nieuws

FNV Bouw: vernieuwend én tegendraads!

bouwbreed Premium

Sinds 1997 kunnen uitzendbureaus weer aan de slag in de bouw. Daarvoor lag hierop 25 jaar lang een verbod. Dit kwam tot stand omdat allerlei louche bedrijven personeel aanboden. Zij dreogen belastingen en sociale premies deels of helemaal niet af, rommelden met vakantiebonnen en aan de cao hadden ze geen boodschap. Alle werknemers, ook uitzendwerknemers, hebben recht op goede arbeidsvoorwaarden, stelt Dick van Haaster. Dat de bonden zich hier sterk voor maken, maakt hen nog niet ‘tegendraads’, zoals gisteren op deze pagina werd gesteld.

Dit was nadelig voor de overheid, omdat zij inkomsten misliep, maar ook voor werkgevers en werknemers. Werkgevers zagen zich geconfronteerd met valse concurrentie en werknemers bouwden over hun gewerkte dagen geen rechten op voor bijvoorbeeld hun pensioen.

De afgelopen decennia is gelukkig het nodige veranderd. De uitzendbranche heeft zich ontwikkeld tot een ‘normale’ bedrijfstak, met een overigens nog minimale cao, zeker in vergelijking met de bouw-cao. De overheid heeft het uitzendverbod in de bouwnijverheid ondertussen opgeheven. Dit gebeurde nadat de sector ervaring had opgedaan met twee experimenten in de bouw en de afbouw. Die experimenten zijn uitgevoerd door werkgevers en werknemers, in nauwe samenwerking met een aantal gerenommeerde uitzendbureaus, zoals BouwFlex (Randstad) en Start-Bouw.

Het belangrijkste uitgangspunt voor FNV Bouw is dat voor uitzendkrachten in de bouw dezelfde arbeidsvoorwaarden gelden als voor de werknemers die in dienst zijn van een bouwbedrijf. We hebben daarbij alleen onderscheid gemaakt tussen vakkrachten en nieuwkomers. Vakkrachten hebben de nodige ervaring in de bouw en behoren al langer tot de bedrijfstak, terwijl nieuwkomers zich via het uitzendbureau willen oriënteren op een baan in de bouw.

Dit uitgangspunt garandeert dat de rechten van werknemers gewaarborgd zijn. Zo zal een timmerman of metselaar die al jaren in de bouw werkt, na overgang tot een uitzendbureau zijn pensioen blijven opbouwen, gelijke vakantierechten houden, roostervrije dagen opbouwen en geen vut-breuk oplopen. Daarnaast zijn de bepalingen op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid ook op uitzendkrachten van toepassing.

Arbeidsvoorwaarden

Gelijke arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers zijn ook van belang voor werkgevers, omdat zij oneigenlijke concurrentie voorkomen. Een gelijk speelveld voor alle ondernemingen is niet voor niets een belangrijk kenmerk van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Daarom is in artikel 4 van de bouw-cao vastgelegd dat de cao volledig van toepassing is op vakkrachten. Nieuwkomers hebben recht op de lonen en kostenvergoedingen uit de cao.

Deze afspraak betekent een vernieuwing in de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten. Daarmee loopt de bouw in Nederland voorop. Artikel 4, dat in overleg tussen bonden en werkgevers tot stand is gekomen, omschrijft de regels waar uitzendbureaus, werkgevers en werknemers in de bouw zich aan hebben te houden. Dat geldt uiteraard ook voor bureaus als ‘Bouwpartners’, als zij actief willen zijn in de bouwnijverheid. Bouwpartners speelt wel mooi weer, maar geen open kaart over het niveau van zijn arbeidsvoorwaardenpakket.

Modernisering

Over vernieuwing en modernisering van arbeidsverhoudingen heeft FNV Bouw duidelijke opvattingen. Artikel 4 getuigt daarvan . Net als onze cao-voorstellen over vakopleiding, bijscholing, deeltijdarbeid, maatwerk, verlof en keuzemogelijkheden in arbeidsvoorwaarden.

Voordat Bouwpartners zelfs maar was opgericht, waren wij daar al volop mee bezig. FNV Bouw staat open voor vernieuwing, maar dat sluit een tegendraadse opstelling niet altijd uit. Wij willen werkelijk vernieuwen en moderniseren en niet alleen maar inspelen op de tijdgeest. Zeker niet als daarmee belangrijke verworvenheden voor werknemers verloren gaan.

Niets hoeft Bouwpartners ervan te weerhouden betere arbeidsvoorwaarden te hanteren dan andere werkgevers in de bouw. Zo lang het de bouw-cao maar als uitgangspunt blijft nemen.

Uitzendorganisaties in de bouw hebben werknemers en werkgevers als potentiële klanten – is het dan niet modern om de wensen van klanten zoveel mogelijk tegemoet te komen? Als Bouwpartners de cao niet toepast, noch onze pensioenregelingen, gedraagt het zich als een ouderwetse werkgever die uit is op concurrentievoordeel ten opzichte van ondernemers die wel keurig de basisregels in acht nemen. En dat onder het mom van ‘vernieuwing’.

Werknemers langer laten werken, tegen te beperkt loon of inlevering van vroegpensioen, met geen of minder pensioenopbouw, verlies van roostervrije dagen en scholingsrechten, met voorbijgaan aan eisen van veiligheid en gezondheid en wat al niet meer: het is in onze ogen helemaal niet vernieuwend, maar hopeloos achterhaald. Daarmee wordt de concurrentie tussen bedrijven gevoerd over de ruggen van de werknemers en daar is werkelijk niemand mee gebaat. Werknemers – ook uitzendwerknemers – hebben behoefte aan goede arbeidsvoorwaarden. Dat geldt in een periode dat het economisch wat minder gaat, maar evengoed in de huidige hoogconjunctuur.

FNV Bouw beschouwt artikel 4 als onmisbaar onderdeel van de bouw-cao. En dat zal altijd zo blijven. Natuurlijk staan we open voor overleg over goede en moderne arbeidsvoorwaarden voor (uitzend-)werknemers. Daar zijn we volop mee bezig. De komende periode zullen sociale partners in de bouw met de belangenorganisatie van de uitzendbureaus, de ABU, in overleg treden om hun bezwaren ten aanzien van artikel 4 te bespreken. Dat is een constructievere werkwijze dan het onder het mom van ‘modernisering’ uithollen van de cao.

Als Bouwpartners zich in positieve zin wil onderscheiden, zou het een bijdrage kunnen leveren aan dat overleg.

Reageer op dit artikel