nieuws

Acht gietbouwstelleurs zeker van een baan

bouwbreed Premium

Gietbouwstelleur, waar kun je dat leren? Theo Roosendaal, instructeur gietbouwen, gebaart over het terrein van het opleidingscentrum SSPB Praktijk Opleiding Bouw in Beverwijk: “Hier!” Er staan een keet, een kraan en vanzelfsprekend betonskeletten. Het lijkt een bouwplaats, maar nergens is een bouwvakker te bekennen. “De jongens zitten vandaag op school. Hebben theorie”, verklaart Roosendaal.

Gietbouwstelleurs werken met bekistingen waarin beton wordt gegoten. Ze zijn onder meer verantwoordelijk voor het stellen van deze ‘omhulsels’. Ze moeten daarvoor kennis hebben van het verwerken van het nog vloeibare beton, maar ook van betonvlechten. “Het lijkt een makkelijk karweitje”, zegt instructeur Roosendaal. “In de praktijk valt het tegen. Het is een echt vak.”

Roosendaal heeft een kwart eeuw ervaring als gietbouwstelleur. Hij leerde het vak op de bouwplaats, want tot voor kort was er nog geen opleiding voor dit beroep. “Gietbouwstelleurs leerden het beroep in de praktijk onder leiding van ervaren collega’s”, zegt Jan Driessen, directeur van het samenwerkingsverband SSPB in Beverwijk.

Arbeidscontract

“Er is grote behoefte aan mensen die dit vak willen leren. De vergrijzing grijpt overal in de bouw om zich heen en dat zie je dus ook in dit soort werk. Daardoor ontstond het idee voor de opleiding. Inmiddels hebben we acht leerlingen.”

De opleiding tot gietbouwstelleur wordt gesteund door het bedrijfsleven. Verschillende ondernemers leverden materiaal om mee te oefenen. Het onderwijs vindt plaats als een zogenaamd voorschakeltraject en duurt negen maanden. Iedereen vanaf zestien jaar kan zich ervoor inschrijven.

De deelnemers ontvangen tijdens de opleiding geen salaris, maar degene die het certificaat behaalt, krijgt direct een arbeidscontract voor drie jaar aangeboden.

Een technische vooropleiding is niet beslist noodzakelijk, hoewel iemand met twee linker handen niet ver komt in dit vak. “Het belangrijkste is dat ze gemotiveerd zijn. Ze moeten het echt zelf leuk vinden om dit vak te leren”, zegt directeur Driessen.

Instructeur Roosendaal is het daar roerend mee eens. “Enthousiasme is heel belangrijk. Onlangs zei een van mijn leerlingen dat wat hem betreft het beton mocht worden gegoten, zodat hij het hele karwei kon afmaken. Zulke jongens komen er wel.”

De leerlingen van Roosendaal zijn veelal goed met hun handen, maar minder sterk, zo niet zwak in theorievakken. “Het is zonde om die jongens voor de bouw verloren te laten gaan alleen omdat ze liever met hun handen werken, dan met hun hoofd.”

‘Dit vak werd tot voor kort alleen in de praktijk geleerd’

Leraar Theo Roosendaal en directeur Jan Driessen zijn gelukkig dat er acht jongens zijn die het beroep van gietbouwstelleur willen leren.

Reageer op dit artikel