nieuws

Regels in installatieland steeds Europeser

bouwbreed Premium

Regelgeving voor elektrotechnische- en werktuigbouwkundige installaties wordt steeds vaker op Europees niveau vastgesteld. Alleen een grote en sterke vereniging kan in Brussel meepraten over aanpassing van nationale aan Europese regels en de wijzigingen zonodig bijsturen. Reden voor de Unie van elektrotechnische ondernemingen (Uneto) en de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven (VNI) om de handen in een te slaan.

Een sterke vereniging heeft een betere positie op de markt en communiceert efficiënter. Dat is mede de reden voor de voorgenomen fusie.

Er gebeurt veel op internationaal niveau, ook al tekent die gang van zaken zich niet altijd even duidelijk af. Want processen die zich in Brussel afspelen, duren vaak lang.

“Veel Europese regels veranderen echter in wetten waarnaar de Nederlandse overheid zich heeft te schikken,” zegt voorzitter P.J. de Bont van Uneto. “Een marktorganisatie als de onze moet over de technische en sociale regelingen meepraten en zonodig bijsturen. Om dat te kunnen, moet je erbij zijn, anders komt het over je.” De voorgenomen fusie voorkomt overlappingen in het lobbywerk en schept ruimte om daadwerkelijk in Brussel gesprekken te voeren. De geplande samengang van de elektrotechnische- en werktuigbouwkundige installateursverenigingen is internationaal gezien geen nieuw fenomeen. In Groot-Brittannië groeien de respectievelijke organisaties eveneens naar elkaar toe; Duitsland kent daarentegen zestien deelstaten die elk eigen organisaties en een bijbehorende koepel hebben.

G@bi

Ontwikkelingen in de Nederlandse installatiesector wekken internationale belangstelling. Neem bijvoorbeeld het systeem waarmee Uneto en VNI artikelen classificeren. Momenteel wordt met internationale fabrikanten en groothandelaren overleg gevoerd over hoe ze het Gemeenschappelijk Artikelbestand Installatiesector (G@bi) kunnen toepassen. Dat is een elektronisch bestand waarmee installateurs via het internet gegevens over elektrotechnische en werktuigbouwkundige voorzieningen kunnen opvragen.

Duitsland richtte intussen een vereniging op voor de toepassing van Uneto’s Elektrotechnisch Informatiemodel (Etim). Dit model beschrijft werkprocessen en informatiestromen in de elektrotechnische onderneming en bevordert de ontwikkeling van specifieke programmatuur. “Veel producenten en toeleveranciers zien in dat ook zij voordeel boeken bij de classificatie en de bijbehorende eenduidige wijze van bestellen,” constateert De Bont.

Het systeem kan als kapstok dienen voor allerlei toepassingen die bedrijfsprocessen beter te kunnen besturen en te bewaken. “De samenvoeging van de twee verenigingen geeft daar een extra stimulans aan,” verwacht VNI-voorzitter ing. S.J. Heeres. “Als de systemen gebruiksvriendelijker worden, voeren bedrijven ze makkelijker in. Projectleiders, inkopers, calculeerders zullen er dan automatisch mee werken. In de meeste installatiebedrijven zit om en nabij de helft van de werknemers achter een scherm en is gewend met systemen te werken. Iets dergelijks gebeurde met CAD-systemen.” De Bont: “we brengen dit ook bedrijfstakbreed in de scholen, door middel van cursussen voor integraal ontwerpen. Het is belangrijk dat van onder af te voeden.”

Positie

De Bont en Heeres streven ernaar dat het installatiebedrijf een leidende positie krijgt in het bouwproces. De inhoud bepaalt vaker de commerciële aantrekkelijkheid van een gebouw dan de buitenkant. Een sprekend voorbeeld geven de faciliteiten voor datacommunicatie. “De bouw ziet de installateur nog vaak als onderaannemer,” vindt Heeres. “Dat is geen probleem, zolang partijen respectvol met elkaar omgaan.”

Prijs

Opdrachtgevers en gebruikers van een gebouw ervaren steeds meer dat installaties een gebouw bruikbaar en leefbaar maken. Dat heeft zijn weerslag op de structuur van de opdrachten. Mede daardoor zoeken veel aannemers naar een andere vorm van samenwerking. Prijs blijft een belangrijke factor, maar de functionaliteit van de installaties weegt zwaarder. Dat neemt in de toekomst alleen maar toe.

De laagste prijs garandeert geen kwaliteit, terwijl die bijvoorbeeld bij communicatie juist wordt gevraagd. Een belangrijk deel van de installatiewerken vindt in de industrie plaats, waar naast de bouw ook andere factoren spelen. In de utiliteit is installatietechniek een meer dan belangrijk onderdeel.

Voor de grotere projecten treden installateurs naast de bouwer op als nevenaannemer. Dat staat ook in de woningbouw te gebeuren, waar systemen voor zorg en beveiliging geleidelijk aan integreren. Datavoorzieningen bepalen daardoor mede de prijs van de woninginstallatie. Bouwkundige aannemers komen zo tot de conclusie dat ze samen met de installateur projecten moeten verkopen. Zo ontstaan andere samenwerkingsvormen. Bouw en installatie vormen op die manier een modern blok in de economie.

Samengaan VNI en Uneto geeft organisaties meer slagkracht

Reageer op dit artikel