nieuws

Onzin of ondernemingszin?

bouwbreed Premium

De verwachte recessie fluistert zich rond. Volgens Intermediair is nu juist dat gefluister er de oorzaak van. Om het doemdenken in te dammen, bezigt Amerikaans bankopperhoofd Alan Greenspan dan ook sussende taal. Maar in de Randstad staan de eerste kantoormeters alweer leeg. Bij architecten- en ingenieursbureaus vragen de eerste aannemers alweer om werk.

De grote bouwdips volgden elkaar begin jaren tachtig en negentig op in een keurige cyclus van tien jaar. We zijn precies een decennium verder. Reden om te kijken hoe de markt zich voorbereidt. Schouderophalend? Trekken we in bange afwachting de broekriem weer aan in een keur van bezuinigingsmaatregelen? Of hebben de afgelopen tien jaar nieuwe oplossingen gebracht?

Als de paniek toeslaat is onze eerste reactie overtollig vet van de botten te schrapen. Berichten over reorganisatie en fusie – lees ontslagen – gezamenlijk en scherper inkopen doen al de ronde. Maar bezuiniging kent zijn grenzen. Als het vet eraf is gaan we in het vlees snijden. De klant die denkt voordelig in te kopen ontdekt dat hij vooral gebrek aan kwaliteit heeft gekocht. Weg vertrouwen. We zien het aan de dalende marges tijdens een dip, die achterblijven als de markt weer aantrekt. We zien het aan de stijgende faillissementen in een crisis. Bezuinigen zonder koerscorrectie is geen ondernemingszin maar onzin.

Piet Vollaard, directeur ArchiNed, maakt zich in Cobouw zorgen over de verdere marginalisering van de positie van de architect als de markt krimpt.

OIn mindere tijden bezien ontwikkelaars en aannemers of ze niet concurrerender en sneller kunnen werken zonder lastige, onafhankelijke architect. Bij middelgrote of seriematige opdrachten nemen slimme bouwers al ontwerpers in dienst. Architecten kunnen hun positie verbeteren door zelf ontwikkeling en bouw ter hand te nemen. Volgens Vollaard vereist dat een ondernemersmentaliteit die 99 procent van de architecten mist.

Maar is dat de enige verklaring? Voor ‘roluitbreiding’ van de architect met ontwikkeling en uitvoering zijn hoogwaardige kennis en capaciteit nodig. Beide zijn moeilijk verkrijgbaar in een krappe arbeidsmarkt en een steeds complexer bouwproces. Afgezien daarvan ondervinden sommige architecten dat integratie van al deze diensten de kwaliteit van het ontwerp onder druk kan zetten, wat ze niet in het belang van de klant achten.

Zo bezien is het weigeren van roluitbreiding geen gebrek aan lef, maar een weloverwogen keuze van de architect. Bovendien kennen we inmiddels aardige staaltjes van ondernemingszin onder ontwerpers.

Generaliseren

Zijn verloren positie in het bouwproces geeft de architect twee keuzes. Hij legt zich neer bij de verschraling van zijn functie of hij neemt zijn lot in eigen hand.

Naast roluitbreiding met projectontwikkeling en uitvoering bespreekt Vollaard de mogelijkheid van rolverschuiving. Iemand zal de groeiend ingewikkelde informatiestroom tussen bouwpartners moeten gaan sturen en controleren. Wie beter dan de ontwerper, wiens traditionele werkzaamheden al in deze lijn liggen? In marketingtermen vergroot zo’n ‘netwerkarchitect’ zijn greep op het bouwproces door te ‘generaliseren’, zich te ontwikkelen van specialist naar totaalaanbieder.

Er zijn architecten die nog veel verder gaan in dit generalisatieproces. Onlangs richtte bureau Architectuur & Advies in Blaricum zelfs een maatschap met arbo-, organisatie- en ICT-adviseurs op. Met als reden dat het niet veel zin heeft een gezond gebouw te ontwerpen voor een ongezond bedrijf. De eerste tevreden klanten bewijzen volgens het bureau dat de nieuwe aanpak uitstekend werkt. Is dit zo, dan is dit een schoolvoorbeeld van succesvolle voorwaartse integratie in het bouwproces.

De architect is niet alleen als eerste bij de opdrachtgever binnen. Hij stapt er ook in op het moment dat de opdracht nog niet vastligt, wat het aantal oplossingsrichtingen sterk vergroot. Dat betekent dat hij zowel in hoog- als in laagconjunctuur passend advies kan bieden. Haal die voorsprong maar eens in.

Specialiseren

Op ditzelfde moment maakt een andere architect een beweging in tegengestelde richting. In zijn loopbaan als senior ontwerper bij een groot ontwerpbureau heeft hij zich tientallen jaren kunnen concentreren op een niche in de markt. Het ontwikkelen en realiseren van dierklinieken en dierenartspraktijken.

Deze jarenlange focus en routine heeft een kennisvoorsprong opgeleverd die de beperkte concurrentie fors terugdrukt. De architect kent elke beweging en elke speler in het diergeneeskundig segment. In goed overleg met zijn werkgever begint hij nu voor zichzelf. Voordeel voor de opdrachtgever is dat hij uitsluitend te maken krijgt met iemand die zijn business in alle facetten kent. Ook zullen de kosten dalen door de lagere overhead van een kleiner bureau.

De dierkliniekontwerper verlaat de rol van generalist en kiest voor specialisatie in een afnemersgroep. Als hij zijn netwerk en kennisvoorsprong goed onderhoudt, kan hij anticiperen op de veranderende behoeften van zijn klanten. Door het ontwikkelen van een breed, behoeftegestuurd dienstenpalet zal hij ook in een dalende markt genoeg werk kunnen hebben.

Reageer op dit artikel