nieuws

Rioolbuizen voeren water naviduct af

bouwbreed Premium

Bij de bouw van het naviduct in Enkhuizen is voor de afvoer van het regen- en lekwater, in afwijking van het oorspronkelijke plan, gekozen voor opslag en afvoer in rioolbuizen. In zekere zin was het de gesteldheid van de bodem die de bouwer van het naviduct, CNK, dwong af te zien van kelders onder de rijweg. Uiteindelijk blijkt het alternatief nog goedkoper uit te vallen.

Het is meer regel dan uitzondering dat in de bouwsector projecten uiteindelijk duurder uitvallen. Ook bij de bouw van het naviduct in Enkhuizen, een onderdoorgang onder een sluizencomplex voor rijverkeer, wordt met die mogelijkheid rekening gehouden. De stijging kan met name worden veroorzaakt door de gevolgen van het Bouwstoffenbesluit dat in werking trad toen goed en wel met de werkzaamheden een begin was gemaakt.

Buffer

Niettemin kan het bij de bouw van dit voor Nederland unieke werk soms ook meezitten. Dat was onder andere het geval bij het opvang- en afvoersysteem van regen- en lekwater. “In de ontwikkelingsfase is steeds uitgegaan van de bouw van kelders die als buffer voor het water fungeerden om het van daaruit vervolgens weg te pompen”, vertelt A. Weppner, directeur van aannemingsmaatschappij VBK uit Hoorn. Het bedrijf participeert samen met Boskalis en het Belgische Bouwbedrijf Van Laere NV in de aannemingscombinatie CNK. “De kelders zijn ook in het bestek opgenomen, maar pas later bleek uit grondmechanisch onderzoek dat de bouw ervan niet zonder enorme kostenoverschrijdingen mogelijk was. We waren dus in zekere zin gedwongen naar een alternatief uit te zien.”

Dat alternatief werd gevonden in simpele rioolbuizen. Net zoals in stedelijk gebied het rioolstelsel een buffer is voor regenwater, worden de rioolbuizen van het naviduct eveneens voor dit doel gebruik.

Het zijn wel buizen van een royale afmeting die daarvoor worden gebruikt. Totaal gaat het om circa 300 meter rioolbuis met een diameter van 2,20 meter. De buizen liggen aan weerszijden van de tunnelbuis en komen uit in een verzamelruimte van waaruit het water wordt weggepompt. Aanvankelijk was het plan de pompput onder de rijvloer aan te leggen. Deze is nu gewoon naast de rijvloer gelegd.

Geluk

“Het rioolsysteem is gemakkelijker, op zijn minst zo effectief als berging in kelders en alles bij elkaar behoorlijk goedkoper ook”, stelt Weppner tevreden vast. “We hebben natuurlijk ook het geluk dat de situatie hier in Enkhuizen dit alternatief mogelijk maakt. Het naviduct is ingebed in een polder van circa zes hectare en er is dus ruimte genoeg.”

De keuze voor rioolbuizen betekent op de eerste plaats een financiële meevaller van enkele tonnen. Mede dankzij dit ‘voordeeltje’ heeft het project weer de beschikking over een eigen noodaggregaat, geen overbodige luxe omdat de stroomvoorziening afhankelijk is van een elektriciteitsnet dat slechts is berekend op de straatverlichting en de bediening van het sluizencomplex.

Een niet onbelangrijk tweede voordeel is dat de keuze voor afvoer via rioolbuizen de bouwtijd aanzienlijk heeft verkort, zozeer zelfs dat de achterstand van twee maanden geheel is ingelopen. Daarmee ligt de bouw weer helemaal op schema. Het natte gedeelte is inmiddels voor negentig procent gereed en met de bouw van het tunnelgedeelte van het naviduct is een aanvang genomen. Weppner gaat er nog steeds van uit dat de oplevering in april 2003 kan plaatsvinden.

Overigens zal het wegverkeer al eerder gebruik van het naviduct kunnen maken dan het scheepvaartverkeer. Nog voor de zomervakantie van 2002 moet het wegverkeer onder de twee nieuwe sluiskolken door kunnen rijden.

Bouwstoffenbesluit jaagt kosten project omhoog

De keuze voor waterberging in rioolbuizen mag dan een besparing opleveren van enkele tonnen, de inwerkingtreding van het Bouwstoffenbesluit laat dit financiële voordeeltje verdampen. Met name de kosten van bemonstering van zand en grond lopen fors op. De voorzitter van de raad van bestuur van aannemingscombinatie CNK, A. Weppner, verwacht dat de bouwkosten alleen al door de verplichte bemonstering en handhaving ruim anderhalf miljoen gulden duurder uitvallen.

Bij de aanbesteding in 1999 dacht de Combinatie Naviduct Krabbersgat (CNK) het werk voor 98 miljoen te kunnen realiseren. Om op dat bedrag uit de komen, was overigens al de nodige inventiviteit aan de dag gelegd. Bij de inschrijving liet CNK de extra kosten die de invoering van het Bouwstoffenbesluit met zich mee zou brengen buiten beschouwing omdat niemand de gevolgen ervan kon overzien.

Drie provincies

De vrees van met name de natte bouw dat die kosten wel eens behoorlijk zouden kunnen oplopen, wordt bewaarheid. “Alleen al aan kosten van bemonstering zijn we tot dusver zeker anderhalf miljoen gulden extra kwijt”, aldus Weppner.

“Wat betreft de aanvoer van zand hebben we te maken met drie provincies: aan de ene kant van de sluizen ligt Noord-Holland en aan de andere kant Flevoland. Veel van het zand dat we gebruiken komt uit de vaargeul Urk-Lemmer, zodat we dus ook te maken hebben met Friesland. Als het tegenzit, moet er drie keer bemonsterd worden. Dan heb ik het nog niet over de kosten van handhaving. Over de hoogte van de extra kosten durf ik me bij benadering niet uit te spreken. En het treurigst is eigenlijk dat we ook in verband met de kosten van het beton nu maar voor grind kiezen. Bij gebruik van het vervangende betongranulaat zouden de kosten helemaal de pan uitrijzen.”

Sigarendoos

Op de achterkant van een sigarendoos rekent Weppner het voor: alleen al voor de onderdoorgang van de sluis en de bouw van de bakken is zo’n 20.000 kuub beton nodig. Om milieuredenen verdient het gebruik van bouwgranulaat de voorkeur. Extra kosten: 2 tot 3 gulden per kuub. Daar zou nog wel overheen te komen zijn, ware het niet dat het Bouwstoffenbesluit inmiddels in werking is getreden. Puingranulaat valt daaronder. Van het granulaat moet dus de herkomst bekend zijn en doorgaans komt dat bij meer dan één sloopwerk vandaan. De consequentie is dat een veelvoud aan certificaten moeten worden afgegeven. Hierdoor kost beton met granulaat geen 2 tot 3 gulden, maar 15 gulden extra.

“Daarom hebben we toch maar gewoon voor grind gekozen”, vertelt Weppner. “Het scheelt in de kostprijs van het beton bij dit project grofweg 250 duizend gulden. Prachtig hoor, die wetgeving ten dienste van het milieu, maar niemand blijkt oog gehad te hebben voor de consequenties. Of ze hebben er niet over na willen denken.”

Verwijst Weppner daarmee het Bouwstoffenbesluit naar de prullenmand? “Nee hoor, maar als een overheid serieus werk wil maken van de recycling van bouwstoffen, zal men ook de volgende stap moeten zetten: grind veel duurder maken.”

‘Systeem is gemakkelijk, net zo effectief als kelders en nog flink goedkoper ook’

Reageer op dit artikel