nieuws

Kopje onder in de Zeeuwse bodem

bouwbreed

Met een snelheid van een meter per dag verdwijnt een reusachtig caisson in de bodem van Zuid-Beveland. Het twintigduizend ton zware gevaarte, dat de ontvangstschacht vormt voor de Westerscheldetunnel, moet uiteindelijk op vijf centimeter nauwkeurig op zijn plek komen. Anders komen de tunnelboormachines straks verkeerd uit.

Hebben ze in het vlakke Zuid-Beveland eindelijk een hoog gebouw, laten ze het de grond in zakken. De massieve burcht van gewapend beton, die drie weken geleden nog majestueus boven de omgeving uittorende, boort zich elke dag een meter verder de bodem in. Wie er nog een glimp van wil opvangen moet snel zijn, want de klus is goeddeels geklaard. Dat is te danken aan een aantal ijverige werklieden van onderaannemer Visser & Smit Bouw, die met waterkanonnen het zand onder de betonnen constructie wegspuiten. Dat doen ze in een werkruimte onderin het caisson, omsloten door een snijrand en de drie meter dikke betonnen vloer van het bouwwerk. Om het grondwater op afstand te houden, wordt die ruimte onder druk gezet. Inmiddels werken de caissonwerkers onder twee bar overdruk en moeten ze voor en na het werk in- en uitschutten om te voorkomen dat stikstofbellen in het bloed ontstaan. Onder die omstandigheden graven ze letterlijk het zand onder hun eigen voeten weg.

Aflaten

De standaard werkwijze is dat de caissonwerkers spuiten totdat ze het staalprofiel onderaan de snijrand in zicht krijgen. Dan richten ze hun vernietigende waterstraal op een ander deel van de bodem. Het water- zandmengsel waar ze zich in grote lieslaarzen doorheen baggeren, wordt door twee zuigmonden afgevoerd naar boven. In principe komt de constructie onder het eigen gewicht naar beneden. Maar daarvoor zat het caisson begin deze week al te diep. Ook de smeerrand van bentoniet langs de schacht kan de wrijvingsweerstand met de omliggende grond niet opheffen. Om de laatste meters in de bodem af te leggen, moeten de mannen geregeld door de luchtsluizen naar boven, waarna de druk van de ruimte wordt gehaald. Die luchtdruk werkt immers juist naar boven toe, zodat het caisson als het ware zweeft op een luchtkussen. Zodra de ventielen opengaan en de lucht zich onder oorverdovend geraas naar buiten wringt, zakt het gevaarte in een minuut tijd een halve meter naar beneden. Dat is het zogenaamde aflaten. Een rare gewaarwording. Een betonnen kolos van 35 meter lang, 25 meter breed en 21 meter hoog, die voor je ogen wegzakt in de grond. In de bouwstraat, die er vlak langs voert, ontstaan prompt enkele scheuren. Als de ventielen weer gesloten zijn en de constructie tot stilstand is gekomen, loopt hoofduitvoerder M. de Jong meteen de waterpassen na die op de hoekpunten van het caisson staan opgesteld. Voordat de constructie werd afgelaten stond deze elf centimeter uit het lood. Niet iets om bezorgd over te zijn, op een hoogte van 21 meter. De constructie kan een helling van een procent aan, oftewel een hoogteverschil van 21 centimeter. Maar het is wel iets om rekening mee te houden. Dat gebeurt door vooral zand weg te spuiten onder de hoge kant. De poging is niet zonder succes. Nadat het caisson vijftig centimeter gezakt is, bedraagt de afwijking nog maar zes centimeter.

Schrikken

Op die manier trainen De Jong en zijn mensen voor de laatste centimeters van de 16,5 meter lange tocht in de bodem. Want het is de bedoeling dat de constructie straks op vijf centimeter nauwkeurig op zijn plek komt. Bij de laatste stapjes wordt geen grond meer afgezogen, maar laten de caissonwerkers de bodem alleen maar even schrikken door er een waterstraal op te richten. Daarna is het weer uitschutten geblazen, aflaten en hopen dat het caisson een ietsepietsie verder zakt. De gemiddelde snelheid van een meter per dag halen ze dan bij lange na niet meer. Hoe onvoorstelbaar misschien ook, voor wie zag hoe de betonnen mastodont ooit de omgeving beheerste, de plaatsingsnauwkeurigheid van vijf centimeter is volgens projectleider R. Verhage van aannemer KMW goed haalbaar. Dat is gebleken bij de bouw van de sluishoofden in Lith, het laatste caisson dat drie jaar geleden in de Nederlandse bodem verdween. Ook daar trad Verhage, afkomstig van de Heijmansgroep, op als projectleider.

Scherpe bocht

Die nauwkeurigheid is nodig, om te verzekeren dat de tunnelboormachines na hun tocht van 6,8 kilometer onder de Westerschelde door goed aansluiten op de toeritten. “En dat is geen sinecure”, verzekert de projectleider, “met twee boren met een diameter van bijna twaalf meter, die vlak onder de kust van Beveland nog een scherpe bocht moeten maken. Temeer daar het satellietnavigatiesysteem, GPS, onder de grond niet werkt.” De aankomst van de tunnelboormachine heeft de constructeurs van het caisson volgens Verhage de meeste hoofdbrekens gekost. De gigantische boormachine die er straks tegenaan botst, mag de constructie uiteraard niet beschadigen. Tijdens het afzinken zijn de ongewapende toegangsringen ondersteund met stalen binten, maatje HE-1000-B. Bijna mannetje aan mannetje liggen ze boven op elkaar gestapeld. Als het caisson eenmaal op zijn plek ligt, worden de binten verwijderd en wordt de hele ruimte gevuld met zandcementstabilisatie. Dat is de laatste hindernis die de boormachines moeten nemen.

Toerit

Maar zover is het nog niet. Door alle tegenslag bij het tunnelboren is aannemer KMW zeker een jaar langer bezig met het boren van de 6,8 kilometer lange tunnelbuizen. Niettemin legt Verhage het caisson maar alvast op zijn plek, zodat de bouw van de toerit op Beveland kan beginnen. Verhage’s eerste zorg is vooral te voorkomen dat de constructie straks weer gaat drijven. Voordat dus het ballastwater wordt weggepompt, wordt de werkruimte van de caissonwerkers eerst met beton gevuld. Daarvoor moeten de bouwvakkers, nog steeds onder verhoogde druk, wapening aanbrengen. Pas als de ruimte geheel gevuld lijkt met beton, gaat de druk ervan af, zodat het beton aan de vloer gaat hangen. Daarna worden de eventuele laatste holtes gevuld met grout. Verhage: “En dan ligt er weer een caisson op zijn plek. Al kenden de Romeinen het bouwprincipe al en is het een beproefde techniek, het wordt niet zo vaak toegepast op de Nederlandse bodem. Daarom is het toch altijd weer spannend.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels