nieuws

Groningen heeft er weer een (strip)kermis bij

bouwbreed Premium

Groningen goochelt bij de komst van het Nationaal Stripmuseum op een zelfde manier met getallen als indertijd bij het Groninger Museum, stelt Onno Hefti. Het stripmuseum belooft een soort pretpark te worden.

Na ruim acht jaar discussiëren krijgt de stad Groningen vanaf medio 2002 dan toch haar Nationaal Stripmuseum. Tot op het laatste moment hielden de gemeente, de stichting Het Museum, projectontwikkelaar Amstelland Vastgoed en exploitant Libéma de spanning er goed in. Pas toen Wilma Bouw – die weleens wilde weten wat er nu precies in het in aanbouw zijnde complex Nieuwe Westerhaven moest worden gebouwd – aan de bel trok, werden de gesprekken in enkele dagen tijd afgerond.

Ook wellicht een beetje omdat rijwielketen Halfords, die aanvankelijk 10.000 vierkante meter winkelruimte ten behoeve van een zogeheten superstore zou huren, op het laatste moment afhaakte. De papieren onmogelijkheid van concurrentie met de winkels in de binnenstad, waar een ernstige leegloop dreigt, maakt de verhuur van het complex Nieuwe Westerhaven er niet eenvoudiger op. Groningen stelt zich daarom garant voor een extra bedrag van 5 miljoen gulden, tezamen met de eerder beschikbaar gestelde 2, 5 miljoen gulden neemt de gemeente daarmee de helft van de totale investering in het stripmuseum voor haar rekening.

“De gemeente koopt met de extra investering van 5 miljoen gulden van Libéma in feite tien jaar exploitatie van het Nationaal Museum”, aldus de Groningse wethouder W. Smink tijdens de officiële persconferentie in het gemeentehuis. “Libéma garandeert ons voor dat bedrag voor die periode een sluitende begroting, gebaseerd op 70.000 bezoekers per jaar”, aldus Smink. Het is voor de buitenstaander meestal een raadsel waarop zo’n aanname is gebaseerd. Waar kom dat getal van 70.000 bezoekers vandaan?

Heeft het nog vers in het geheugen liggende avontuur met het Groninger Museum ons dan helemaal niets geleerd? Daar werden de vooraf geraamde bezoekersaantallen ruim overtroffen en toch moesten er miljoenen guldens per jaar bij. Met andere woorden: vooraf geraamde bezoekersaantallen – als die al kloppen – vertonen in de praktijk geen enkele relatie met een gezonde exploitatie van een museum.

Terwijl de wethouder zich in gemeentehuis verstaanbaar probeert te maken, zijn op de achtergrond de harde geluiden van de traditionele Groningse Meikermis hoorbaar. De exploitanten van die Meikermis klagen momenteel steen en been over het gebrek aan bezoekers en inkomsten. Met andere woorden: zo’n kermis is kennelijk al niet financieel sluitend te krijgen. Daar moet flink geld bij. Nou is Libéma een exploitant, die vooral gespecialiseerd is in pret- en attractieparken. En dat is ook precies wat ze van het Nationaal Stripmuseum willen maken: een pretpark voor het hele gezin.

De directeur van Libéma vertelt ons – met een duidelijk hoorbare zuidelijke tongval – dat dat wel moet. Anders komen mensen er niet voor naar Groningen. “Voordat mijn bemoeienis met het museum begon, was ik er één keer geweest. Het viel me op dat het toch wel een hele afstand is. Dan moet je ook echt wat te bieden hebben.” De oorspronkelijke bedenkers van het plan voor een stripmuseum, onder wie eigenaar Pick Fokkens van de Groningse stripwinkel Modern Papier, die zich acht jaar geleden meteen al terugtrokken toen bleek dat het toenmalige plan nooit in die opzet haalbaar zou zijn, hebben gelijk gekregen. Groningen heeft er weer een kermis bij. Deze keer één met als thema Jan, Jans & De Kinderen. Wel leuke promo voor stripmaker Jan Kruis, tevens woordvoerder van de stichting Het Museum.

‘Stripmuseum moet ook pretpark zijn, anders komen ze niet’

Reageer op dit artikel