nieuws

Rekenmethode maakt dure meetoperatie overbodig

bouwbreed Premium

Wat doe je als ingenieursbureau wanneer de kosten van een grondonderzoek in verhouding tot de aanlegkosten te hoog uitvallen? Fugro Milieu Consult heeft een alternatief, waardoor een dure meetcampagne op het water kan vervallen.

De bedrijvigheid in de Krabbepolder in Dordrecht heeft volgens de gemeente een niveau bereikt dat maatregelen voor verbetering van de bereikbaarheid van de bedrijven in de polder rechtvaardigt.

Het gebied ligt geheel omsloten door water van Krabbegeul, Malle Gat en Dordtse Kil. Voor het laden en lossen van vrachtschepen zou een kademuur van ongeveer vierhonderd meter moeten worden aangelegd. Een waterdiepte van tien meter is voor de schepen een vereiste.

Hergebruik

De gebogen oever van de polder wordt voor de aanleg van de kademuur recht gebaggerd. Daarbij komt een hoeveelheid van 180.000 kubieke meter grond vrij, bestaande uit slib, klei, veen en zand. Hergebruik is essentieel, omdat er geen ruimte is het tijdelijk in depot op te slaan. Van belang is dus van tevoren de kwaliteit van de grond te kennen om die bij verwijderen direct te kunnen afvoeren naar de eindbestemming. Geen simpele opgave. Dordrecht benaderde Fugro Milieu Consult om dit probleem op te lossen.

Het ingenieursbureau schatte een gangbare methode van onderzoek als te duur in. Het vaststellen van de kwaliteit van de grond op het maaiveld tot aan de waterlijn is geen probleem. Sonderingen en pulsboringen zijn met rijdende stellingen goed uit te voeren.

Om de grond van de taluds op grotere diepte onder de waterlijn te bemonsteren, zou een meetschip ingezet moeten worden. Dat kost het nodige. Volgens F. Stevens van Fugro zelfs zoveel, dat een alternatieve aanpak is gevolgd. Er is uitsluitend vanaf de wal bemonsterd en gesondeerd. Met behulp van een statistische toets is het mogelijk gebleken na te gaan of de hypothese klopt dat in horizontale zin in de taluds de kwaliteit van de grond nagenoeg gelijk is aan die onder het maaiveld naast het water.

Aan de hand van sonderingen op de wal zijn in de grondopbouw vijf redelijk homogene lagen onderscheiden (zandige klei, ziltige/humeuze klei, klei, zand en veen). Elke laag is onderverdeeld in vakken. In totaal gaat het om 21 vakken. Per vak zijn twee analyses gedaan om de kwaliteit vast te stellen. Van elk vak zijn de gemiddelde concentraties bepaald voor een standaardpakket milieuverontreinigende stoffen (zware metalen, pak’s, bestrijdingsmiddelen en minerale oliën). Die zijn getoetst aan de normen van het Bouwstoffenbesluit. Met behulp van de zogenoemde homogeniteitstoets is voorts per bodemlaag gekeken naar de mate van variatie in concentratie.

Dat gaat aan de hand van een aantal criteria. Het verschil tussen hoogste meetwaarde en laagste meetwaarde moet kleiner zijn dan de streefwaarde uit de norm.

Ook moet de hoogste meetwaarde kleiner zijn dan tweeënhalf maal de kleinste meetwaarde. Bovendien moeten de meetwaarden horen bij dezelfde gebruikscategorie van de grond volgens het Bouwstoffenbesluit. De homogeniteitstoets bleek met uitzondering van twee vakken in een bepaalde laag positief uit te vallen.

Voorzichtig

De hypothese dat de samenstelling van de grond in de taluds dezelfde is als op de wal, is getoetst aan de hand van de gemiddelde concentraties per vak in een laag. Die bleek niet verworpen te hoeven worden. Wel moet voorzichtig worden omgegaan met hergebruik van de grond uit de twee gewraakte vakken. Het gaat overigens om een lichte verontreiniging met indeling als categorie 1 bouwstof (beperkt hergebruik in bijvoorbeeld ophogingen en niet vermengen).

De gevolgde aanpak heeft de kosten van het onderzoek met meer dan de helft verminderd. Bovendien ging het een stuk sneller, de tijdbesparing heeft zo’n dertig procent bedragen.

Havens

De gevolgde methode met de homogeniteitstoetsen en hypothesen over afwijkingen zou volgens Stevens ook op andere locaties zijn toe te passen. Bijvoorbeeld op grootschalige locaties waar nieuwe havens moeten komen, waarbij de bekkens in bestaande grond worden uitgebaggerd. Als op het land maar voldoende gegevens verkregen kunnen worden.

Voor zover Stevens weet, is Fugro niet de enige die de gegevens van de homogeniteitstoets gebruikt voor toetsen van hypothesen over variatie van concentraties in de bodem. Bij grootschalige locaties of trajecten, zoals tunnels of de hogesnelheidslijn, is de kans groot dat de toets eveneens wordt gebruikt.

Reageer op dit artikel