nieuws

Pretparken juist in de stad vestigen

bouwbreed

De vermaaksindustrie is booming. Ook in Nederland floreren pretparken in allerlei soorten en maten. Tot nu toe zijn die voornamelijk in buitengebieden te vinden. Volgens Henri van der Vegt biedt deze trend ook kansen voor de revitalisering van steden en na- oorlogse woonwijken.

De westerse samenleving raakt steeds meer doordrongen van vermaak. Nieuwe woorden duiden erop dat het verder gaat dan speeltuinen en pretparken. Vermaak dringt door in ‘funshopping’, ‘edutainment’ en ‘eatertainment’. Boeken over de ‘beleveniseconomie’ maken duidelijk dat er een levendige industrie is ontstaan die inspeelt op de behoefte aan vermaak. Dat het hierbij om grote bedragen gaat maakt het laatste wapenfeit op dit front duidelijk. De Amerikaanse pretparkengigant Six Flags investeerde maar liefst 125 miljoen in het voormalige Walibi Flevo. Sinds de opening, waarbij de staatssecretaris van Economische Zaken werd geflankeerd door een Endemol-coryfee, ontwikkelen de bezoekersaantallen zich boven verwachting. Dit alles zet aan tot nadenken over de omvang en plaats van toekomstige vermaaksvoorzieningen in Nederland.

Groei

Het concept ‘pretpark’ is eind negentiende eeuw uitgevonden in de Verenigde Staten. In Nederland was De Efteling in 1952 de eerste en spoedig volgden andere, zoals Slagharen en Duinrell. Elk met een eigen thema of invalshoek, zoals sprookjes of pony’s. Een diversificatie die sindsdien is doorgezet met bijvoorbeeld het Nederlands Openluchtmuseum, het Land van Ooit en Kidzity’s oftewel Family Fun Centers. Nog veel projecten zijn in aanbouw of gepland. In Almere wordt gebouwd aan een nieuw voetbalstadion (Omniworld) en het ‘trouwslot’ ’t Overgooi. De projectontwikkelaars MAB en Blauwhoed zijn er gestart met de realisatie van het eerste Urban Entertainment Center in Nederland. Voor het Arena- gebied in Amsterdam-Zuidoost en het Utrecht Centrum Project bestaan vergelijkbare plannen. Miracle Planet in Enschede wordt het grootste indoor-entertainmentcomplex van Europa en net buiten Nederland recyclet de Twentse ondernemer Henny van der Most het als kerncentrale bedoelde gebouwencomplex bij Kalkar tot het vermaaksparadijs Kernwasser Wunderland.

Hangplekken

De Vereniging van Recreatieondernemers (Recron) voorspelt dat de groep recreanten nog zal groeien. Want steeds meer Nederlanders gaan korter werken en de groep gepensioneerden groeit snel. Belangrijke doelgroep vormen de babyboomers van na de tweede wereldoorlog en van begin jaren zestig; met hun kinderen hebben zij veel geld en tijd te besteden. De recreatieondernemers willen de komende twintig jaar in ieder geval met minimaal tienduizend hectare uitbreiden tot veertigduizend hectare. Dát er allerlei voorzieningen bij zullen komen, staat buiten kijf. Maar wat valt te zeggen over de locatie van de toekomstige voorzieningen in Nederland? Opvallend is dat de hierboven genoemde projecten zich vooral in buitengebieden bevinden. Pretparken zijn tot nu toe grootschalige voorzieningen buiten de stad. In het buitenland zien we recent ook variaties daarop in oude stadscentra die gerevitaliseerd worden. Voorbeelden daarvan zijn: San Francisco (Metreon), Berlijn (Sony Forum) en New York (42d Street/Times Square). Een voorbeeld in Nederland is het geplande Urban Entertainment Center in Utrecht. Het ontwerp daarvoor is in opdracht van Multi Vastgoed gemaakt door Jon Jerde, ook ontwerper van dit soort projecten in Los Angeles. Als zijn missie formuleert Jerde dan ook het nieuw leven inblazen in oude stadsdelen. Maar dit soort voorzieningen, in welke vorm dan ook, treft men nooit aan in de uitgestrekte na-oorlogse, mono-functionele stedelijke woongebieden. Daar valt met name voor jongeren echt helemaal niets te beleven. Er is geen ‘sin-space’. Jongeren krijgen tot nu toe vooral hangplekken toegewezen en mogen al heel blij zijn (en zijn dat ook) met een nieuwe skatebaan.

Stedelijke vernieuwing

We moeten nieuwe recreatieve voorzieningen veel meer ook ín de stad ontwikkelen. Mini-pretparken en ‘neighbourhood entertainment centers’ kunnen in bovengenoemde woonwijken leven brengen in de brouwerij. Dit idee past heel goed in de discussie over het Grotestedenbeleid en de ideeën rond het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. In het kader van stedelijke herstructurering wordt gepleit voor meer variatie in woonvoorzieningen en bedrijvigheid, maar het kan nog een stap verder: de vermaaksvoorzieningen meer vestigen ín de stad en in het bijzonder in de mono-functionele woonwijken van na 1945.

Publiek-privaat

De voorzieningen kunnen op slimme en fraaie wijze in bestaande ruimte worden ingepast; dat is vooral een kwestie van goed ontwerp. Essentieel punt is: wie gaat het betalen? Nu nog draaien de kleinere voorzieningen, zoals speeltuinen, op overheidssubsidie en vrijwilligerswerk. Dat gaat niet langer. In de toekomst zullen projecten voor private partijen commercieel interessant moeten zijn, willen ze van de grond komen. Private betrokkenheid bij de aanleg van vermaaksvoorzieningen op wijkniveau zou georganiseerd kunnen worden op de wijze waarop bedrijven als Ahold en McDonald’s nu deelnemen aan het Overlegplatform Stedelijke Vernieuwing. In Enschede-Noord bijvoorbeeld bemoeien deze bedrijven zich met de wijkontwikkeling uit maatschappelijke betrokkenheid én om zakelijke belangen veilig te stellen. De aanleg van een goede speeltuin zou in het belang van Ahold kunnen zijn. Zouden ook bedrijven als Six Flags of De Efteling partner kunnen worden in het Overlegplatform? Feit is dat de overheid met beleid en wat geld ontwikkelingen kan stimuleren, maar dat private partijen uiteindelijk de echte ontwikkeling moeten (willen) trekken.

Drs. J.H. van der Vegt

Metroplex – adviesbureau voor locatie- en vastgoedontwikkeling te Utrecht

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels