nieuws

Ambtenaren in fris binnenklimaat

bouwbreed Premium

Wat doet een eigenaar met een gebouw waarin niet te werken valt vanwege het slechte binnenklimaat: slopen of renoveren? De Rijksgebouwendienst besloot tot een grootschalige renovatie van het gebouw aan de Koningskade in Den Haag, waarin begin 2002 het ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt gehuisvest. Na de interne sloopwerkzaamheden zijn op dit moment de werknemers van Supral Fabriek BV bezig om twintigduizend vierkante meter betonnen plafonds te schilderen.

Het gebouw van Rijkswaterstaat stond al zeker vijf jaar leeg. De Rijksgebouwendienst wist eigenlijk niet zo goed wat ze aanmoest met de glazen kolos van zeventien verdiepingen. M. van der Toorn, projectondersteuner Koningskade 4: “Het algehele klimaat in het gebouw was slecht. Een veelgehoorde kreet van de gebruikers was: ‘we moeten hier uit!’ als je de lift wilde gebruiken, was het altijd een vraag of hij kwam of niet.”

De Rijksgebouwendienst kon echter lange tijd geen beslissing nemen over sloop en nieuwbouw of renovatie. Van der Toorn: “Het bestemmingsplan stond niet toe dat na de sloop een dergelijk hoog gebouw mocht terugkomen. Hierdoor zou een capaciteitsgebrek ontstaan. Verder is de locatie aan de Koningskade gunstig ten opzichte van het centraal station en andere overheidsgebouwen. Bovendien is het een bijzonder gebouw, omdat het als een van de eerste gebouwen in de jaren zestig in Nederland een vliesgevel kreeg.”

Sick building

Deze argumenten gaven de doorslag om de Koningskade 4 geheel te renoveren. Een van de belangrijkste eisen werd de aanpak van de installaties. Volgens B.K. Deuten van de Rijksgebouwendienst was het gebouw namelijk al vanaf het begin een ‘sick building’. Deuten: “In de jaren zestig realiseerde men zich niet dat de gebruikte installaties eigenlijk niet in soortgelijke gebouwen thuishoorden. Het gebouw was voorzien van een systeem dat de lucht recirculeerde. Als iemand op de bovenste verdieping hoestte, dan gingen de ziektekiemen met de overige lucht vrolijk het hele gebouw door.”

De Bouwcombinatie Koningskade 4, bestaande uit HBG Utiliteit, Hillen & Roosen en Boele & Van Eesteren, startte in opdracht van de Rijksgebouwendienst halverwege vorig jaar de werkzaamheden. Op dit moment zijn alle verdiepingen leeg en zijn bouwvakkers bezig met het egaliseren van de betonnen vloeren. Rond de verjongde kolommen van de bovenste verdiepingen komen stalen vierkanten van stripstaal om het ‘doorponsen’ van de relatief dunne vloer en van 180 millimeter te voorkomen. Volgens Deuten is dat noodzakelijk om aan de huidige eisen te voldoen. Tegelijkertijd worden alle betonnen plafonds geschilderd met een transparante verf. Deuten: “Onder de plafonds komen stalen systeemplafonds met een stramien van 1,8 in het vierkant. Maar tussen de systeemplaten door kijkt de gebruiker direct tegen het beton. De verf die Supral Fabriek uit Breda heeft geleverd en aanbrengt, frist het beton op, zodat het lijkt alsof het zojuist is gestort.”

Houtstructuur

De verf is transparant, omdat het de bedoeling is om de kleur van het beton te zien. Daarnaast voorziet het ontwerp in het zichtbaar houden van de houtstructuur op het beton, die is ontstaan door het gebruik van het betonhout.

Slechts een klein deel van het beton komt daadwerkelijk in zicht. Toch schildert Supral alle plafonds om het stof te binden dat van het beton afkomt. De systeemplafonds komen zo hoog mogelijk tegen de betonnen plafonds om ruimte te creëren. Dat valt niet mee, omdat de ruimte tussen de vloeren en plafonds nog geen drie meter is. Deuten: “Installaties vreten ruimte. Het is daarom van belang om de installaties zo strak mogelijk tegen de plafonds aan te krijgen.”

Omdat een deel van het betonnen plafond in het zicht komt, zijn ook onderdelen van de installaties te zien. Deuten: “Hoewel het de opzet is om zowel de ruwbouw als de strakke afbouw te laten zien, hebben we in het bestek opgenomen dat de installatieonderdelen grijs of verzinkt moeten zijn. Dus geen gele elektriciteitskabels of roodkoperen sprinklerbuizen.”

Anderzijds vindt Deuten dat de in het beton gestorte schroefhulzen van de oude systeemplafonds mogen blijven, omdat ze een wezenlijk onderdeel uitmaken van het gebouw.

Proefkamers

Om het resultaat te toetsen, zijn twee proefkamers gemaakt. Aan de hand van de bevindingen zijn afspraken gemaakt. Zo bleek dat er twee soorten grijze zadels in de handel waren. De installateur kan nu voor het hele gebouw alvast de donkergrijze variant bestellen.

Het werk loopt op schema, maar staat wel onder druk. Volgens Van der Toorn wil de bouwcombinatie graag wat meer tijd, maar houdt de Rijksgebouwendienst vast aan de afgesproken opleverdatum.

‘Ziektekiemen gingen het hele gebouw door’

De schilder brengt de transparante verf aan. Het beton krijgt weer de uitstraling van vers beton en de structuur van het betonhout blijft behouden.

Reageer op dit artikel