nieuws

Stukken bestonden wel, maar bleven bewust in la

bouwbreed Premium

Maar de echte kater volgt vaak pas later. ‘Ik had dit moeten zeggen, en dat…’ Het woord is alsnog aan Joke Groenendijk, secretaris van de door zandsuppleties van zijn palen geschoven kerk De Weg in Woerden.

Altijd hetzelfde liedje: na afloop van de rechtzitting over het geschil tussen de Evangeliegemeente De Weg en Ballast Nedam en de gemeente Woerden realiseert mw. Groenendijk zich wat zij eigenlijk had moeten zeggen toen de raadsman van de tegenpartij mr. Dingemans volhield dat allerlei stukken die De Weg vergeefs had opgevraagd “niet bestonden”.

“Maar wat nu blijkt – en dát hadden we moeten zeggen”, recapituleert Groenendijk, “dat de verzekerden – Ballast Nedam en Woerden – volgens de CAR-polis verplicht zijn eventuele belastende bewijsstukken te doen verdwijnen. Dat verklaart”, vervolgt zij, “waarom we van Ballast Nedam en Woerden geen stukken hebben ontvangen. Ze waren er wel, maar zijn achterhouden”. Als voorbeelden noemt zij: “Gespreksverslagen van bouwvergaderingen, het volledige vakkenplan van de zandsuppletie en de uitvoeringsvolgorde, de staat van meer en minderwerk en een aantal op 9 oktober 1991 genomen foto’s van het kerkgebouw, vlak voordat de zandsuppletie in de directe nabijheid werd aangebracht”.

Het vakkenplan is van belang om de nominale diktes van de ophoogslagen per ophoogvak vast te stellen. Het dagboek van de uitvoerder (van Ballast Nedam) maakt melding van een twaalftal vakken, terwijl de bestekstekening een achttal gebieden laat zien. De Weg heeft wel de hand kunnen leggen op een fragment van het vakkenplan, zoals het door de opzichter of uitvoerder in het gewijzigde bestek is getekend. Op basis hiervan en van de in het dagboek van de uitvoerder genoteerde hoeveelheden aangevoerd zand heeft de deskundige van de kerk, ir. J. Oostveen, een berekening gemaakt, waaruit blijkt dat de werkelijke ophoogslagen veel dikker waren dan de 0,50 meter die het bestek voorschreef. Direct ten zuiden van de kerk bedroeg volgens Oostveen de eerste slag 1 à 1,10 meter.

De bepaling A.7.3e van de modelpolis van het Verbond van Verzekeraars maakt overigens geen melding van ‘stukken’, maar van ‘beschadigde delen’. Letterlijk: ‘Verzekerde is verplicht alle beschadigde delen voor inspectie, c.q. expertise te bewaren, tenzij dit zal leiden tot vergroting van de eventueel te vergoeden schade’. In de context van de overige bepalingen is het evenwel goed te begrijpen dat Groenendijk er een ruimere interpretatie aan geeft. Zo verplicht bepaling A.7.3d de verzekerde – in dit geval dus Ballast Nedam en de gemeente Woerden – ‘zich te onthouden van alles wat de belangen van verzekeraars zou kunnen benadelen’, terwijl A.7.3c voorschrijft ‘alle stukken die op de schade betrekking hebben aan de verzekeraars door te zenden’. Aan het niet nakomen van verplichtingen verbindt de verzekeraar een zware sanctie. Artikel A.8: “Indien de verzekerde die de schade lijdt zijn verplichtingen uit de polis niet is nagekomen en daardoor de belangen van de verzekeraars heeft geschaad, verliest die verzekerde zijn recht op schadevergoeding’.

Mr. J. Dingemans, de raadsman van de wederpartij (Ballast Nedam en Woerden), zegt “voor het eerst van deze bepalingen te horen”. Zonder zich erop te willen beroepen, stelt hij dat “er geen algemene verplichting bestaat om stukken aan elkaar te geven”. Afgezien daarvan is er, zo verklaart hij, nimmer contact geweest tussen hem en zijn cliënten Ballast Nedam en de gemeente Woerden over een verzoek om stukken achter te houden. “Dat is niet aan de orde. Wat we hebben, hebben we gegeven. De gemeente heeft geen vakkenplan gemaakt. Dus kan ik het ook niet geven.”

Evangeliegemeente De Weg in Woerden gaat schuil achter grote hopen zand

De rechter doet 17 mei uitspraak.

Reageer op dit artikel