijk traditioneel. Kenmerkend zijn de nadruk op onderhoud, herstel en verbouw. De gemiddelde projectgrootte is betrekkelijk klein en opdrachtgevers zijn in het algemeen niet professioneel. Dat deze bedrijven niet het voortouw nemen bij de verschillende vormen van procesintegratie, ligt voor de hand. Weliswaar staan het in elkaar schuiven van ontwerp, uitvoering, onderhoud en exploitatie ook bij het grote bouwbedrijf nog in de kinderschoenen en moet worden afgewacht of het fenomeen op enige schaal wortel schiet, bij het middenbedrijf is het nog minder het geval. Van de andere kant: het bouwen van individuele woningen en bedrijfshallen zal in het middelgrote bedrijf ook dikwijls zonder tussenkomst van een architect plaatsvinden. Voorts neemt bouwen voor eigen risico – eveneens een kenmerk van procesintegratie – ook bij dit bedrijfstype toe.

Zelfstandig

Het leeuwendeel van het middenbedrijf bestaat uit zelfstandige ondernemingen die geen werkmaatschappij van een concern zijn. Als dit wel het geval is, gaat het meestal om de grotere middenbedrijven. Voor wat betreft de bedrijfseconomische prestaties doen de zelfstandige bedrijven zeker niet onder voor de concernonderdelen. Het middenbedrijf heeft zich in de afgelopen twintig jaar uitstekend gehandhaafd en veel voorspellingen gelogenstraft. Het EIB behoorde overigens niet tot de voorspellers. Het opdelen van de b&u in twee segmenten heeft zich niet voorgedaan. Wel is over de gehele linie sprake geweest van een daling van het aantal bedrijven.

Als het gaat om de tweedeling naar specialistisch of algemeen bedrijf, deed zich alleen verdere groei van het aantal en soorten onderaannemers voor. Het aandeel van onderaannemers in de omzet van hoofdaannemers is systematisch gestegen. In bepaald opzicht geldt dit ook voor het inkopen van materialen die door voorbewerkingen een steeds groter deel van de toegevoegde waarde scheppen. Wat niet veranderd is, is het algemene karakter van de bouwbedrijven. Ze bouwen woningen, andere gebouwen, doen aan onderhoud en zijn goed in verbouwingen. Specialisatie komt natuurlijk wel voor. In het één ben je soms beter dan in het ander. Toch zullen de meeste middelgrote bedrijven uit concurrentieoverwegingen en risicospreiding zich niet snel beperken in hun opdrachtverwerving.

Voor de komende jaren heeft het EIB een indicatieve berekening gemaakt van de te verwachten marktaandelen van het middelgrote bedrijf (zie tabel). Daar komt niet veel verandering in. Het ziet er niet naar uit, dat projecten gemiddeld genomen groter worden. Het perspectief voor het middelgrote bedrijf is goed. Voor elk bouwbedrijf blijft gelden, dat je de techniek goed in de vingers moet hebben. Maar om te verdienen moet je ook de economische kant goed beheersen.

Omzetontwikkeling en marktaandeel van middelgrote b & u-bedrijven per marktsegment in 1999 en 2006.

marktsegment marktaandeel (%) jaarlijkse groei in % 1)

1999 2006 middenbedrijf segment

nieuwbouw woningen 31 30 -0,3 +0,1

nieuwbouw gebouwen 39 40 +1,0 +0,5

onderhoud, herstel en verbouw woningen 20 20 +3,0 +2,8

onderhoud, herstel en verbouw gebouwen 32 30 +1,7 +2,7

totaal marktaandeel 30 29 +1,1 +1,5

1) gemiddeld in de periode 2000 – 2006. Bron: EIB

‘Grote, kleine en middelgrote bedrijven kunnen tot op zekere hoogte met elkaar concurreren’

Reageer op dit artikel