nieuws

Ontwikkelaars bezorgd over Utrechtse deal

bouwbreed Premium

De organisaties van projectontwikkelaars NVB en Neprom maken zich zorgen over de bouw van zesduizend vrije-sectorkoophuizen door woningcorporaties in de na-oorlogse wijken van Utrecht. Directeur Rietdijk van het NVB vreest dat de sociale verhuurders te weinig expertise hebben om wijken met allure te creëren. Met directeur Fokkema van de Neprom meent hij dat de corporaties er goed aan doen als ze gebruik maken van de expertise van marktpartijen.

Deze week stemde het college van burgemeester en wethouders van Utrecht in met een overeenkomst tussen de gemeente en de corporaties over de stedelijke vernieuwing in de naoorlogse wijken. Daar worden tot 2015 9500 verouderde huurwoningen gesloopt. Daarvoor in de plaats mogen de corporaties zesduizend koopwoningen in de vrije sector en drieduizend huurwoningen bouwen. Utrecht en de corporaties gaan ervan uit dat de verkoop van de duurdere koopwoningen voldoende geld oplevert om de kostbare ingrepen in de naoorlogse wijken te financieren. Tot 2015 is ongeveer 7 miljard gulden nodig.

Verkopen

De corporaties gaan ook actief huurwoningen verkopen, maar zullen bij lange na niet voldoen aan de wens van staatssecretaris Remkes, die verlangt dat van het corporatiebestand van 2,5 miljoen woningen er een half miljoen van de hand worden gedaan. De corporaties in Utrecht menen dat ze de mensen die zijn aangewezen op goedkopere huurwoningen niet fatsoenlijk kunnen huisvesten als zij zich aan het tempo van de staatssecretaris houden. Neprom-directeur Fokkema stelt in een reactie op de Utrechtse plannen vast dat het goed is dat de stedelijke vernieuwing op gang komt. “Het is uitstekend dat verouderde woningen uit de roulatie worden genomen en dat er meer duurdere woningen in de naoorlogse wijken worden gebouwd. Daardoor wordt het mogelijk mensen vast te houden in die wijken en ze een wooncarrière te bieden.”

Concurrentie De Neprom-directeur vraagt zich echter hardop af of het de corporaties moeten zijn die de duurdere koophuizen bouwen. “Het is natuurlijk niet hun primaire taak om grote financiële risico’s te nemen. Nu verkopen huizen in de vrije sector wel aardig. Maar je zult in tijden dat het slechter gaat zien, dat het veel kwaliteiten vergt om je op deze markt te bewegen. Herontwikkeling van oude stadswijken is natuurlijk wel iets meer dan huizen neerzetten.” Zowel Fokkema als Rietdijk vinden niet dat er sprake is van concurrentievervalsing. “Het gaat om bezit dat nu al van corporaties is. Daar mogen ze mee doen wat ze willen. Alleen hoop ik wel dat ze zich realiseren dat het niet eenvoudig is nieuwe wijken te ontwikkelen die ook over enkele tientallen jaren nog aantrekkelijk moeten zijn. Wij hebben daarvoor de expertise”, zegt Rietdijk. In het recente verleden is volgens de NVB-directeur gebleken dat samenwerking tussen corporaties en ontwikkelaars bij de herstructurering van oude stadswijken goede resultaten kan opleveren. Op 16 juni organiseert het NVB in Zeist hierover een congres. Vooruitlopend daarop vindt nu een enquête plaats onder corporaties. Daarbij wordt nagegaan hoe zij tegen samenwerking met marktpartijen aankijken en wat ze verwachten van andere partijen bij stedelijke vernieuwing.

Reageer op dit artikel