nieuws

De prijs van het succes

bouwbreed Premium

Met hun koers-winstverhouding lopen beursgenoteerde bouwbedrijven een jaar of tien achter op andere beursfondsen. Het zijn typisch representanten van de oude economie en daar is niets mis mee.

Aan de andere kant presteren de bedrijven goed en dat zou je graag in de koers tot uitdrukking willen zien gebracht. Maar dat gebeurt niet of nauwelijks, waarvoor van verschillende kanten verklaringen worden gezocht. Zo zou het bouwbedrijf niet goed communiceren, werkt het zich liever driekwart in de rondte en moet afgestapt worden van het aanbesteden van werk.

Alles in de hand

De vraag luidt wat nu precies het probleem is. Is dat het beeld van het gezamenlijk bouwbedrijf op de beurs? Dan is een publiciteitsoffensief met als doel de verbetering van het imago een optie en de aangekondigde verbetering van de jaarverslagen past in dat beeld.

Maar het is de vraag of het probleem niet dieper zit. Beleggers en met name institutionele beleggers bezien het beursgenoteerd bouwbedrijf zakelijk. In een goed bedrijf neemt men een aandeel, in een slecht bedrijf niet. Daarmee is niet gezegd dat het bouwbedrijf slecht is, maar het laat wel een aantal vragen open.

Ten eerste beheerst het bouwbedrijf vanouds een groot deel van de bouwkolom. Het is nog net niet zo dat ze zelf bouwdelen produceerde als kozijnen, ramen en (paneel)deuren, maar veel bedrijven hebben nog bindingen met diverse toeleveranciers. Het draagt bij aan het beeld van de partij die alles in de hand heeft.

Dat geldt ook voor het hebben van werk. Afgezien van risicodragend initiatief, is het bouwbedrijf afhankelijk van een opdrachtgever: zonder opdrachtgever geen werk.

Verder kent de bouw heel verschillende gezichten, wat ook al niet bijdraagt aan een duidelijk beeld: opleveringsgebreken, garantie, service, veiligheid op de bouw en bijklussend personeel.

Zelfs het maken van winst kan vragen oproepen. Dat speelt vooral bij het bouwbedrijf met een ontwikkelpoot. Met ontwikkeling is de laatste jaren veel verdiend en naar het zich laat aanzien komt daar voorlopig nog geen eind aan. Het geld dat zo binnen komt is in wezen incidenteel, want sterk afhankelijk van de conjunctuur.

Voor beleggers geldt dat niet als zekerheid. Bovendien kan ook het personeel de winst claimen voor loonsverhoging, waarmee het een structureel karakter krijgt. En daar zitten aandeelhouders niet op te wachten.

Onder druk

Ik denk dat het beursgenoteerd bouwbedrijf toe is aan een forse opknapbeurt. Eerst al is het de vraag of met name de woningbouwproductie op het peil kan blijven van de afgelopen jaren. Nederland mag dan nog niet af zijn, er heerst bepaald geen sfeer van wederopbouw.

Verder staat het tempo van herstructurering van stedelijk gebied onder druk, niet in de laatste plaats door problemen rond herhuisvesting. Bovendien zou er, onder druk van milieueisen, wel eens een einde kunnen komen aan het steeds korter worden van de levenscyclus van met name kantoren en woningen. Om nog maar niet te spreken van de ICT ontwikkelingen die in het bouwbedrijf nog veel te weeg zullen brengen.

Als ik mij niet vergis onderkent het bouwbedrijf deze problemen. Zo zien we dat ontwikkelpoten worden verzelfstandigd, toeleveringsbedrijven afgestoten en internationaal plooien worden glad gestreken.

Om de koers van de bouwaandelen op te krikken is dat waarschijnlijk niet genoeg. Daar zijn fermere stappen voor nodig. Aandeelhouders rekenen een directie af op prestaties. En dan kan het wel eens zijn dat Nederland te klein is voor de totaalcapaciteit van het beursgenoteerd bouwbedrijf.

Waarschijnlijk moet het bouwbedrijf in de toekomst een groot deel van de omzet buiten Nederland gaan realiseren. Ik denk in eerste instantie aan infrastructuur en in het verlengde daarvan aan de bouw van bedrijfs- en woongebouwen. In dat licht moet misschien de mislukte fusie tussen HBG en Boskalis nog eens opnieuw worden overwogen.

Succes is gevaar

Wat betreft de vorm kan het bouwbedrijf misschien leren van Ahold. Met de opbrengst van een aandelenemissie neemt Ahold in het buitenland bedrijven over. Die reorganiseert Ahold naar het model dat zijn kracht heeft bewezen en zet er lokaal management op.

Er zijn natuurlijk verschillen. Zo is een aandelenemissie voor een bouwbedrijf veel moeilijker en is het aantal klanten van een bouwbedrijf veel kleiner.

Maar de overeenkomst mag er ook zijn. Bouwproducten worden in de hele wereld gevraagd en lokaal bouwmanagement is overal beschikbaar.

Er is echter een gevaar. Een beursgenoteerd bouwbedrijf dat zich aldus transformeert zal ook zelf kunnen worden overgenomen. Dat is de prijs.

Reageer op dit artikel