nieuws

Gestigmatiseerde Madonna is makkelijke buit voor valse overheid

bouwbreed Premium

De voorgenomen sloop van de Zwarte Madonna is niet zomaar een gemeentelijk plannetje, niet zomaar een uit de vele gebouwen die sneuvelen terwille van hogere idealen of grotere belangen. Het gaat hier om een afrekening. De gemeente maakt korte metten met “het lelijkste gebouw van Nederland”. En dat gebeurt op aangeven van de rijksoverheid, die een opvallend hypocriete rol speelt. Hoezo duurzaamheid, hoezo hergebruik?

Erg wetenschappelijk was het niet, wat prof. Derk de Jonge midden jaren negentig deed, maar wel effectief. Hij posteerde zich bij een serie gebouwen, vroeg honderd voorbijgangers wat ze ervan vonden en voilà: de Zwarte Madonna bleek “het lelijkste gebouw van Nederland”. Die sappige one-liner maakten althans alle media ervan, en De Jong sprak het niet tegen.

Dat oordeel was ongenuanceerd maar niet onbegrijpelijk. Het blok maakte destijds een misplaatste indruk temidden van sloop en kaalslag. Hoewel het inmiddels tamelijk onopvallend temidden van andere nieuwbouw staat, leeft het stigma voort. De Madonna kàn eenvoudigweg geen goed gebouw zijn, het is immers “het lelijkste gebouw van Nederland”?

Ressentiment uitbuiten

De gemeente Den Haag en het Rijk maken maar al te graag gebruik van dit populistisch ressentiment om een voordelige slag te slaan. Had de Madonna niet het stigma van “lelijkste gebouw”, dan zouden sloopplannen kansloos zijn.

Dat is een stelling die niet te bewijzen valt. Behalve uit het ongerijmde. Het komt in Nederland vaker voor dat nog jonge gebouwen worden gesloopt, incidenteel ook woningbouw. Maar nergens zijn ooit zoveel zo jonge appartementen gesloopt – meer dan driehonderd! – die zo goed bewoonbaar en inderdaad ook allemaal naar tevredenheid bewoond zijn. Het is ook een unicum dat zoveel woningen moeten wijken voor kantorenbouw, en dat nog wel in een stadscentrum waar het wonen terug op de kaart moet komen.

Het ressentiment wordt uitgebuit om iets te doen wat anders onbespreekbaar zou zijn: een goed woongebouw slopen dat na zoveel desolate jaren nu eindelijk is opgenomen in zijn omgeving en (wat de winkelplint betreft) tot bloei kan komen.

Chantage

Welke kwade genius steekt daarachter? Je zou denken: een rücksichtlose projectontwikkelaar die verlekkerd kijkt naar de waarde van de locatie. Want die is natuurlijk veel meer waard dan dat stelletje flats. In dat geval zouden we van de overheid verwachten dat die een inzichtelijke afweging maakt welk belang gediend is met het opstrijken van die winst. Maar het schokkende van de affaire is dat het de overheid zelf is die hier uitverkoop houdt en een loopje neemt met het belang haar inwoners.

Een bijrol is weggelegd voor de corporatie (als die zou zwichten voor het geld). Ook de gemeentelijke overheid speelt niet de hoofdrol. Die is slechts loopjongen. De kwade genius is de rijksoverheid, die de mooiste en gemakkelijkste locatie wil op kosten van anderen.

Het is een oud patroon. Den Haag heeft zich altijd al laten chanteren door het Rijk. Het dreigement was en is dat, als niet de juiste locaties op een presenteerblaadje geleverd worden, de ministeries zullen vertrekken (zoals WVC destijds naar Rijswijk en Onderwijs naar Zoetermeer).

Die arrogante houding heeft eerder al een voor de stad zeer problematische kluwen van rijksgebouwen opgeleverd rond het Centraal Station. Met name op het verwoeste Spuikwartier hebben diverse ontwerpers (Quist, Hertzberger) hun tanden stukgebeten. Om werken, wonen en cultuur te kunnen combineren kwamen zij met ingewikkelde plannen, die niet levensvatbaar bleken.

Het was Weeber die met een relatief simpele indeling in losse kavels de knoop ontwarde. De kavels konden elk op zich ontwikkeld worden, voor stadhuis, concertzaal, hotel en woningbouw. De ironie van de geschiedenis is dat die handzaamheid zich nu tegen Weebers eigen woningbouw keert. Prachtig, zo’n los kaveltje: met chirurgische precisie is de bebouwing te slopen en kan er iets heel anders voor in de plaats komen.

Kafkaësk

Het Rijk heeft namelijk een probleem: de ministeriegebouwen van Binnenlandse Zaken en Justitie zijn toe aan een opknapbeurt. Dat richt onze aandacht op de kern van de kwestie: wat is er mis met de bestaande gebouwen van deze twee ministeries en wat valt daaraan te doen? Daar moet de discussie beginnen.

Er is niet heel veel mis. De tweelinggebouwen zijn geen grootse architectuur maar beschaafd genoeg om in hoofdlijnen in stand te kunnen blijven. De begane grond kan een opfrisbeurt gebruiken met gemengde functies, maar verder is het een niet onpraktisch kantorencomplex. Het grote knelpunt is dat de installaties verouderd zijn.

Wat valt daaraan te doen? De installaties verbeteren, c.q. vervangen. Wat er verder aan gevels en indeling van het gebouw zou moeten gebeuren is een nadere afweging. De vraag is of renovatie mogelijk is en op welke wijze.

Met die vraag is de vorige rijksbouwmeester aan het werk gegaan, onder het idealistische motto dat hergebruik de effectiefste vorm van duurzaamheid is. Maar in plaats van praktisch te onderzoeken hoe je met het minste sloop- en breekwerk een maximum aan verbetering zou kunnen bewerkstelligen, tuigde hij een competitie onder ontwerpers op met als inzet: hoe kunnen we deze locatie tot het uiterste uitbuiten.

Het ene plan werd nog grootser dan het andere. De huidige rijksbouwmeester won. Zijn ‘opknapbeurt’ kostte bijna een miljard en van hergebruik was nauwelijks nog sprake.

Een onbetaalbare oplossing bleek bij nader inzien. Om het nog Kafkaësker te maken bleek ook pas op dat moment dat niemand eraan gedacht had waar bij een dergelijk ingrijpende ‘verbouwing’ al die ambtenaren moesten blijven.

Doet u me die maar

Om uit die patstelling te komen heeft het Rijk het probleem op het bordje van de gemeente gelegd: geef ons een kavel voor een nieuw ministeriegebouw. Met één keer verhuizen zijn de ambtenaren dan klaar. De gebouwen die zij achterlaten kunnen rigoreus worden aangepakt.

De gemeente heeft een vluggertje langs mogelijke locaties gemaakt om uit te komen op de makkelijkste plek: de Zwarte Madonna. Geknipt voor kantorenbouw. Zijn ze gelijk “het lelijkste gebouw van Nederland” kwijt. Bovendien is het profijtelijk. Zowel voor Madonna als ministeriegebouwen geldt dat op die kavels veel meer en veel lucratievere vierkante meters zijn te realiseren dan er nu (in de weg) staan.

Op zich kan betere benutting van een locatie een valide en doorslaggevend argument zijn om tot sloop over te gaan. Die dynamiek is inherent aan het stedelijk leven. Een stad is voortdurend in metamorfose door functieveranderingen en intensiever grondgebruik. Maar wat het makkelijkst en voordeligst is, is niet per definitie de maatschappelijkst meest gewenste ontwikkeling. Die afweging moet inzichtelijk gemaakt worden binnen een helder beleidskader – een stadsplan en bouwstrategie – om ad hoc beslissingen te voorkomen.

Het zou toch wel erg onrustig wonen worden, als bij elke behoefte aan nieuwe kantoorruimte de vrager eens rond kon kijken, zijn oog kon laten vallen op willekeurig welk woongebouw om dan te zeggen: doet u me die maar. Met name huurders zouden aan de wolven zijn overgeleverd, want wat voor zekerheid zouden ze nog hebben, welk gewicht zouden hun belangen in de schaal leggen?

Als alle woningbouw op te dure grond vogelvrij is, dan belooft dat nog heel wat sloopwerk in de Nederlandse binnensteden.

Verzet

De discussie in Den Haag moet niet beginnen bij de kwaliteit van de Zwarte Madonna, maar bij de aanpak van de ministeriegebouwen. Wie verzint daarvoor een slim plan?

Dat deze uitdaging ontlopen wordt, roept de vraag op wat voor overheid we hebben. Een gemeente met slappe knieën, dat is duidelijk. Bij het Rijk zijn de rollen verdeeld: sinds de rijksgebouwendienst gereorganiseerd is, hebben de ministeries zelf veel in de melk te brokkelen. Daar zit de kern van de macht en het machtsmisbruik. De rijksbouwmeester mag dan als ‘architectonisch geweten’ met opgeheven vinger het land rondtrekken om ieder te wijzen op zijn plichten, meer dan een schertsfiguur kan hij niet meer zijn als hij in zijn eigen achtertuin deze powerplay over zijn kant laat gaan.

Wat uit dit alles blijkt, is dat we een hypocriete, onbetrouwbare rijksoverheid hebben. Eentje die volstrekt niet waarmaakt wat ze met de mond belijdt en eist van haar onderdanen, namelijk duurzaam gebruik van de gebouwde omgeving.

Zoveel sloop is een wel erg merkwaardige vorm van hergebruik. Dit overheidsoptreden kan daarom niet anders dan minachting en verzet oproepen. Waarom nog langer onderdanig zijn aan willekeur en handjeklap?

Reageer op dit artikel