nieuws

Zonder zorg voor bewoners wordt het spuuglelijk

bouwbreed Premium

De kwaliteit van nieuwe bouwlocaties moet het vaak ontgelden. Er is behoefte aan meer flexibiliteit en kwaliteit, zeker bij een actieve en trendgevoelige markt.

Robbert Coops pleit daarom voor structurele aandacht voor toekomstige bewoners. Anders krijgt filmer Thijs Chanowski helaas gelijk met zijn onlangs in De Telegraaf genoteerde opvatting ‘Nederland wordt spuuglelijk!’

“Ruimte maken, Ruimte delen” heet de eindelijk verschenen Vijfde nota voor de ruimtelijke ordening, die een planperiode beslaat van twintig jaar. Wat nu beleidsmatig is vastgelegd zal over twee decennia uitgevoerd worden. Dat geldt ook voor de tamelijk gratuite opvattingen over de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit in stad en land. Het zal dus nog wel even duren voordat de nieuwbouw echt duurzaam, kwalitatief, doordacht en multifunctioneel zal zijn. Immers, de bouwcontigenten van de komende jaren zullen nog steeds gedomineerd worden door de formuleringen uit de Vierde nota (Extra).

En juist die staan behoorlijk aan kritiek bloot, bijvoorbeeld van de kant van de Nederlandse Vereniging van Makelaars, de NVM. Het Vinex-beleid is te star, zowel op het gebied van het bouwproces zelf, als op het gebied van de architectuur, de maatvoering, de infrastructuur, het besluitvormingsproces en de woonwensen van de consument. Er wordt onvoldoende gebouwd wat wordt gevraagd en de plannen raken snel gedateerd, is daar het oordeel.

De voorspelbaarheid van deze reactie doet niets af aan de realiteit waar het gaat om de kwaliteit van het Vinex-beleid. De makelaars staan daar zeker niet alleen in. Ook de Tweede Kamer, de Landelijke Federatie Welstand of de stichting Dorp, Stad & Streek constateren bezorgd en kritisch dat nieuwbouwlocaties eenzijdig, inflexibel en identiteitsloos zijn.

Planologie aanpassen

Hoe leerzaam dergelijke analyses ook zijn, welke consequenties zouden ze eigenlijk moeten hebben? Wordt serieus nagedacht op welke wijze en met welke partijen meer duurzame oplossingen zullen moeten worden gerealiseerd?

Volgens de NVM-voorzitter Smit zullen bouwprogramma’s niet meer landelijk behoren te worden vastgesteld. “Het bouwbeleid is een zaak voor regionaal management: voor provincies samen met gemeenten en lokale marktpartijen als projectontwikkelaars, bouwers en makelaars”, is zijn opvatting. Makelaars beschikken daarbij over de meest recente kennis, aangezien zij dagelijks contact hebben met de woonconsument.

Nu bepalen overheid, ontwikkelaars en bouwers nog veel te veel wat goed is. Naast individuele keuzevrijheid voor de consument moet, volgens Smit, de nadruk ook meer komen te liggen op differentiatie binnen een wijk. De consument kan er dan voor kiezen de verschillende levensfasen binnen zijn eigen regio te doorlopen. In dit verband vraagt hij zich ook af of het, gelet op de snel toenemende vergrijzing, wel nodig is zo’n geweldige hoeveelheid eensgezinswoningen te bouwen.

Het is een serieus pleidooi voor meer differentiatie in woningtypen, maar of het helpt? Staatssecretaris Remkes zal dan eerst zijn volkshuisvestingsbeleid structureel moeten decentraliseren, waardoor regionale en lokale woningbehoefte en woonwensen beter kans maken op honorering. Maar ook het planologisch beleid van minister Pronk zal zich moeten aanpassen aan de nieuwe marktomstandigheden en sociaal-economische opvattingen van burgers. Lokatiekeuze, ontsluiting en voorzieningenstructuur, maar ook de stedebouwkundige variatie verdienen gewoon meer aandacht en dus meer geld.

Voorbode van omslag

Dat het met het klantgericht bouwen nog slecht gesteld is, blijkt uit de praktijk. Is het niet veelzeggend dat veel bewoners al direct na de oplevering gaan breken en verbouwen? En is het niet vreemd dat in het Vinex-beleid nog steeds wordt uitgegaan van het standaard huishouden met twee volwassenen en twee kinderen?

Kennelijk slagen de verantwoordelijke partijen – en dat is zeker niet alleen de rijksoverheid! – er onvoldoende in (toekomstige) bewoners te zien als een geëmancipeerde woonconsument. Iemand die niet alleen steeds beter in staat is om zijn wensen voor gebruikskwaliteit zelfstandig te formuleren, maar ook deze wensen aan de aanbieder kan opleggen.

Volgens de Stichting Bouwresearch (SBR) loopt het publieke debat over de gebouwde omgeving in ons land internationaal gezien voorop, terwijl de functionele kwaliteit van het gebouwde achterblijft, omdat de wensen van de klant minder duidelijk erkend worden.

Maar toch ook nu, in deze sellers market in optima forma, weten woonconsumenten her en der deze ban te doorbreken, constateert het SBR-rapport “Bouwen op kansen”. De overheid heeft intussen diverse programma’s geïntroduceerd, waarmee ze dergelijk individueel opdrachtgeverschap wil bevorderen. Dit zal naar verwachting van het SBR-rapport een tweede, grotere golf van kritische en mondige woonconsumenten opleveren. Deze tweede groep is de voorbode van de grote omslag in de komende jaren, wanneer de markt verzadigd raakt en omslaat van aanbod- in vraaggestuurd.

Communicatie

De kritiek op het nieuwbouwbeleid zal nog wel even duren, al was het alleen maar omdat nu nog volgens weinig marktconforme opvattingen driftig gebouwd wordt in Ypenburg, Leidsche Rijn en al die andere locaties die zo op elkaar lijken. Vermoedelijk zal ook die eenheidsworst opnieuw aanleiding geven tot discussie en kritiek.

In De Telegraaf heeft filmproducent Thijs Chanowski het zelfs over een stedenbouwkundige ramp. Een rijtje nieuwbouwhuizen in Hoorn werd door hem getypeerd als een “gevangenis voor niet-criminelen”. En dat terwijl de oplossing toch zo voor de hand ligt: veel meer (structureel) aandacht voor en contact met de toekomstige bewoners, hun individuele wensen en opvattingen. Kortom, meer communicatie en meer marketing. Dat werkt echt.

NVM: “Vinex in de praktijk; de visie van NVM-woningmakelaars”, Nieuwegein 2000.

M. Ph. Hillen: “Bouwen op kansen; een verkenning in elf signalementen”, SBR en SMO, Den Haag 2000.

Ministerie van VROM: “Ruimte maken, ruimte delen”, Den Haag 2001.

Op de hartenkreet “Nederland wordt spuuglelijk” van filmer Thijs Chanowski kreeg de Telegraaf vele instemmende reacties. De krant stelde er bijgaand lijstje van meestgenoemde ergernissen over de nieuwbouw uit samen.

Functionele kwaliteit woningbouw loopt achter

Reageer op dit artikel